Auteurs: Katrien De Maegd, onderzoeker EQUALITY//ResearchCollective (HOGENT), Eva Vens, onderzoeker EQUALITY//ResearchCollective (HOGENT), Anna Louise Custers, lector binnen lectoraat Armoede interventies (Hogeschool van Amsterdam), & Naomi den Besten, onderzoeker Centre of Expertise Urban Education (Hogeschool van Amsterdam).
De aanpak van armoede en sociale ongelijkheid staat al jaren hoog op de maatschappelijke agenda. Toch blijft duurzame vooruitgang uit. Terwijl beleidsmakers steeds vaker inzetten op vermaatschappelijking en individuele verantwoordelijkheid, sijpelt een ander verhaal door: de overheid trekt zich terug, en dat laat sporen na. De grote vraag die rijst: hoe kan een samenleving armoede structureel aanpakken wanneer collectieve solidariteit plaatsmaakt voor versnipperde lokale initiatieven?
Een terugtrekkende overheid: meer verantwoordelijkheid bij burgers en lokale actoren
De afgelopen decennia transformeerde de klassieke verzorgingsstaat. Waar vroeger een brede en solidaire omkadering mensen moest beschermen tegen bestaansonzekerheid, verschuift vandaag steeds meer verantwoordelijkheid naar het individu (Woltring, 2024; Cantillon, 2016). Lokale besturen, scholen en welzijnsorganisaties krijgen meer taken toegewezen, vaak met minder middelen. De decentralisering gaat niet zelden gepaard met druk op lokale werkingen om een structureel probleem als armoede op te lossen (Van Lancker, 2018). Subsidies nemen af, financiering wordt tijdelijker of projectgebonden en organisaties moeten concurreren om fondsen. Dat leidt tot een lappendeken van initiatieven: waardevol en kwetsbaar tegelijk.
De norm verschuift: van collectieve solidariteit naar individuele activering
Deze transformatie is meer dan een beleidswijziging; het is een normatieve verschuiving. Activering wordt voorgesteld als dé oplossing voor armoede, maar zonder voldoende structurele ondersteuning dreigt het een individualiserende strategie te worden. Mensen in armoede krijgen zo extra verantwoordelijkheid, maar ook extra schuld toegeschreven. Een aanpak waarin mensen vooral zelfredzaam moeten zijn zonder dat de overheid een stevig kader biedt, houdt de ongelijkheid in stand (Ghys, 2021).
Organisaties botsen daarbij op fundamentele vragen: Welke taken horen bij onze kernopdracht? Wat kunnen we dragen? Hoe ver reikt onze verantwoordelijkheid voor kinderen en gezinnen in armoede?
Onderwijs en welzijn zoeken elkaar op: belofte én beperkingen
Toch ontstaan er hoopvolle samenwerkingen. Verschillende steden en gemeenten zetten in op structurele partnerschappen tussen scholen en welzijnsorganisaties. Recente casestudies in twee grootsteden en twee landelijke contexten van het Centre of Expertise Urban Education (Hogeschool van Amsterdam) en EQUALITY//ResearchCollective (HOGENT) tonen hoe zulke samenwerkingen hefbomen kunnen bieden voor gezinnen in kwetsbare situaties (meer info via deze link).
Scholen spelen daarbij een steeds bredere rol. Ze ondersteunen ouders bij het informeren van sociale voorzieningen, bieden kosteloos verrijkende naschoolse activiteiten aan en bouwen bruggen tussen gezinnen en hulpverlening. In sommige gevallen versterkt dat de capaciteit van scholen om gezinnen te ondersteunen. Het valt op dat door alle losse (lokaal en landelijk) subsidies de verschillen tussen scholen met een vergelijkbare leerlingenpopulatie lijken toe te nemen, zelfs in dezelfde stad of wijk. Zo slagen sommige scholen erin meer projectsubsidies binnen te halen dan anderen om ondersteunende projecten op te zetten. Het gevolg is dat in sommige scholen ouders en kinderen aanvullende ondersteuning op verschillende domeinen ontvangen waar andere scholen dit niet of nauwelijks aanbieden.
Scholen kunnen de structurele oorzaken van armoede niet oplossen, maar ze kunnen wel proactief en remediërend optreden. Lokale besturen vragen zich terecht af hoe ze deze initiatieven blijvend kunnen financieren zonder steun van hogere overheden en het inzetten van structurele armoedebestrijdende interventies.
Samenwerking kan tegengewicht bieden, maar niet zonder visie
Een sociaal werker met zitdagen op school, een brugfiguur als laagdrempelig aanspreekpunt voor school en gezin, een lokaal netwerk waar welzijnsnoden op school systematisch gesignaleerd kunnen worden, buurtwandelingen om organisaties in de wijk (van een school) te leren kennen, … tonen dat samenwerken met scholen loont om de welzijnsnoden aan te pakken. In die zin lijken de partnerschappen tussen onderwijs en welzijn als tegengewicht voor de terugtrekkende overheid te functioneren.
Maar dit kan enkel duurzaam zijn wanneer er structurele financiering is, lokale initiatieven ingebed zijn in een overkoepelende visie op sociale rechtvaardigheid én hogere overheden hun verantwoordelijkheid opnemen en middenveldorganisaties versterken.
Zonder dergelijke visie blijft het risico groot dat samenwerking afhankelijk is van tijdelijke middelen, toevallige lokale energie en individuele inzet. Zeker waardevol, maar onvoldoende om armoede structureel te bestrijden.
Een pleidooi voor hernieuwde solidariteit
Armoede is geen individueel probleem, maar een structurele realiteit. We staan voor een keuze. Blijven we inzetten op versnipperde initiatieven en individuele verantwoordelijkheid? Of durven we kiezen voor een vernieuwde, collectieve benadering waarin de overheid een actieve, ondersteunende rol speelt? De strijd tegen armoede vraagt om steun aan duurzame samenwerking én een overheid die het kompas van sociale rechtvaardigheid opnieuw in handen neemt.
Referenties
Cantillon, B. (2016). De staat van de welvaartstaat. Acco.
Ghys, T., & Vranken, J. (2021). Structureel armoedebeleid is slim armoedebeleid (en vice versa). In J. Coene, T. Ghys, B. Hubeau, S. Marchal, P. Raeymaeckers, R. Remmen, & W. Vandenhole (red.), Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2021 (pp. 140-151). Academic & Scientific Publishers.
Van Lancker, W. (2018, 11 oktober). Hoe kan een gemeente armoede aanpakken? Verkiezingskoorts mag de feiten niet in de weg staan. Sociaal.net.
Woltring, N. (2024). De marktconforme verzorgingsstaat – Nederlands neoliberalisme in de lange jaren negentig. Boom uitgevers.
Afbeelding van Holly Dornak via Pixabay

