Over milieuonrechtvaardigheid en het belang van activisme 

22 april wordt al sinds 1970 omgedoopt tot Earth Day, een dag die stilstaat bij het belang van milieubescherming. De faculteit Letteren en Wijsbegeerte projecteerde in het teken hiervan de film The Sky Above Zenica, gevolgd door een panelgesprek. 

Enkele reflecties bij de screening van The Sky Above Zenica, 29 april 2026, door Marnix Beyen 

‘Het geschonden hart van Europa’, zo noemde ik Bosnië in eerdere blogteksten over het land. Daarbij dacht ik vooral aan de vele culturele en politieke tradities die er samenkomen, en aan de gewelddadige confrontaties die daaruit zijn voortgevloeid. In de documentairefilm The Ssky Aabove Zenica krijgt deze metafoor ook een heel andere betekenis.   

Zlatko Pranjić & Nanna Frank Møller (c) SFF

Milieuonrechtvaardigheid als een vorm van neokolonialisme

De cineasten Zlatko Pranjić en Nanna Frank Møller volgen een lokale activistische groep in haar strijd tegen de luchtvervuiling die staalgigant Arcelor Mittal tot heel recent in de stad Zenica veroorzaakte. Bij gebrek aan de nodige filters stootte het bedrijf een ontzaglijke hoeveelheid schadelijke stoffen uit. De film brengt de gevolgen hiervan op een schrijnende wijze in beeld. De grijze en bruine rook boven de stad doet bijna apocalyptisch aan. We zien hoe mensen met diverse kankers en andere ziekten hun pijn en hun leed met grote waardigheid dragen. 

Dat het ook anders kan, blijkt uit het feit dat in andere vestigingen van dezelfde multinational – onder meer in Gent – veel milieuvriendelijker wordt geproduceerd. De hoeveelheid gezondheidsproblemen ligt er dan ook veel lager.  

Het tragische lot van een land dat centraal in Europa – en dus dicht bij een immense afzetmarkt – maar buiten de Europese Unie is gelegen. Een land dat bovendien door de oorlogen van de jaren 1990 niet over een krachtdadige overheid beschikt. Een land ook in diepe economische crisis, dat om werkgelegenheid smeekt. Die omstandigheden maken dat het land ook extreem kwetsbaar is voor de hebzucht van multinationals. In plaats van door regelgeving de gezondheid van hun burgers te beschermen, doen de overheden er alles aan om de internationale bedrijven in het land te houden. Europese instanties bestendigen de situatie eerder dan ze te remediëren. Zo reikte de European Bank for Reconstruction and Recovery een groen label uit voor een nieuwe, milieuvriendelijke installatie van hetzelfde bedrijf in Zenica, maar keek ze tegelijk weg van de oude vervuilende fabriek.  

Het geheel van deze elementen draagt bij tot een situatie van milieuonrechtvaardigheid die neokoloniaal kan worden genoemd. Voor één van de activisten in de film voelt het alsof “wij in Bosnië als een soort lagere wezens worden bekeken.”  

De gemeenschap als tegenmacht

Toch gaat de film net zo goed over hoe in deze lokale gemeenschap een reële tegenmacht wordt gecreëerd, waarmee zowel de fabriek als de overheden rekening moeten houden. Bij de ontwikkeling van die tegenkracht spelen zowel kennis als verbinding en volharding een grote rol. We zien hoe Samir Lemeš, hoogleraar aan de universiteit van Zenica, een waterdicht dossier tegen het bedrijf opbouwt. We volgen vrijwilligers die informatie vergaren over de ziekten in de stad. We zien hoe zij overheden, vertegenwoordigers van de Europese ontwikkelingsbank en uiteindelijk ook de directie van de fabriek confronteren met de nefaste gevolgen van hun beleid.  

De film toont ook dat dit activisme heeft geloond – maar niet op de manier die de actievoerders voor ogen hadden. Arcelor Mittal sloot haar vestiging in Zenica, waarbij ook de tewerkstelling verloren ging. Het bedrijf dat de fabriek heeft opgekocht biedt geen garanties dat het wel respect voor de gezondheid van de bevolking aan de dag zou leggen.  

Het belang van activisme én duidelijke reglementering 

Alle hierboven vermelde thema’s passeerden ook de revue tijdens de nabespreking van de film. In de eerste plaats kwamen Zlatko Pranjić en Samir Lemeš zelf aan het woord. Deze twee jeugdvrienden presenteerden hun acties als verschillende zijden van eenzelfde strijd. De concrete actie die Lemeš op het terrein voerde, kreeg een ruimere weerklank en slagkracht dankzij de documentaire van Pranjić en Møller. Het succes van de actie wordt waarschijnlijk mee verklaard door de film die erover werd gemaakt. Pranjić benadrukte dan ook het blijvende belang van activistische documentaires.  

Vervolgens verruimden vier sprekers van onze eigen universiteit het perspectief in verschillende richtingen. Gerlinde Verbist (Instituut voor Sociaal Beleid) legde de link met bredere kwesties van klimaatrechtvaardigheid. Wout Saelens (Centrum voor Stadsgeschiedenis) vergeleek de problematiek van het hedendaagse Zenica met die van het negentiende-eeuwse België (waar hij recent het boek Fossil Consumerism over schreef. Bossissi Nkuba (Instituut voor Ontwikkelingsbeleid en Africa museum) bracht de film in verband de actuele neokoloniale verhoudingen in Centraal-Afrika. Alle sprekers benadrukten vooral het belang van duidelijke reglementering voor het beteugelen van kapitalistische hebzucht.  

Veel dank aan Nelleke Tanis (Centrum voor Stadsgeschiedenis en zeničanka-by-choice) voor het aanreiken van het idee om deze film naar aanleiding van Earth Day te screenen, en aan Tim Soens (Centrum voor Stadsgeschiedenis) voor de organisatie van het evenement en de integratie ervan in zijn vak Ecologische Geschiedenis.