Niet voor gevoelige kijkers: een uitzonderlijke collectie wassen beelden

We ontmoeten doctoranda Gitte Samoy in Berchem, in een kelder vol met vreemde voorwerpen en rariteiten: wassen hoofden met uiterlijke kenmerken van syfilis en andere huidziekten, beelden van zwangere vrouwen met een openliggende buik, Siamese tweelingen op sterk water,… Welkom in de collectie van de familie Coolen! Met de inventaris van deze bijzondere verzameling start Gitte haar onderzoek binnen het project Science at the Fair. Samen met een team onderzoekers bestudeert ze de rol van reizende kermissen in het verspreiden van wetenschap, technologie en visuele cultuur.

We staan bij het wassen portret van een man met een hevige ooginfectie. Gitte legt uit: “De fabrikanten van deze beelden maakten ze vaak voor zowel medische opleidingen als voor rondreizende musea die meer dan honderd jaar geleden op de jaarlijkse kermis te zien waren. Maar van sommige beelden vermoed ik toch dat ze specifiek voor hun entertainmentwaarde gemaakt werden. Als ze bijvoorbeeld minder realistisch zijn, veel expressie tonen of, zoals hier, een infectie hebben die er wel erg spectaculair uitziet.” 

De rol van het lichaam op de kermis

Het ERC-project Science at the Fair doet onderzoek naar de rol die rondreizende artiesten speelden bij de verspreiding en popularisering van wetenschap, technologie en beeldcultuur op Noordwest-Europese kermissen tussen 1850 en 1914. Gitte voert onderzoek naar een heel specifiek deelgebied, namelijk dat van de representatie van het lichaam. Ze gaat op zoek naar de verschillende manieren waarop lichamen getoond werden op de kermis en onderzoekt welke morele boodschappen rond seksualiteit, gender, klasse, gezondheidsnormen, … hieraan verbonden waren en verspreid werden. Concreet zal ze zich de komende jaren richten op het onderzoek naar freakshows en beelden in de collecties van rondreizende anatomische musea uit die tijd. En de verzameling van de familie Leo Coolen, met uitgebreide collecties uit de Spitzner en Roca musea, is daarvoor het startpunt.

Van Parijs naar Gent

Dr. Pierre Spitzner begon met een vast museum in Parijs van 1850 tot 1885. Kort daarna begint de collectie rond te reizen en doet hij ook kermissen aan, zoals in Gent, Antwerpen en Luik. De tentoonstelling had twee delen: een waar iedereen binnen mocht en een waar enkel meerderjarige mannen welkom waren. En daar was volgens Gitte een goede reden voor: “Hier werden vooral wassen beelden met geslachtsziektes getoond. En die waren niet geschikt voor de ogen van minderjarigen of soms zelfs vrouwen, vond men in die tijd. In de collectie van het Spaanse Roca museum, dat in Barcelona stond in de jaren ‘20 en ‘30, zie je dan weer zoveel geslachtsziektes dat ik mij moeilijk kan voorstellen dat zij ook maar slechts een deel hiervan openstelde voor iedereen.”

Ter leering ende vermaeck

De reden waarom het Roca museum zich vooral zo toespitste op deze specifieke wassen beelden en prenten heeft vooral te maken met de impuls om de arbeidersklasse ‘op te voeden’. “Het museum zelf bevond zich midden in een volkswijk. En er zijn ook posters teruggevonden waar het logo van het Rode Kruis op staat, ze wilden die samenwerking echt benadrukken.” Maar Gitte nuanceert dit ook: “Waarschijnlijk deden ze dit deels om zichzelf te legitimeren. Ze wilden zeker sensibiliseren, maar als je weet dat Roca uit een reizende showfamilie komt, en een buikspreker was, dan snap je dat hij ook als geen ander wist hoe hij mensen moest aantrekken en entertainen.”

Wetenschappelijk (on)verantwoord

In België had de overheid weinig problemen met dit soort tentoonstellingen. Meer nog, ze vonden het eerder positief dat deze collecties konden helpen in de strijd tegen de verspreiding van ziektes en overmatig alcoholgebruik in arbeiderskringen. “In het Verenigd Koninkrijk zie je dan weer een heel andere houding,” weet Gitte, “vooral vanuit de geneeskundige hoek. Daar worden dit soort musea al zo vroeg als 1857 als ‘onwetenschappelijk’ en ‘obsceen’ bestempeld. Ook het feit dat er soms geneesmiddelen werden verkocht op die plaatsen, botste op veel weerstand. In België daarentegen kon het Spitzner museum zelfs tot 1950 zonder veel problemen op kermissen blijven staan.”

De inventarisatie van de familie Coolen-collectie is het startpunt van Gittes onderzoek. Het is een grote uitdaging om meer te weten te komen over de historische context en de reactie van het publiek destijds. “Soms vind je bij de wassen beelden een beknopte omschrijving terug, maar vaak is er ook helemaal geen documentatie bewaard gebleven. Ik zou graag nog eens een dokter naar deze foto’s willen laten kijken om te zien of we toch nog wat ziektebeelden kunnen identificeren. Daarnaast kijk ik ook erg uit naar een bezoek aan Barcelona, daar zou naar verluidt ook nog een heleboel interessant materiaal te vinden zijn over Roca en hun geschiedenis als reizende kermisfamilie.” Wordt vervolgd dus!


Meer weten?

Not for sensitive viewers: an exceptional collection of wax figures
We meet PhD student Gitte Samoy in Berchem, in a cellar full of strange objects: wax sculptures with the external features of syphilis and other skin diseases, pregnant women with exposed bellies, Siamese twins on strong water,... Welcome to the Coolen family collection! With the inventory of this extraordinary collection, Gitte starts her first research within the project Science at the Fair. The EU-funded SciFair project team performs pioneering research on the role itinerant show people played in the circulation of information about scientific and technological advances at fairs in western Europe between 1850 and 1914. Gitte's research focuses on freakshows and anatomical museums at those fairs.