Puzzelen voor mediëvisten. Moors kon snippers van de Martijntrilogie voor het eerst sinds hun fragmentatie herenigen. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, MS 77-78. Foto’s door Sofie Moors. © CC BY 4.0.
Het moeilijkste gedicht van de dertiende-eeuwse Vlaamse auteur Jacob van Maerlant werd niet alleen gekopieerd in kostbare, dikke boeken, maar vooral in dunne schriftjes – het middeleeuwse equivalent van een goedkope pocket. Dat blijkt uit onderzoek van Sofie Moors (Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Nederlanden), die alle achttien bewaarde versies van Maerlants Martijntrilogie met elkaar vergeleek. Tot nu toe dachten onderzoekers dat de tekst vooral in grote verzamelhandschriften circuleerde. “Het moeilijkste gedicht van de Middelnederlandse literatuur bleek een bestseller”, aldus Moors, “wat kopiisten mogelijk onder druk zette om de tekst snel en in een handzaam formaat te verspreiden.” (Tekst: Sofie Moors)
Een kopiist die ook maar één woord of letter aan zijn gedicht verandert, verdient de zwaarste banvloek. Zo opende Jacob van Maerlant in de dertiende eeuw het derde deel van zijn Martijntrilogie. Hij had reden tot bezorgdheid: in de middeleeuwen bestond er nog geen kopieerapparaat of ctrl-C. Een tekst kon alleen voortleven als iemand die met de hand overschreef. Elke kopie bevatte onvermijdelijk varianten. Juist die kopiistenfouten laten zien hoe teksten werden verspreid – en voor de Martijntrilogie moet dat razendsnel zijn gebeurd.
Kostbare knipsels
Acht van de achttien versies zijn pas relatief recent ontdekt, en het zijn allemaal fragmenten: boekbinders versneden afgedankte manuscripten om er banden mee te verstevigen. “Hoe vernietigend dat ook klinkt, het is eigenlijk iets om dankbaar om te zijn”, verduidelijkt Moors, “want die snippers zijn vaak het enige wat er nog overblijft.”
Toen Moors de oorspronkelijke boekjes achter die acht fragmenten reconstrueerde, kreeg ze een heel ander beeld dan verwacht: stuk voor stuk dezelfde layout en afmetingen, allemaal uit Brabant en uit dezelfde periode. “Dat is geen toeval, dat is een productiepatroon”, vertelt Moors.

Dat verklaart meteen waarom er zo weinig van overblijft. “Hoe wijdverspreider een tekst was, hoe kleiner zijn kans om intact te overleven. Denk aan de krant die dagelijks op je deurmat valt: die hergebruik je sneller als inpakpapier dan je favoriete fictieboek”, zegt Moors. “Deze boekjes werden niet zorgvuldig in kloosterbibliotheken bewaard. Ze werden aan stukken gelezen en daarna gerecycleerd. Dat het gedicht vernietigd werd, bewijst hoe populair het was.” Mogelijk werden de schriftjes van de Martijntrilogie in het onderwijs gebruikt. Dan was de complexiteit van het gedicht misschien juist een key selling point, zoals leerlingen vandaag Latijn en Grieks studeren.
Een kopiist met haast
Eén fragment, precies het fragment met de meeste fouten, bleek het meest betekenisvol. Deze kopiist schreef niet in de volgorde van het verhaal, maar kopieerde eerst op één zijde van een groot vel (dat nog gevouwen moest worden) en pas daarna op de andere. Dat weten we doordat hij zijn werk nooit afmaakte: er bleven twee pagina’s blanco die normaal beschreven hadden moeten zijn. Zo’n niet-lineaire werkwijze is foutgevoelig en loont alleen wanneer je hetzelfde boekje meermaals maakt – dus bij productie in oplage. Precies wat onderzoekers voor deze tekst uitsloten, vanwege de moeilijke inhoud: “Zo groot was het succes van Maerlants gedichten nu ook weer niet”, klonk het. Dankzij de fragmenten weten we nu dat het dat wél was.
Stopte deze kopiist met schrijven omdat hij onder hoge werkdruk te veel fouten had gemaakt? Of was hij misschien vervloekt? “Is het toevallig dat het laatste wat hij kopieerde voor hij stopte uitgerekend die vloek was, waarin hij bovendien het vers overslaat waarin Maerlant vraagt zijn tekst ongewijzigd te laten?” vraagt Moors zich af. “Of maakt mij dat te bijgelovig?”
Contact
Sofie Moors | sofie.moors@uantwerpen.be | Instagram @PhDofSofie | FWO Vlaanderen (1182725N)
Meer weten? Kom naar de doctoraatsverdediging op 11 september 2026.


