De Antwerp School of Education (ASoE) vierde begin mei haar verjaardag met een feestelijke studienamiddag. Al tien jaar slaat het academisch expertisecentrum de brug tussen onderzoek, opleiding en praktijk. We spraken met vier sleutelfiguren over de evolutie van het lerarenberoep en de kracht van samenwerking. “Bij belangrijke koerswijzigingen zitten wij vaak mee aan de knoppen.”
Elk jaar volgen in UAntwerpen zo’n 300 studenten een educatieve master, met als droom om later voor een klas te staan. Afgestudeerde leerkrachten krijgen vandaag met helemaal andere uitdagingen te maken dan pakweg twintig jaar geleden. Zo is de leerlingenpopulatie sterk veranderd. “Er is veel meer meertaligheid, waardoor elke leerkracht zich vandaag met talige ontwikkeling moet bezighouden”, zegt professor Elke Struyf, voorzitter van de onderwijscommissie Academische Lerarenopleiding. “Ook evolueren we naar meer inclusief onderwijs, waarbij leerlingen met een beperking steeds vaker hun weg vinden naar een reguliere school. Er is ook een duidelijke verschuiving naar evidence based werken. En uiteraard kunnen we niet om technologische innovaties zoals AI heen, waarbij we ons de vraag moeten stellen hoe we die constructief kunnen inzetten om van onze studenten betere leerkrachten te maken.”
Luc Pierrart, directeur van Centrum Nascholing Onderwijs (CNO), stelt daarnaast vast dat datageletterdheid aan belang wint: “Het volstaat bijvoorbeeld niet om toetsen simpelweg te verbeteren. Leerkrachten moeten met de cijfers aan de slag als basis voor remediëring, aanpassing van de didactiek of om hun evaluatie bij te sturen.” Door al die uitdagingen is ook samenwerking tussen leerkrachten en andere onderwijsprofessionals steeds meer een must.
Ook in het hoger onderwijs nemen de verwachtingen toe, weet Ann Stes, onderwijscoördinator bij het ExpertiseCentrum Hoger Onderwijs (ECHO). “Het is niet meer genoeg om expert te zijn in je vak. Docenten moeten vandaag ook inzetten op inclusie, duurzaamheid en interdisciplinariteit. Dat vertaalt zich in vernieuwingen in de professionalisering en ondersteuning die we aanbieden.”
Kruisbestuiving
Binnen dat veranderende landschap zet de ASoE volop in op kwalitatieve vorming. Professor Chris Van Ginneken, voorzitter van de ASoE: “We richten ons zowel op de initiële opleiding tot leerkracht via de educatieve master als op verdere professionalisering van wie al in het onderwijs staat. CNO heeft daarbij een aanbod voor leerkrachten in het basis-, secundair- en volwassenenonderwijs, ECHO mikt op onze eigen docenten en onderwijsondersteunend personeel. Onze kracht is dat we die drie entiteiten – lerarenopleiding, CNO en ECHO – samenbrengen. Daardoor ontstaat er een kruisbestuiving waarbij onderzoek en praktijk elkaar versterken.”
Wetenschappelijk onderzoek vormt de hoeksteen binnen de ASoE, waarbij Didactica het onderzoek van de ZAP’ers van de educatieve masters bundelt. Nieuwe inzichten worden soms rechtstreeks vertaald naar het curriculum van de educatieve masters. Zo leidde het onderzoeksproject Focus op Taal tot meer aandacht voor laaggeletterdheid in de vakdidactiek Nederlands.

“ECHO put uit inzichten uit onderzoek, bijvoorbeeld rond inclusief onderwijs voor kansengroepen. Via onder meer lunchsessies kunnen docenten zich daarover bijscholen.”
– Ann Stes
Daarnaast zorgt het CNO-aanbod er mee voor dat inzichten uit het onderzoek vlot doorstromen naar de klasvloer. Luc Pierrart: “Die kennis is vaak gratis beschikbaar via gidsen en websites, maar dan nog blijft het belangrijk om leerkrachten en directies mee te krijgen in het verhaal. Een mooi voorbeeld daarvan is onze themadag rond klasmanagement op 25 september 2025, waar we workshops aanboden, Elke Struyf keynotespreker was en iedereen een exemplaar ontving van de inspiratiegids ‘Effectief klasmanagement en een veilig klasklimaat dat leren ondersteunt’.”
Van onderzoek naar onderwijstool
Het onderzoek mondt ook uit in praktische tools voor docenten en leerkrachten. Zo resulteerde onderzoek naar zorg op school in een handboek voor onderwijsprofessionals, met daaraan gekoppeld een toolbox met spelmateriaal voor leerlingenbegeleiding. ECHO ontwikkelde recent nog een ‘Gids toetsvormen’, met handvatten voor inclusief evalueren.
Een sterke troef van de ASoE is de samenwerking tussen de verschillende entiteiten. Luc Pierrart: “Het is een grote meerwaarde dat wij als CNO ingebed zijn in de universiteit. We zitten dichtbij de wetenschappelijke bron én de onderzoekers. Dat leidt tot een mooie wisselwerking, onder meer via onze werkgroepen. Daarin zitten vakdidactici, praktijkassistenten en onderwijsprofessionals samen. Onderzoekers krijgen zo een blik op de praktijk en leerkrachten, schoolleiders en ondersteunend personeel blijven op de hoogte van de nieuwste wetenschappelijke inzichten.”

“Het is een grote meerwaarde dat wij als CNO ingebed zijn in de universiteit. We zitten dichtbij de wetenschappelijke bron én de onderzoekers. Dat leidt tot een mooie wisselwerking, onder meer via onze werkgroepen.”
– Luc Pierrart
Sturende rol in beleid
Ook beleidsmakers leggen regelmatig hun oor te luisteren bij de ASoE. Zo was professor Jordi Casteleyn, hoofddocent aan de ASoE, voorzitter van de commissie nieuwe minimumdoelen voor het vak Nederlands in het basisonderwijs. Ook het project ‘Taal+’, waarbij een tweejarige professionalisering rond taaltrajecten in het basisonderwijs werd uitgewerkt, kwam er op vraag van de overheid. Daarmee hielp CNO tientallen scholen op weg.

“Het is fijn om mee aan de knoppen van vernieuwing te zitten. Als universiteit is dat ook onze rol.”
– Elke Struyf
Ook het project TALENT, dat focust op cognitief sterke leerlingen, is een mooi voorbeeld van die impact. Samen met KU Leuven en de UGent werkte de ASoE mee aan een kennisplatform waar scholen het nodige materiaal vinden. Ann Stes: “Ook wij hebben vanuit ECHO aandacht voor dit topic. Het voorbije jaar organiseerden we twee keer een sessie rond hoogbegaafdheid in het hoger onderwijs, met het project TALENT als inspiratiebron. Zaak is dan om de vertaalslag naar het hoger onderwijs te maken.”
Sterk aan de start
De vier zijn overtuigd van de unieke meerwaarde van een academische lerarenopleiding. Elke Struyf: “Onze afgestudeerden zijn inhoudelijke experten in hun domein, met een laag vakdidactiek erbovenop. Bovendien zijn ze gewend om zich te baseren op data en wetenschappelijke literatuur. Die onderzoekende houding werpt vruchten af op de klasvloer, maar ook in het schoolbeleid. Zo werken wij momenteel aan een leidraad voor een positief groepsklimaat. We moedigen scholen daarbij aan om zich te baseren op data. Wat zijn volgens de literatuur efficiënte manieren om pesten aan te pakken? Hoe evalueer je het effect van die maatregelen?”

“De sterkte van de educatieve masters is dat ze mee stoelen op recent onderzoek. Een masteropleiding van vandaag is daardoor niet dezelfde als die van vijf jaar geleden.”
– Chris Van Ginneken
Levenslang leren
Leerkrachten en docenten zijn ook na hun opleiding nooit helemaal volleerd. Luc Pierrart: “Een educatieve master omvat 60 studiepunten: dat is te weinig om bijvoorbeeld alle ontwikkelings- en leerstoornissen grondig te bestuderen. CNO speelt in op de noden die er nog zijn na het volgen van de lerarenopleiding. Zo biedt het als enige in Vlaanderen een academisch postgraduaat ‘Schoolleider in het secundair onderwijs’ aan.”
Ook ECHO moedigt iedereen met een onderwijsopdracht aan om zich blijvend bij te scholen. Ann Stes: “Het stopt niet als je de Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) hebt behaald. Verdere professionalisering blijft nuttig. Stel dat je je wil verdiepen in peer assessment, dan zijn daarvoor bijkomende sessies nodig.”
Een leraar of docent moet, kortom, levenslang bijleren. Elke Struyf: “Aangezien we niet alles kunnen meegeven in de basisopleiding, moeten we slimme keuzes maken. Maar dan nog blijft er een zekere frustratie. De lacunes vangen we op met een gevarieerd nascholingsaanbod: van korte bijscholingsmomenten tot een postgraduaat, maar ook inspiratiegidsen, boeken, posters, toolkits, webinars, kennisplatformen … Met dat brede palet proberen we zoveel mogelijk doelgroepen te bereiken.”
Enkele cijfers
- 300 studenten volgen momenteel een educatieve master.
- 18 415 onderwijsmedewerkers volgden een nascholing bij CNO in 2024-2025.
- 335 personeelsleden van UAntwerpen volgden minstens één professionaliseringssessie bij ECHO in 2024-2025.
Meer weten?
Lees alles over het evenement ’10 jaar Antwerp School of Education’

