Het succesvolle verleden van het dorp Doel: de middenstand in de polder

Het polderdorp Doel is tot buiten de Belgische landsgrenzen bekend als een spookdorp in de schaduw van de kerncentrale, wat heel wat dagjestoeristen naar de polder lokt. Veel minder bekend is echter het succesvolle verleden van de regio. “De polderlandbouw was bijzonder commercieel en daar profiteerden niet enkel de landbouwers maar ook de middenstand in het dorp van”, zegt Wout Vande Sompele. “Smeden, wagenmakers, winkeliers en herbergiers floreerden in Doel en ontwikkelden zich tussen de zeventiende en negentiende eeuw sterker dan op de meeste andere plekken op het Vlaamse platteland.”

De levendige geschiedenis van een spookdorp

De meeste Vlamingen brachten de voorbije decennia een bezoek aan het dorp Doel. Het straatbeeld met de door graffiti bekladde voorgevels, de dichtgetimmerde ramen en deuren en de ten dele ingestorte woningen zorgen voor een unieke, desolate sfeer. Niets van dit alles doet vermoeden dat de poldersamenleving slechts een eeuw voordien zijn hoogtepunt kende en Doel een bruisende dorpsgemeenschap was. Voor zijn doctoraatsonderzoek boog Wout Vande Sompele, verbonden aan het Centrum voor Stadsgeschiedenis van de Universiteit Antwerpen, zich over de geschiedenis van de Doelpolder en zijn bewoners tussen de start van de zeventiende eeuw en het einde van de negentiende eeuw.

“Het verleden van Doel staat gelijk aan de geschiedenis van de rurale middenstand”, vertelt Vande Sompele. De Doelpolder werd in 1614 opgericht en in datzelfde jaar werd het dorp gebouwd, dat slechts één functie vervulde: de vele diensten die de landbouw ondersteunden huisvesten. “Denk bijvoorbeeld aan smeden, wagenmakers, timmerlieden, bakkers, winkeliers, herbergiers en schippers.”

Een succesverhaal in de schaduw van de polderlandbouw

De polder was een wingewest. Rijke stedelijke investeerders probeerden munt te slaan uit de vruchtbare polderklei. “Zo vinden we onder meer de Antwerpse barokschilder Pieter Paul Rubens  terug in de lijst met grondeigenaars”, verklapt Vande Sompele. Net als de andere investeerders verhuurde Rubens zijn land aan enkele boeren die op grote schaal gerst, tarwe, haver en paardenbonen produceerden voor de Antwerpse markt. De polderlandbouw maakte sommige van die boeren echter zo rijk dat zij na enkele decennia in staat waren hun gehuurde boerderij en land over te kopen. Zij regeerden de polder in de daaropvolgende eeuwen.

De inwoners van het dorp hadden vaak geen boerderij of stukje grond in de polder, maar ook zij richtten zich volledig op de landbouw. Vande Sompele: “Ambachten zoals smeden, wagenmakers, gareelmakers en timmerlieden stonden in voor het onderhoud van de trekpaarden en het landbouwgereedschap. Handelaars voorzagen de polderbewoners van consumptiegoederen die zij meebrachten uit de stad en hielpen vaak als tussenpersoon bij de export van graan. Dienstverleners zoals schippers stonden dan weer in voor het praktische transport van mensen en goederen via de Schelde. Net door de grote schaal waarop de polderboeren opereerden, genereerden zij een dusdanig grote vraag naar de producten en diensten van de Doelse middenstand dat ook zij een graantje konden meepikken.”

Een ongezien niveau van specialisatie

Die vraag zorgde ervoor dat verschillende middenstanders een specialisatie ondergingen die tot nog toe niet werd vastgesteld op andere plekken op het Vlaamse platteland. Vande Sompele: “Terwijl op veel andere plekken ambachten en dienstverleners hun werk uitvoerden in de wintermaanden en in de zomer een eigen stukje land verbouwden als keuterboer, waren de Doelse smeden, herbergiers en bakkers het hele jaar door gericht op hun ambacht en dienstverlening. Ze werden door de polderboeren goed betaald om permanent paraat te staan.”

“Dat succes bleef duren tot het begin van de twintigste eeuw. Vanaf dan importeerden de Belgische havens goedkoper overzees graan en kreeg de Wase polderlandbouw het moeilijk. Bijgevolg verdwenen ook de ondersteunende diensten gradueel uit de regio.”

Contact

Wout Vande Sompele +32499360154 | wout.vandesompele@uantwerpen.be