Februari 2026, berichten van collega’s stromen binnen: “Er is beweging op de binnenplaats”; “Hofstad komt weer tot leven”; “De studenten zijn opnieuw druk in de weer”. Inderdaad, het is tijd voor een nieuwe editie van Hofstad. Hoe verlaten de binnenplaats van Het Brantijser er de afgelopen semesters ook uitzag, wanneer het tweede semester van de even jaren begint, wordt het kleine stukje aarde en onkruid plotseling het middelpunt van belangstelling. Een sterk gevoel van verbondenheid tussen het gebouw en onze studenten en medewerkers wordt weer aangewakkerd. “Weet je nog toen wij Hofstad deden?” is een zin die je vaak hoort wanneer aan UAntwerpen opgeleide onderzoekers over Hofstad praten. Waarom laat deze tuin zoveel sterke herinneringen achter? Wat is dat “Hofstad doen”? (tekst door Cécile Bruyet)
Geschiedenis onderwijzen met de handen in de aarde
Het vak Ecologische geschiedenis van professor Tim Soens is een atypisch opleidingsonderdeel uit de opleiding Geschiedenis. Terwijl de studenten in de collegezaal leren over landbouw, klimaat en hongersnood in het verleden, gaan ze daarnaast ook op een heel praktisch niveau met deze kennis aan de slag. Bronkritiek en historiografie staan op het programma, maar de leermethode ziet er wat anders dan anders uit: studenten moeten tuinieren volgens diverse tuinontwerpen uit verschillende eeuwen en op basis van bronnen variërend van tuinboeken tot interviews afgenomen via de methode van Oral History.

Veel verschillende bronnen dus, voor veel verschillende vragen: Wie had vroeger een tuin en waar gebruikte ze die voor? Wat aten mensen in het verleden? Hoe beïnvloedden landelijke of stedelijke contexten de inrichting van de tuin? Hoe gingen mensen om met weerschommelingen? De bronnenkritiek richt zich op de toepassing van de historische documenten op het tuinieren van vandaag, een proces dat meer vragen oproept dan beantwoordt. Studenten worden uitgenodigd om zelf na te denken: welke soorten moeten we gebruiken bij historisch tuinieren? Welk gereedschap en welke technieken? Welke meststof zou het meest geschikt zijn?
Meestal komen studenten tot het besef dat creativiteit, en niet zozeer tuinierexpertise, nodig is om historische bronnen in de praktijk te brengen met wat er voorhanden is. Zo moest één groep bijvoorbeeld tuinieren aan de hand van kunstinventarissen uit het Antwerpen van de zeventiende eeuw, in het kader van hun opdracht over bloementuinen in de vroegmoderne stad. De bron lijkt misschien ver van het onderwerp af te staan, maar ze bevatte wel lijsten van bloembedden en bloembollen in de binnenplaatsen van de familie Tassis. Van daaruit gebruikten de studenten literatuur om een siertuin in een stedelijke omgeving na te bootsen (vandaar de muren eromheen). Ze plantten bloemen die in de bron te vinden waren en gebruikten schilderijen van Rubens om de geometrie met een fontein in het midden na te bootsen. Het onderzoeksproces verloopt in alle groepen op dezelfde manier, of het nu gaat om een gedicht of een pamflet over tuinieren, een beschrijving van een bekende tuin of aantekeningen van een leerling uit de tuinles. Maar is het dit reflectief proces dat oud-studenten zich jaren later nog herinneren uit de tijd dat ze ‘Hofstad deden’?


Historisch tuinieren als collectieve ervaring
Voor veel studenten is Hofstad vaak hun eerste kennismaking met tuinieren. Ze moeten niet alleen zaden uitkiezen en planten, maar ook zorg dragen voor kwetsbare zaailingen en aandacht hebben voor het weer, slakken en andere ‘gevaren’ voor hun gewassen. Voor sommigen van hen is het bovendien de eerste keer dat ze iets eetbaars oogsten waar ze zelf hard aan hebben gewerkt.

Hoe klein dat ook mag zijn, ik geloof dat deze collectieve ervaring van onafhankelijkheid van de agro-industriële tuinbouw Hofstad zo bijzonder maakt. Als studenten van de oogst zouden moeten leven, zouden ze natuurlijk verhongeren: de tuin vrij klein is en zij zijn met ongeveer 150. Toch nemen ze uit de cursus niet alleen de kennis over historische bronnen mee, maar ook een basiskennis in tuinieren, en vooral… een gevoel van trots.

“Onze tuin”, “wij hebben geplant”, “we hebben samen voor de planten gezorgd”: de trots van de studenten is voelbaar wanneer ze aan het einde van het semester hun werk presenteren voor de andere groepjes. Wie had gedacht dat het nabouwen van een negentiende-eeuwse volkstuin of een middeleeuwse kruidentuin studenten niet alleen ecologische geschiedenis zou bijbrengen, maar ook zo’n gevoel van verbondenheid zou creëren? Als het niet in de scripties van de studenten te lezen is – die academisch moeten blijven – dan is het toch zeker in de manier waarop oud-studenten en huidige collega’s nu nog over Hofstad spreken.
Over de auteur
Cécile Bruyet doctoreert momenteel aan het Centrum voor Stadsgeschiedenis en werkt mee aan het project Food From Somewhere. Samen met Tim Soens was zij verantwoordelijk voor de Hofstad-edities van 2024 en 2026.
Bezoek Hofstad!
Hofstad is op 30 en 31 mei 2026 open voor het grote publiek in het kader van het evenement Open Tuinen: De parels van Clusius, dat plaatsvindt in verschillende tuinen verspreid over de stad Antwerpen. Meer info op de website

