Foto: Journalisten tijdens het Internationaal Militair Tribunaal in Neurenberg, 1945–1946. Foto: Charles W. Alexander. United States Holocaust Memorial Museum / U.S. Army. Publiek domein.
“De geschiedenis zal hierover oordelen.” Zo’n uitspraak klinkt vanzelfsprekend, maar verraadt hoe diep historische categorieën onze blik op het heden kleuren. In haar doctoraat onderzoekt filosofe An Dufraing (Centrum voor Europese Filosofie), geïnspireerd door Hannah Arendt, hoe begrippen als geschiedenis, vooruitgang, crisis en proces ons denken sturen. Ze helpen ons gebeurtenissen te begrijpen, maar kunnen er tegelijk voor zorgen dat concrete mensen, keuzes en verantwoordelijkheden uit beeld verdwijnen. We gaan vaak op zoek naar grotere ontwikkelingen achter wat er gebeurt, spreken over crises alsof ze een eigen logica volgen en verwachten van historische afstand soms een neutraliteit die ons ontslaat van oordelen. Volgens An leeft daarin een modern begrip van geschiedenis voort, ook al geloven we daar allang niet meer expliciet in. Daartegenover onderzoekt ze herinneren als een politieke praktijk: een manier om het verleden opnieuw tussen mensen te laten verschijnen, zodat we er samen over kunnen spreken en oordelen en het een plaats krijgt in een gedeelde wereld. (Tekst: An Dufraing)
Woorden doen meer dan benoemen
We ontmoeten de werkelijkheid niet zonder woorden. Begrippen, metaforen en vertrouwde formuleringen geven mee vorm aan hoe we de wereld begrijpen, vaak nog vóór we bewust nadenken. Juist daardoor merken we niet altijd hoeveel interpretatie al in die woorden zit. “Begrippen maken de wereld leesbaar”, zegt An Dufraing. “Maar ze kunnen ook bepalen wat we niet meer zien.”
In haar onderzoek richt ze zich op één bijzonder invloedrijk begrip: geschiedenis. Hannah Arendt maakte een belangrijk onderscheid tussen de vele verhalen die ontstaan uit wat mensen zeggen en doen, en Geschiedenis als één groot proces dat zich als het ware boven hun hoofden afspeelt. An onderzoekt wat van die manier van kijken is blijven hangen. Niet als uitgewerkte theorie, maar in een vertrouwde woordenschat van vooruitgang, ontwikkeling, crisis, objectiviteit en proces.
Die begrippen zijn niet neutraal. Ze dragen ideeën mee over tijd, betekenis en verantwoordelijkheid. We zoeken achter wat verschijnt naar diepere ontwikkelingen, spreken over processen en over ‘de geschiedenis’ alsof die zelf kunnen handelen en verwarren objectiviteit met het opschorten van oordeel. Zo verliezen gebeurtenissen hun eigen karakter en verdwijnen concrete mensen uit beeld. An bekritiseert niet de geschiedschrijving zelf, maar de begrippen waarmee we het verleden begrijpelijk maken.
Een crisis vraagt om een oordeel
Dat wordt zichtbaar in het woord crisis. In onze historische blik verschijnt een crisis gemakkelijk als een fase in een groter proces, een storing die beheerd moet worden of een ontwrichting die we alleen kunnen ondergaan. Daarmee verdwijnt juist wat het Griekse krisis betekende: een moment waarop onderscheiden, beslissen en oordelen noodzakelijk wordt. Arendt sluit opnieuw bij die politieke betekenis aan. In een crisis verliezen vertrouwde verklaringen hun vanzelfsprekendheid. Dit brengt niet alleen gevaar en onzekerheid, maar opent ook ruimte om opnieuw te denken en te oordelen. “Een crisis is niet alleen iets wat ons overkomt. Ze stelt ons voor een situatie waarin niemand het oordeel van ons kan overnemen.”
Herinneren gebeurt tussen mensen
Daarom onderzoekt An herinneren als een andere verhouding tot het verleden. Herinneren betekent meer dan feiten bewaren. Wat gebeurd is, moet verteld, beluisterd, geïnterpreteerd en beoordeeld worden om betekenis te krijgen. Herinneren is daarom geen individuele bezigheid, maar iets wat tussen mensen gebeurt.
Dat wordt duidelijk in getuigenissen. Aan de hand van onder meer het Eichmannproces laat Dufraing zien dat de luisteraar een wezenlijke rol speelt in wat herinnerd kan worden. Pas in de relatie tot een luisteraar kan iemand als getuige verschijnen en kan het vertelde publieke werkelijkheid worden. Luisteren maakt mee mogelijk dat een ervaring als getuigenis in een gedeelde wereld kan verschijnen.
Zo brengt herinneren het verleden opnieuw tussen mensen. Het houdt gebeurtenissen aanwezig als iets waarover we samen kunnen spreken, van mening verschillen en oordelen. Precies daarin kan het verleden opnieuw politiek worden: niet als afgerond verhaal, maar als iets dat ons in het heden nog aanspreekt en om een antwoord vraagt.
Contact
An Dufraing | an.dufraing@uantwerpen.be
Meer weten? Kom naar de doctoraatsverdediging op 5 oktober 2026.
History does not judge. We have to.
We never encounter reality without words. Concepts such as history, progress, crisis, objectivity and process help us make sense of what happens, but they also shape what we are able to see. Drawing on Hannah Arendt, philosopher An Dufraing examines how the modern concept of History continues to inform our historical vocabulary, often without our noticing it. This matters politically: events can lose their singularity, while concrete people, their actions and their judgments disappear from view.
The concept of crisis brings this tension into focus. Today, crises readily appear as stages in larger developments, system failures to be managed, or disruptions we can only endure. Dufraing contrasts this with the Greek meaning of krisis and Arendt’s political understanding of crisis: a moment when familiar explanations lose their self-evidence and judgment becomes necessary again.
The dissertation then turns to remembrance as a different relationship to the past. Remembering involves more than preserving facts: what happened must be narrated, heard, interpreted and judged. Here Dufraing places particular emphasis on the listener. Testimony does not simply exist before it is received. Only in relation to someone willing to listen and respond can a person appear as a witness and their testimony acquire public reality. Remembrance can thus bring the past back between people: into a shared world where it can still be discussed, contested and judged.

