Alleenstaande ouders en hun kwetsbaarheden

Auteur: Christine Van Peer, Vlaamse Statistische Autoriteit

Van alle Vlaamse gezinnen met officieel inwonende kinderen, is een op vier een eenoudergezin. De scheve verdeling naar geslacht blijft hardnekkig doorheen de tijd. Het merendeel zijn nog steeds alleenstaande moeders. In 2022 is van alle alleenstaande ouders met officieel inwonende kinderen de meerderheid (80%) een alleenstaande moeder. Twintig jaar eerder, in 2002, was dit 82%.

Dat alleenstaande ouders een financieel kwetsbare groep zijn in Vlaanderen is al langer geweten. Jaar na jaar verschijnen zij in de armoedecijfers als gezinnen met een sterk verhoogd armoederisico (zo leefde iets meer dan 25% in armoede in 2023, volgens de recentste data van Statbel). Minder studies zijn voorhanden die een licht werpen op het functioneren van ouders op meerdere domeinen van het dagelijks leven.

De gezinsenquête biedt een erg rijke informatiebron over een heel scala aan thema’s. De doelpopulatie zijn ouders van een kind jonger dan 25 jaar. De laatste gezinsenquête werd afgenomen bij meer dan 3.000 ouders in het voorjaar van 2021.

In 2023 publiceerden we het rapport Alleenstaande ouders in Vlaanderen. Een analyse van kwetsbaarheid bij alleenstaande ouders in Vlaanderen vergeleken met ouders in koppelverband. Het kwam tot stand in een samenwerking tussen het Departement Zorg en de Vlaamse Statistische Autoriteit.

De focus van de studie lag voornamelijk op de verschillen tussen alleenstaande ouders en ouders in intacte gezinnen, dat zijn de gezinnen waarvan de leden nooit een scheiding meemaakten.

We onderzochten de verschillen tussen deze gezinnen vanuit een zeer breed perspectief, gaande van het maatschappelijke functioneren, over het functioneren op het niveau van het gezin en de opvoeding van de kinderen, tot op het persoonlijke niveau.

13 domeinen van dagelijks leven onderzocht

Voor dertien domeinen werden indicatoren van kwetsbaarheid geconstrueerd. Alleenstaande ouders lopen op tien van de dertien onderzochte domeinen een significant verhoogd risico op kwetsbaarheid vergeleken met ouders in intacte gezinnen (gegevens 2021).

De kwetsbaarheid van alleenstaande ouders komt zeer uitgesproken tot uiting in een grote cluster van de maatschappelijke deeldomeinen: wonen, sociaaleconomische positie en inkomenspositie. In deze drie domeinen zijn de verschillen met andere ouders het grootst.

Een tweede grote cluster van levensdomeinen waarop de kwetsbaarheid van eenoudergezinnen naar voor komt en waar de verschillen met andere ouders uitgesproken groot zijn, is de cluster van gezondheid. Zowel wat hun fysieke als hun mentale gezondheid betreft, vertonen alleenstaande ouders een beduidend hogere kwetsbaarheid dan andere ouders.

Op de domeinen van ouderschap en opvoeding is de kwetsbaarheid veel minder uitgesproken en zijn er weinig tot geen verschillen met ouders in andere gezinnen. Een gelijk opvoedingsengagement verhult evenwel niet dat de gezinsrelaties binnen eenoudergezinnen moeilijker verlopen, dat er bijvoorbeeld meer pijnlijke gevoelens zijn en dat gezinsleden minder op elkaar kunnen steunen bij moeilijkheden. De onderlinge gezinsrelaties of het ‘algemene gezinsfunctioneren’ werd gemeten aan de hand van de subschaal ‘General Functioning’, een van de zeven schalen van de McMaster ‘Family Assessment Device’. Eenoudergezinnen scoren beduidend slechter op deze schaal dan andere gezinnen.

We lichten enkele kernbevindingen toe.

Minder sociaaleconomische slagkracht

De komst van kinderen vormt een uitdaging voor de arbeidsmarktparticipatie van alle ouders, maar voor alleenstaande ouders komen daar de beperkingen inherent aan de gezinsstructuur bovenop. Ze zijn minder actief op de arbeidsmarkt. Ze treden die arbeidsmarkt ook tegemoet met minder ‘resources’. Net niet de helft (49%) behaalde een diploma hoger onderwijs. In intacte gezinnen ligt het aandeel hooggeschoolden significant hoger (62%).

Een kwart (24%) van de werkende alleenstaande ouders werkt in een arbeidersstatuut, bij ouders in intacte gezinnen is dat 17%.

Laaggeschoolde alleenstaande moeders maken bovendien het minst gebruik van een gelijkmatig verdeeld verblijfsco-ouderschap na scheiding, waardoor de potentiële voordelen die deze regeling biedt voor een vlotte combinatie van gezin en werk aan hen voorbijgaan.

Minder autonomie op de werkvloer

Bij alleenstaande ouders worden meer beperkingen ervaren op de werkvloer: ze kunnen minder makkelijk ouderschapsverlof opnemen, de mogelijkheden om van thuis uit te werken zijn voor hen beperkter en er is minder inspraak bij het bepalen van de werkuren dan bij andere ouders. Dat alleenstaande ouders vaker in een arbeidersstatuut werken, verklaart dit ten dele mee.

De autonomie inzake het bepalen van de eigen werkuren ontbreekt het vaakst bij alleenstaande vaders: de helft onder hen heeft geen enkele autonomie in dit opzicht, waar dit bij vaders in intacte gezinnen beperkt blijft tot een op de drie. 

Hoge subjectieve armoede

Het ontbreken van een tweede inkomen zorgt voor een uitgesproken zwakkere financiële positie van alleenstaande ouders. Ze zijn sterker afhankelijk van slechts één inkomen en verliezen de schaalvoordelen van een samenwonend partnerschap.

Van alle ouders in Vlaanderen leeft 9% in 2021 in subjectieve armoede. Dat is het aandeel dat moeilijk of zeer moeilijk rondkomt. Maar deze subjectieve armoede verschilt significant naar gezinstype.

Een op de vijf (20%) van de alleenstaande ouders komt moeilijk tot zeer moeilijk rond. Dat is vier keer meer dan bij ouders in intacte gezinnen (5%). Bij ouders in intacte gezinnen geeft slechts 4% aan moeilijk tot zeer moeilijk rond te komen.

Deze subjectieve armoede is nog meer uitgesproken bij alleenstaande moeders. Van hen komt een kwart (24%) moeilijk tot zeer moeilijk rond, dat is zes keer meer dan moeders in intacte gezinnen (4%) en dubbel zoveel dan alleenstaande vaders (12%). Wanneer ook het ‘eerder moeilijk’ rondkomen wordt meegenomen, heeft meer dan de helft (54%) van de alleenstaande moeders het moeilijk om het hoofd financieel boven water te houden. Doordat zij minder vaak en minder snel herpartneren dan vaders, herstellen moeders veel moeizamer en trager van de financiële terugval na een scheiding.  

Minder financiële slagkracht

Ruim een op de drie (35%) van de alleenstaande ouders kan geen onverwachte uitgave van € 1.100 het hoofd bieden. In intacte gezinnen gaat het om 12% van de ouders. Ook hier manifesteert zich een groot genderverschil ten nadele van alleenstaande moeders.  

Bijna vier op de tien (38%) van de alleenstaande ouders kan zich geen jaarlijkse vakantie van een week veroorloven, tegenover 13% van de ouders in intacte gezinnen. Ondanks de verbetering bij alleenstaande ouders die de gezinsenquêtes over de tijd tonen, blijft het risico op vakantie-deprivatie nog steeds drie keer zo hoog in vergelijking met intacte gezinnen. 

Drie indicatoren van financiële slagkracht samengenomen (het kunnen betalen van facturen, een onverwachte uitgave aankunnen, een week vakantie kunnen betalen), rapporteert bijna de helft (47%) van de alleenstaande ouders minstens een van deze problemen, dat is significant meer dan bij intacte gezinnen (20%). De verschillen naar gezinstype diepen zich uit naar geslacht. Meer dan de helft van de alleenstaande moeders (53%) heeft minstens één financieel probleem. Bij alleenstaande vaders is dat 36%.

Vaker huren, kleiner wonen

Eenoudergezinnen zijn minder vaak eigenaar van een woning (56%, tegenover 87% van ouders in intacte gezinnen). Ze vormen de groep die significant vaker huurt, zowel privaat als sociaal. Bijna een op drie (31%) onder hen huurt op de private markt, tegenover slechts 9% van de intacte gezinnen. En een op de tien alleenstaande ouders (11%) is sociaal huurder, bij de intacte en samengestelde gezinnen gaat het telkens om slechts 2%.

Vergeleken met alleenstaande ouders wonen dubbel zoveel intacte gezinnen in een vrijstaande woning: 43% versus 21% bij alleenstaande ouders. Ruim een kwart van de alleenstaande ouders woont in een appartement: 28%, tegenover 10% bij de intacte gezinnen. 

Minder gebruik van diensten

Er zijn verschillen in het gebruik van precies die diensten die zowel de huishoudelijke taakbelasting als de combinatie werk en gezin zouden kunnen faciliteren. Alleenstaande ouders maken significant minder gebruik van kinderopvang: 43% van de werkende alleenstaande ouders van een min-16-jarige gebruikt geen enkele vorm van opvang, ook geen naschoolse opvang. Bij intacte gezinnen is dat 33%.

Ze maken tevens significant minder gebruik van betaalde hulp in het huishouden dan andere gezinnen waarbij minstens een van de partners in het koppel werkt. Bijna driekwart onder hen (71%) maakt geen gebruik van betaalde poetshulp. In intacte gezinnen ligt het aandeel niet-gebruik op 55%.

Slechtere gezondheid

Alleenstaande ouders schatten zowel hun fysiek als psychisch welbevinden lager in dan koppel-gezinnen. Ruim een kwart (28%) onder hen rapporteert een chronische ziekte, tegenover 20% van de ouders in intacte gezinnen.

De verschillen met intacte gezinnen zijn het grootst wat de subjectieve gezondheid betreft. Een op de tien onder hen meet zichzelf een slechte tot zeer slechte gezondheid toe. Bij ouders in koppel-gezinnen is dat 3 à 4%.

Alleenstaande ouders rapporteren ook een lager psychisch welbevinden: 32% van de alleenstaande ouders zit bijvoorbeeld ‘soms’ tot ‘altijd’ in de put; bij intacte gezinnen daalt dat aandeel naar 19%. Ze zijn vaker neerslachtig, minder vaak gelukkig, minder vaak kalm en rustig. Ze scoren ook lager op items die vitaliteit meten: ze voelen zich significant vaker uitgeput en moe, en minder vaak levenslustig en energiek.

Vele eerdere studies toonden reeds aan dat scheiding correleert met een slechtere fysieke gezondheid, met grotere gevoelens van depressie en met een lager zelfbeeld. De gezinsstructuur lijkt die negatieve gevoelens te bestendigen.

Er is geen beduidend verschil in mentale gezondheid tussen intacte en samengestelde gezinnen: de aanwezigheid van een partner lijkt een belangrijke buffer tegen een slechte psychische gezondheid te zijn – ook al kan hier een selectie-effect spelen waarbij mentaal gezonde ouders sneller herpartneren. 

Kinderen kosten veel geld, maar opvoeden is verrijkend

Wat de verschillende dimensies van opvoeding betreft ontstaat een genuanceerd beeld. Op het subitem ‘kinderen kosten veel geld’ scoren alleenstaande ouders significant hoger. Zij linken meer financiële kosten aan de opvoeding dan ouders in intacte gezinnen. 77% van de alleenstaande ouders is van oordeel dat kinderen opvoeden veel geld kost, een significant hoger aandeel dan bij intacte gezinnen (66%).

Ook maken alleenstaande ouders zich vaker zorgen over de financiële toekomst van de kinderen: 56%, tegenover 47% in intacte gezinnen.

Tegelijk doen zij het even goed wat de positieve dimensies van opvoeden betreft. Alleenstaande ouders verschillen niet van andere ouders wat het verrijkende aspect van opvoeden betreft. Ze ervaren de opvoeding zelfs als minder isolerend dan ouders in intacte gezinnen. Ze ervaren de opvoeding ook niet als méér belastend dan andere ouders: ze verbinden geen hogere emotionele en lichamelijke kosten aan het opvoeden dan ouders in intacte gezinnen.

Minder sociale steun

Alleenstaande ouders kunnen gemiddeld bij minder personen terecht voor sociale steun. Ze geven aan te worstelen met een gebrek aan steun vanuit de sociale omgeving, vooral wat de opvoeding, de zorg voor en opvang van de kinderen betreft.

Accumulatie van kwetsbaarheden

Het rapport neemt tot slot een aanzet tot het in beeld brengen van de mogelijke accumulatie van kwetsbaarheden op alle onderzochte domeinen.

De sterke onderlinge wisselwerking tussen de sferen van wonen, werk en financiële positie maakt dat kwetsbaarheid bij alleenstaande ouders zich vooral op deze drie domeinen accumuleert. Een kwetsbare financiële positie treedt dan ook vaak op met een precaire huisvesting en een zwakkere sociaaleconomische positie. De verschillen met intacte gezinnen zijn ook het grootst in deze drie domeinen.

Wanneer daar ook de twee domeinen van gezondheid (fysieke en mentale gezondheid) aan worden toegevoegd, komt het rapport tot de conclusie dat minder dan de helft (42%) van de alleenstaande ouders op geen van de vijf domeinen kwetsbaar is. Ruim de helft (58%) heeft op minstens één domein een verhoogde kwetsbaarheid. Ter vergelijking: bij ouders in intacte gezinnen stelt zich voor een ruime meerderheid van 70% geen enkel probleem van kwetsbaarheid. 

De vergeten groep

Aan het eind van de vragenlijst konden respondenten antwoorden op enkele open vragen. Het zware financiële aspect van het alleenstaand ouderschap kwam vaak terug in de antwoorden.

Ook een gebrek aan begrip vanuit de bredere omgeving en vanuit de brede maatschappij, valt alleenstaande ouders zwaar. Men voelt zich als groep ‘vergeten’.

Werkende alleenstaande ouders geven aan dat ze relatief zwaardere inspanningen moeten leveren dan andere ouders voor hun arbeidsmarktdeelname in termen van de combinatiekosten gezin en werk, maar er te weinig voor terugkrijgen in termen van loon en voordelen. Ook hierin voelen zij zich te weinig erkend en ondersteund.

Een van de alleenstaande ouders formuleerde het als volgt: “Een werkende alleenstaande ouder heeft steeds onvoldoende tijd om alle verantwoordelijkheden deftig te combineren. Het nagaan van het recht op premies en beurzen vraagt tijd en energie, die ik vaak niet meer heb, waardoor ik er zeker van ben dat ik bepaalde zaken niet ontvang, hoewel ik er recht op zou kunnen hebben.”

Nood aan maatschappelijke waardering van het alleenstaand ouderschap

Er s nood aan maatschappelijke waardering voor eenoudergezinnen en aan een erkenning van het alleenstaand ouderschap als volwaardig gezinsmodel. Dit komt tegemoet aan een sterke nood die leeft bij alleenstaande ouders. Velen onder hen geven aan te worstelen met een gebrek aan steun en waardering, niet alleen vanuit hun directe sociale omgeving maar ook vanuit de bredere samenleving. Wanneer deze ouders zich gewaardeerd weten als volwaardige gezinnen, zou dit hun veerkracht ten goede komen.

Hoewel echtscheiding intussen breed aanvaard is, wordt alleenstaand ouderschap vandaag nog al te vaak vanuit een deficit-model bekeken: een gebrekkige en bij voorkeur slechts ‘tijdelijke toestand’. Hoewel een aantal resultaten uit het rapport dit deficit-denken zouden kunnen bestendigen, is snel herpartneren geen quick-win oplossing voor een precaire leefsituatie. De normatieve en financiële druk tot herpartneren kan leiden tot een te snelle vorming van een nieuw samengesteld gezin met een hogere kans op een nieuwe gezinsontbinding tot gevolg.

Vele alleenstaande ouders herpakken zich, vinden nieuwe coping-strategieën en vinden na verloop van tijd een nieuw evenwicht. Een deel kiest daarbij – al dan niet tijdelijk – bewust voor het alleenstaand ouderschap of voor een goed overlegd verblijfsco-ouderschap, precies omwille van de stabiliteit in het gezin en de continuïteit in de opvoeding van de kinderen. Het herwonnen evenwicht wordt soms verkozen boven het aangaan van een nieuw partnerschap. 

Dit betekent echter niet dat ook in deze eenoudergezinnen geen structurele moeilijkheden kunnen blijven bestaan. Hier moet een specifiek arbeidsmarkt- en gezinsbeleid voluit zijn rol spelen.

Aanbevelingen

We geven enkele mogelijke pistes mee:

  • Eenoudergezinnen hebben duidelijk nood aan extra ondersteuning wanneer zij zich zorgen maken om de kinderen. Het bestaande hulp- en dienstverleningsaanbod voor gezinnen kan opgeroepen worden hier extra waakzaam voor te zijn.
  • Een verbetering van de maatschappelijke positie van de precaire groep situeert zich onder meer in een toeleiding naar kwalitatieve jobs die zorgen voor voldoende netto-verdiencapaciteit, verder versterkt via een aangepaste gezinsfiscaliteit.  
  • De relatief hogere ‘kost van werken’ in vergelijking met koppelgezinnen houdt vooral laaggeschoolde alleenstaande moeders van de arbeidsmarkt. Eenoudergezinnen hebben zeer specifieke noden inzake kinderopvang, precies omwille van het ontbreken van een partner op dagdagelijkse basis voor het verdelen van zorg bij (acute) opvangnoden. Er kan gedacht worden aan buurtinitiatieven die laagdrempelige en betaalbare steun bieden bij de specifieke opvangnoden van alleenstaande ouders.
  • Er is nood aan arbeidstijdregelingen die aangepast zijn aan de specifieke gezinsnoden bij alleenstaande ouders. In het bijzonder kunnen alleenstaande ouders bewust gemaakt worden van de mogelijkheden die nu reeds bestaan op dit vlak.  

Meer lezen?

Van Peer, C. (2023). Alleenstaande ouders in Vlaanderen. Een analyse van kwetsbaarheid bij alleenstaande ouders in Vlaanderen vergeleken met ouders in koppelverband. Vlaamse Statistische Autoriteit & Departement Zorg.

Afbeelding van Bethany Beck via Unsplash