Dagboek: Lab Politieke Geschiedenis in Thessaloniki

Dag 1

✈️

Na twee jaar noodgedwongen onderbreking is het Lab Politieke Geschiedenis eindelijk opnieuw de wijde wereld ingetrokken! Niet naar Bosnië-Herzegovina dit jaar, maar wel naar Thessaloniki. Ook hier trachten we de verschillende lagen van de politieke, sociale en culturele geschiedenis in het huidige stadsbeeld te ontdekken. Al behoorde Thessaloniki enkele jaren langer tot het Osmaanse Rijk dan Sarajevo, toch is de islamitische erfenis er veel minder zichtbaar. De Byzantijnse geschiedenis daarentegen laat zich aflezen uit de vele kerken en uit de indrukwekkende stadswallen. De ooit bijzonder rijke Joodse traditie is vandaag bijna volledig afwezig, nadat de nationaalsocialistische bezetter er tijdens de Tweede Wereldoorlog zo’n 50.000 Joden uitroeide. De sporen van dat rijke Joodse leven en van die tragische uitroeiing vonden we terug in het in 2001 gebouwde Joodse Museum. ‘s Namiddags spraken we ook met enkele mensen uit de Joodse gemeenschap, die ons vertelden hoe de Joodse erfenis van de stad tot recent vrijwel volledig vergeten was. Dat gesprek ging door in de lokalen van de School of History and Archeology van de Aristoteles Universiteit (Ενημέρωση Φοιτητών ΑΠΘ), waar we gastvrij werden ontvangen door Giorgos Antoniou en Giorgos Angelopoulos. We bezochten er de folkloristische collectie en luisterden er naar boeiende lezingen over het Prespa-Akkoord, dat in 2018 een einde moest maken aan het langlopende conflict tussen Griekenland en de voormalige republiek Macedonië (sindsdien Republiek Noord-Macedonië), en over het “nationale schisma” dat de liberaal-nationalistische eerste minister Eleftherios Venizelos diametraal tegenover de koning Constantijn I plaatste over de vraag of Griekenland al dan niet aan de zijde van de Entente-machten aan de Eerste Wereldoorlog diende deel te nemen.

Dag 2

Op dag 2 van onze reis maakten we een uitstap naar twee plaatsen ten westen van Thessaloniki, waar we geconfronteerd werden met sterk verschillende aspecten van de Griekse natievorming. Eerst bezochten we Vergina, waar in 1977 uitzonderlijk rijke graven uit de vierde eeuw vóór Christus werden gevonden. Hoewel er onder archeologen nog veel onzekerheid over bestaat, wordt één van hen toch zonder een spoor van twijfel gepresenteerd als het graf van Philippus II, de vader van Alexander de Grote. De plaats werd dan ook een belangrijke herinneringsplaats voor het Griekse nationalisme. De zogenaamde “zon van Vergina” – die op een aantal objecten in de graven te vinden was – werd een symbool van Grieks-Macedonië en een voorwerp van strijd met de Former Yugoslav Republic of Macedonia. In de namiddag reden we door naar het stadje Veria, waar we een fascinerende rondleiding kregen door een lokale niet-professionele historicus en herinneringsactivist. Hij toonde ons hoe een stad waar ooit Joden, moslims en christenen zij aan zij leefden haar etno-religieuze diversiteit is verloren binnen de Griekse natiestaat. Er leeft nog welgeteld één Jood, het Joods kerkhof is er omgevormd tot een sportveld met enkele eenzame, overwoekerde graven en een klein Holocaustmonument dat nauwelijks aandacht krijgt. De synagoge werd er gerestaureerd op een manier die weinig aansluiting vindt bij de lokale traditie en doet er louter dienst als bezienswaardigheid. In de wijken die ooit islamitisch waren, zijn alle moslims verdwenen na de grootschalige bevolkingsruil tussen Griekenland en Turkije van 1922-1924. Een voormalige moskee huisvest vandaag een cultureel centrum, en een nabijgelegen trap die tijdens het begin van de Osmaanse periode dienst deed als bidplaats voor moslims, wordt sinds het begin van de twintigste vereerd als het altaar vanwaar de Apostel Paulus tijdens de eerste eeuw na Christus zou hebben gepredikt.

Dag 3

Op dag 3 van onze reis namen de studenten voor het eerst zelf het voortouw. Twee groepen studenten leidden ons rond door het oosten van de benedenstad en door de bovenstad. Ze brachten ons op één en dezelfde dag naar het monument voor de genocide op de Pontische Grieken door het Jong-Turkse regime (1914-1922) en naar het geboortehuis van Mustafa Kemal Atatürk, wiens Turks Nationale Beweging mee verantwoordelijk wordt gesteld voor die catastrofe (die voorlopig slechts door Cyprus, Griekenland en Zweden als genocide is erkend). Ook de judeocide brachten ze opnieuw in herinnering, toen ze ons halt lieten houden bij het sobere monument dat in 2014 is opgericht op de plaats waar zich ooit de immense Joodse begraafplaats bevond. Al vanaf de jaren 1920 moest deze gedeeltelijk plaats ruimen voor de nieuwe universiteit, en vanaf 1942 stond het nazi-bewind toe dat ze helemaal werd afgebroken door het gemeentebestuur van de stad. Enkele van deze afgebroken grafstenen vonden we nadien toevallig terug aan de voet van de Byzantijnse Akropolis, waar zij samen met enkele orthodoxe en islamitische grafstenen rondslingeren in de tuin van het “Eforaat voor oudheden”. Voorts bracht de wandeling ons onder meer ook langs de indrukwekkende erfenis die de vierde-eeuwse Romeinse keizer Galerius in de stad heeft nagelaten (de Rotunda en de ruïnes van zijn paleis, met de bekende boog) en langs vele Byzantijnse religieuze bouwwerken: de Agia Sofia, de Church of the Acheiropoietos, het Vlatades Monastery en het Latomos Monastery. We konden ook vaststellen hoe Thessaloniki zich sinds de jaren 1970 de Grieks-Macedonische erfenis nadrukkelijk is gaan toe-eigenen: we stonden aan de standbeelden van Alexander de Grote (opgericht in 1973, tijdens het kolonelsregime) en van zijn vader Philippus II (opgericht na de ontdekking van de graven in Vergina), en zagen op vele plaatsen de vlag van de stad, waarop een portret van Alexander de Grote een centrale plaats bekleedt. De Osmaanse erfenis ontmoetten we ook tijdens deze wandeling slechts sporadisch, in de vorm van een afgebroken minaret bij de Rotunda en van verhalen over kerken die eeuwenlang als moskee hebben gediend. Voor zover de Osmaanse periode verschijnt in het narratief van de stad, is het vooral als een periode van onderdrukking, waarvan de stad zich in 1912 bevrijdde. Dat stelden we ook vast in het museum dat vandaag gevestigd is in het bekendste Osmaanse gebouw van de stad, de Witte Toren.

Dag 4

Ook op de vierde en laatste dag van onze excursie leidden de studenten ons door het verleden en het geheugen van Thessaloniki. We zetten onze verkenning van de bovenstad voort en trokken daarna naar het westen van de benedenstad. De verschillende historische lagen die we ook de voorbije dagen hadden gezien trokken opnieuw aan ons voorbij, maar in andere configuraties. We zagen hoe het Romeinse forum slechts in de jaren 1960 werd blootgelegd en ook vandaag nog een site in ontwikkeling is. Aan de haussmannisering van de stad, die zich na de brand van 1917 onder leiding van de Franse architect Ébrard heeft voorgedaan (met het Aristoteles-plein als paradepaardje), ontsnapte deze site. De Osmaanse traditie, die de voorbije dagen nauwelijks zichtbaar was geworden, openbaarde zich nu duidelijker aan ons. Dat gebeurde echter slechts omdat we er expliciet naar zochten, want de stad trekt er nauwelijks de aandacht op. De twee overblijvende gebouwen die in de binnenstad ooit als moskee werden gebouwd, zijn sinds 1912 ontdaan van hun religieuze functie. De Hamza-Bey werd herdoopt tot de Alkazar – naar een berucht bordeel uit de Osmaanse periode – en diende vele jaren als bioscoop voor de Grieken die na de bevolkingsruil uit Anatolië terugkeerden. De Alaca Imaret Moskee kende een lange geschiedenis van verval en fungeert sinds haar recente restauratie als een cultureel centrum. Ook de Aigli Geni hammam werd lange tijd een bioscoop en huisvest nu een nachtclub. Bij een aantal andere gebouwen doet zich dan weer een opmerkelijke continuïteit voor met de Osmaanse periode. In de Bezesteni worden nog altijd stoffen en andere producten verhandeld, en de graftombe van Sjeik Musa Baba bleef ook na de het einde van de Osmaanse periode een cultusoord. Dat laatste was echter slechts mogelijk dankzij het religieuze syncretisme dat zich ook al tijdens de Osmaanse periode rond deze site had ontwikkeld en dat de herinnering aan Musa Baba had ge-deïslamiseerd. De uit 1891 stammende residentie (Konak) van de gouverneur-generaal van Osmaanse Vilayet Thessaloniki, ten slotte, doet vandaag dienst als zetel van het ministerie van Macedonië en Thracië. Door zijn neoklassieke stijl lijkt dit gebouw perfect de hellenistische en Macedonische identificatie van het huidige bestuur uit te stralen, ook al was precies deze stijl typerend voor de Osmaanse architectuur na de Tanzimat. Slechts het medaillon van Alexander de Grote werd recent in het fronton toegevoegd. Vitaliano Poselli, de Italiaanse architect van de Konak bouwde enkele jaren later ook de Kathedraal van de Onbevlekte Ontvangenis voor de kleine katholieke gemeenschap in de stad en na de Eerste Wereldoorlog de synagoge voor de Joden die tijdens de Balkan-oorlogen (1912-1913) uit Monastir (het huidige Bitola in Noord-Macedonië) waren gevlucht. Het zou de enige synagoge van de stad zijn die de Tweede Wereldoorlog overleefde.Iemand als Poselli probeerde dus actief gestalte te geven aan een multiculturele stad. Toch konden we ook tijdens deze laatste dag vaststellen hoe, door alle twintigste-eeuwse vernieuwingen heen, de Byzantijnse traditie verreweg het best bewaard en ontsloten werd. Behalve voor het Byzantijnse badhuis, geldt dat ook voor de vele orthodoxe kerken die we op onze weg ontmoetten. Hoe levend deze zijn, konden we ’s avonds zien toen we getuige waren van de (lange voorbereidselen) op de Goede Vrijdag-processie vanuit de Agios Demetrios. Zelfs ons avondmaal nuttigden we op een zwaar met geschiedenis beladen plaats: de Bit Bazaar, een wijk die in de late jaren 1920 speciaal werd aangelegd voor de uit Klein Azië naar Griekenland versleepte bevolking. De winkeltjes die zij op de benedenverdieping mochten openhouden, zijn de voorbije jaren omgevormd tot restaurantjes gericht op een jong publiek.En zo eindigde een fascinerend vierdaags bezoek aan wat de Amerikaanse historicus Mark Mazower een ‘City of Ghosts’ noemde – of nog: een stad van afwezigen. Groepen mensen die het verleden van de stad mee gekleurd hebben, waren nauwelijks in het stadsbeeld terug te vinden toen Mazower zijn monumentale geschiedenis van de stad schreef – en dat bijkt ook vandaag nog in hoge mate te gelden. Het verschil met Sarajevo, waar de verschillende tradities ook vandaag nog – weliswaar niet zonder wrijvingen – naast elkaar voortleven, is verbazend. In de geschiedenis van steden als deze openbaren zich met andere woorden heel verschillende paden die de Europese politieke geschiedenis de voorbije eeuwen heeft genomen.


Als je aankondigingen van nieuwe blogteksten in je mailbox wil ontvangen, stuur dan een bericht naar kim.overlaet@uantwerpen.be.