Onderzoekers worden steeds vaker gevraagd om hun expertise te delen in de media, soms naar aanleiding van hun eigen onderzoek, soms om duiding te geven bij actuele gebeurtenissen. Die zichtbaarheid biedt kansen. Ze toont waar de Universiteit Antwerpen voor staat: kennis delen, nuance brengen en bijdragen aan het maatschappelijk debat. In de meeste gevallen verlopen zulke mediacontacten vlot: onderzoekers krijgen de ruimte om hun expertise te delen en werken samen met journalisten die correct en zorgvuldig te werk gaan. Maar media-aandacht brengt ook verantwoordelijkheid. En druk.
Wat komt er allemaal kijken bij een mediaverschijning? Hoe blijven onderzoekers trouw aan hun wetenschappelijke integriteit? Hoe gaan ze om met framing, druk en reacties? We nemen je mee achter de schermen.
Onderzoekers spreken niet in een neutrale ruimte
Wie als onderzoeker in de media komt, doet dat vandaag in een complex en gedigitaliseerd medialandschap. Volgens professor Catherine Van de Heyning, gespecialiseerd in Europese fundamentele rechten, is dat een cruciaal vertrekpunt. Een uitspraak blijft zelden beperkt tot het oorspronkelijke interview of medium. “Wat je zegt, wordt onmiddellijk opgepikt en verder gedeeld, vaak met commentaar, soms volledig buiten de context waarin het werd gezegd.”
Televisiefragmenten gaan op social media een eigen leven leiden. Een genuanceerd gesprek wordt vaak herleid tot knipsels waarin de context verdwijnt en een andere interpretatie ontstaat. Tegelijk benadrukken onderzoekers dat dit niet de norm is voor elk interview: veel gesprekken blijven wél binnen hun context en geven ruimte aan nuance, zeker wanneer er voldoende voorbereidingstijd en afstemming is.

“Wat wij brengen als wetenschappelijke feiten, wordt soms gezien als een persoonlijke mening of overtuiging. Soms worden onderzoekers ook in een bepaald kamp geplaatst.”
– Catherine Van de Heyning
Het is soms moeilijk om simpelweg “de feiten te brengen”. Want hoe die feiten worden ontvangen, ligt niet in jouw handen. Volgens Catherine komt daar nog een tweede laag van framing bij, vooral na het interview. “Die tweede framing gebeurt vaak online en zorgt ervoor dat onderzoekers soms in een bepaald kamp worden geplaatst. Objectieve kennis wordt soms geïnterpreteerd als een persoonlijke overtuiging of een mening. Of nog erger: als een standpunt in een breder gepolariseerd debat.”
Voorbereiding onder tijdsdruk
Vaak ontstaan mediavragen vanuit de actualiteit. Dat betekent weinig tijd en extra druk. Toch mag snelheid niet ten koste gaan van correctheid. Veel onderzoekers bereiden zich daarom gericht voor:
- ze checken de context
- ze zoeken recente cijfers op
- ze formuleren hun kernboodschappen vooraf
Professor Laure Jacquemin, audioloog en gespecialiseerd in onderzoek naar gehoorschade, schrijft die kernboodschappen op. “Er is altijd een spanningsveld. Journalisten willen vaak een zwart-witboodschap, terwijl wij nuance willen brengen. Het helpt als ik tijdens het gesprek kan terugvallen op mijn kernboodschappen.” Ze herinnert zich een interview waarin het gesprek ontspoorde richting een randthema. “De journalist bleef maar doorvragen over blaffende honden, terwijl dat niet mijn hoofdboodschap was. Gelukkig haalde dat fragment het journaal niet.”
“Journalisten willen vaak een zwart-witboodschap, terwijl wij nuance willen brengen. Het helpt dan om terug te kunnen vallen op mijn kernboodschappen.”
– Laure Jacquemin

Ook voorgesprekken met journalisten zijn belangrijk. Ze helpen om de insteek te begrijpen en de boodschap aan te scherpen. Volgens professor Peter Van Aelst, gespecialiseerd in politieke communicatie, hoort dat bij het vak: “Je leert wat een medium nodig heeft en past je antwoorden daarop aan zonder de inhoud los te laten.” Catherine merkt op dat journalisten soms blijven aandringen, zelfs wanneer je aangeeft dat de vraag buiten je expertise ligt. “Je zegt: dit is niet mijn domein. En toch vragen ze je om er gewoon iets over te zeggen” Het is dan extra belangrijk om je grenzen te bewaken, zeker onder tijdsdruk.
En soms gaat het razendsnel. Professor Erika Vlieghe, infectioloog bij het UZA, vertelt hoe de nieuwsvragen bij een mogelijke virusuitbraak binnen enkele uren binnenstromen. “Wat begint als een gewone werkdag, kan plots voelen als terug naar corona. Je moet snel schakelen, informatie opzoeken en duiding geven.”

“Door eerst een voorgesprek te hebben met een journalist, leer je wat een medium nodig heeft en pas je je antwoorden daarop aan zonder de inhoud los te laten.”
– Peter Van Aelst
Nuance versus eenvoud
Journalisten zoeken helderheid: een duidelijke boodschap, liefst in één zin. Maar wetenschap werkt anders: met nuance en in een welbepaalde context. In de praktijk slagen veel onderzoekers er goed in om die vertaalslag te maken, zonder hun inhoud te verliezen. Maar het vergt wel wat voorbereiding.
“Voor het journaal weet ik dat ik twee keer twaalf seconden krijg.”, zegt Peter. “Dan moet je niet je hele onderzoek uitleggen, maar focussen op de essentie.” Mediavragen vertrekken ook vaak vanuit de actualiteit: “Ze bellen mij niet altijd over mijn onderzoek, maar bijvoorbeeld over een conflict binnen een politieke partij. Dan moet je snel inschatten of je daar iets zinnigs over kan zeggen.” Soms schuurt dat tegen de grens van hun expertise aan. Zo kreeg Peter vragen over uitspraken van Melania Trump of zelfs de kat van Bart De Wever. “Dat zijn randfenomenen waarbij ik me afvraag of ik wel toegevoegde waarde heb.”
Een mediaoptreden vraagt steeds de nodige afweging. Hoe ver kan je vereenvoudigen zonder je boodschap te vervormen? Toch is het volgens Erika mogelijk om complexe informatie begrijpelijk te maken, als je bewust kiest voor heldere taal en duidelijke voorbeelden.

“Een mediaoptreden vereist voorbereiding. Je wil je boodschap zo helder mogelijk overbrengen. Als je bewust kiest voor heldere taal en duidelijke voorbeelden, kan je ook complexe informatie begrijpelijk maken.”
– Erika Vlieghe
Integriteit onder druk
Naast begrijpelijkheid speelt de vraag hoe je wetenschappelijk correct blijft wanneer de druk toeneemt om sneller en stelliger te communiceren. De onderzoekers hanteren daarbij enkele basisprincipes:
- blijf binnen je expertise
- zeg expliciet wat je niet weet
- vermijd absolute uitspraken
Maar volgens Catherine volstaat ‘correct communiceren’ niet altijd. “In sterk gepolariseerde thema’s bereik je met feiten alleen niet altijd je doel. Het vraagt ook inzicht in hoe informatie wordt ontvangen en hoe overtuigingen meespelen in de perceptie.”
Erika benadrukt dat het belangrijk is om te herkennen wanneer een vraag niet langer over feiten gaat, maar over beleid of opinie. Wanneer een journalist vraagt: “Wat moet er volgens jou nu gebeuren?”, verschuift het gesprek. “Die grens bewaken is niet eenvoudig, maar wel essentieel voor je geloofwaardigheid.”
Van ego naar afweging: ga ik hierop in?
Veel onderzoekers zeggen in het begin snel ‘ja’ op mediavragen. “Het streelt je ego.”, zegt Peter. “Met de jaren groeit echter het besef dat niet elke vraag een goed idee is en word je selectiever. Tijd speelt ook mee: als ik niet genoeg tijd heb om me voor te bereiden zeg ik liever nee.”
Ook Erika weegt altijd af of ze wel de juiste persoon is. Zo niet, verwijst ze door naar collega’s. “Leren neen zeggen is belangrijk. Niet elke vraag is een kans, soms vormt ze zelfs een risico voor de kwaliteit van je boodschap.”

“Met de jaren groeit het besef dat niet elke vraag een goed idee is en word je selectiever. Als ik niet genoeg tijd heb om me voor te bereiden zeg ik sowieso liever nee.”
– Peter Van Aelst
Catherine stelt zichzelf telkens dezelfde vragen: “Ligt dit binnen mijn expertisedomein? Draag ik echt iets bij? Of gaat het hier vooral over zichtbaarheid?” Ze verwijst ook bewust door naar collega’s, met aandacht voor diversiteit. “Media tonen nog te vaak hetzelfde profiel: het clichébeeld van de ‘wijze’, ‘grijze’, mannelijke professor. Dat geeft een verkeerd beeld van wie professoren vandaag zijn.”
“Media tonen nog te vaak hetzelfde profiel: het clichébeeld van de ‘wijze’, ‘grijze’, mannelijke professor. Dat geeft een verkeerd beeld van wie professoren vandaag zijn.”
– Catherine Van de Heyning

Wat blijft hangen (en wat niet)
Vaak hebben onderzoekers weinig controle over wat in de media blijft hangen en waarvoor ze worden gevraagd. “Op een bepaald moment ging het overal over noise-cancelling hoofdtelefoons en gaf ik daar één keer uitleg over. Het was niet mijn hoofdonderzoek, maar daar krijg ik vandaag nog altijd vragen over.”, zegt Laure. “Andere maatschappelijk relevante thema’s zoals gehoorproblemen bij kinderen, krijgen minder aandacht.” Wat herkenbaar is, blijft hangen, ook voor journalisten zelf.
Framing heeft impact
Onderzoekers geven interviews, maar hebben geen controle over titel, quotes of context. Een genuanceerd antwoord kan snel worden herleid tot een label: voor of tegen, links of rechts. “Je wordt heel snel in een bepaald hoekje geplaatst. Terwijl dat net is wat wetenschap probeert te vermijden.”, zegt Catherine.
Erika herkent dat ook: “Je legt iets uit, genuanceerd en voorzichtig. En de volgende dag lees je een titel die veel stelliger is dan wat je hebt gezegd.” Tijdens de coronacrisis werd dat heel zichtbaar. Omdat ze “mee aan tafel zat”, werd later gesuggereerd dat ze beslissingen had goedgekeurd die politiek waren genomen. “Dat moment maakte duidelijk hoe snel wetenschappelijke en politieke communicatie door elkaar lopen.”

“Een genuanceerd antwoord wordt soms herleid tot een label en je wordt snel in een bepaald hoekje geplaatst. Terwijl dat net is wat wetenschap probeert te vermijden.”
– Catherine Van de Heyning
Peter benoemt een gelijkaardige frustratie: het vervelende gevoel dat de nuance verloren gaat en je rol herleid wordt tot “een professor die iets zegt”. En soms zijn er ook directe gevolgen. Laure geeft het voorbeeld van oorsuizen. “Dat wordt vaak heel negatief gebracht. Terwijl veel mensen daar in de praktijk goed mee leren omgaan.” Na mediaberichtgeving merkt ze dat patiënten zich meer zorgen maken. “De dag erna staat onze lijn roodgloeiend.”
“Als er mediaberichtgeving is geweest rond oorsuizen, maken patiënten zich meer zorgen. De dag erna staat onze lijn roodgloeiend.”
– Laure Jacquemin

Omgaan met (haat)reacties
Achter elk interview zit een mens. Zichtbaarheid brengt niet alleen impact, maar ook emotionele druk mee: het gevoel dat je “juist moet zitten” en de reacties achteraf. Erika kreeg tijdens de coronacrisis, naast veel positieve reacties, ook persoonlijke en soms zeer harde berichten. “Dat raakt, zeker in het begin.” Peter kreeg onlangs een negatieve reactie na een radio-interview over Trump: “Dat was echt scheldproza. De luisteraar zag me als een Trump-supporter, terwijl ik enkel duiding had gegeven over waarom zoveel mensen Trump blijven steunen. Toen dacht ik: hier wil ik niet te veel in terechtkomen.”
“Tijdens de coronacrisis kreeg ik, naast veel positieve reacties, ook persoonlijke en soms zeer harde berichten. Dat raakte me wel.”
– Erika Vieghe

Catherine leest reacties niet. “Dat is niet uit onverschilligheid, maar uit zelfbescherming.” Ze pleit ervoor om onderzoekers vanuit de universiteit op dat vlak beter te ondersteunen, bijvoorbeeld door negatieve reacties te filteren of mee op te volgen.
De rol van collega’s en ondersteuning
Onderzoekers staan er niet alleen voor. Collega’s zijn een belangrijk klankbord. Ook de persdienst van de universiteit speelt een belangrijke rol bij de voorbereiding, het inschatten van risico’s en begeleiding. Die ondersteuning is, zeker in complexe of gevoelige situaties, essentieel. Het maakt een groot verschil in hoe boodschappen naar buiten komen en worden ontvangen.
Wetenschapscommunicatie is geen bijzaak
De onderzoekers zijn het erover eens dat mediawerk essentieel blijft. Ondanks de uitdagingen, kijken ze over het algemeen positief naar hun ervaringen met de media. “Als niemand je onderzoek leest, heeft het weinig impact.”, zegt Laure. Catherine benadrukt onze bredere rol: “We hebben een maatschappelijke taak. We moeten blijven bijdragen aan het debat. Als onderzoekers afhaken door druk of negatieve reacties, verdwijnen ook hun onderzoeksthema’s uit de media en het debat.”
Wetenschapscommunicatie is dan ook niet louter een individuele keuze, maar een collectieve verantwoordelijkheid. Onze mediaoptredens bepalen mee hoe de Universiteit Antwerpen wordt gezien: als betrouwbare en innovatieve kennispartner die bijdraagt aan de maatschappij.
Heb je ondersteuning nodig?
De persdienst van de Universiteit Antwerpen helpt je graag bij:
- mediavragen
- voorbereiding van interviews
- vertaling van onderzoek naar een breder publiek
- het schrijven van persberichten
Heb je regelmatig contact met de media?


