Een terugblik op de filmavond rond de restitutie van koloniale goederen

Terugblik door Marnix Beyen

“Dieper kijken. Beter begrijpen.” Zo luidt de slogan van FLW FOCUS, het nieuwe platform waarmee de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte haar publieksgerichte activiteiten meer in de kijker zet. Die dubbele doelstelling kwam voortreffelijk samen in de filmavond over de restitutie van koloniale goederen, die op 24 maart 2026 plaatshad. Nieuwe en verhelderende inzichten ontstonden precies omdat de activiteit bruggen sloeg tussen domeinen waarin de faculteit actief is: tussen objecten, bewegende beelden en literatuur; tussen talen, landen, disciplines, genres en tijdsperiodes. En dat alles rond een thematiek die tot vandaag nijpende maatschappelijke en ethische kwesties oproept.

De screening vond niet voor niets plaats aan de vooravond van de International Day of Remembrance of the Victims of Slavery and the Translantic Slave Trade. Daarnaast paste ze in een jaarlijkse traditie om in de maand maart een film te vertonen vanuit een Afrikaans perspectief. De organisatie lag in handen van historicus Ilja Van Damme, literatuurwetenschapper Kathleen Gyssels en communicatiewetenschapper Matthias De Groof. Zo sloegen we ook een brug naar de Faculteit Sociale Wetenschappen.

Kortfilms brengen dekolonisatie in beeld

De rijkdom van de avond was in de eerste plaats te danken aan de hoogst originele, diverse en toch coherente selectie aan kortfilms:

🎦 De avond begon met de Franse film Les statues meurent aussi van Alain Resnais, Chris Marker en Ghislain Cloquet uit 1953. In deze periode stond het kolonialisme weliswaar al sterk ter discussie, maar was het niettemin nog stevig gevestigd.

🎦 Daarna kwam You hide me van Nii Kwate Owoo, een Engelstalige Ghanese film uit 1970, toen de dekolonisatie nog vers in het geheugen lag.

🎦 Vervolgens kwam Et les chiens se taisaient van Sarah Maldoror aan bod, een Franse film die in 1978 uitkwam. Die verwijst sterk naar het Franse overzeese departement Martinique. Hoewel het eiland nooit werd gedekoloniseerd, bracht het met Aimé Césaire en Frantz Fanon wel enkele van de belangrijkste antikoloniale stemmen voort.

🎦 Afgesloten werd met Onder het witte masker, een film in het Lingala die Matthias De Groof in 2020 maakte.

Deze diverse filmselectie werd benaderd vanuit verschillende disciplinaire invalshoeken. Zo besprak communicatiewetenschapper Matthias De Groof Les statues meurent aussi en kreeg You hide me omkadering door Pauline Malenga Mwanga, die een proefschrift voorbereidt op het grensvlak tussen geschiedenis en sociolinguïstiek. Literatuurwetenschapper Amaury Dehoux wierp ten slotte zijn licht op Et les chiens se taisent. Het geheel werd in drie talen ingeleid en historisch geduid door Ilja Van Damme, die nadien ook het gesprek met het publiek leidde.

Kunstroof als aanval op Afrikaanse culturen

In al deze films is de hoofdrol weggelegd voor de Afrikaanse kunstwerken die de Europese kolonisatoren hebben weggeroofd. Toch is de positie die deze objecten erin vervullen zeer verschillend van film tot film. Alle filmmakers en commentatoren waren het erover eens dat de roof van deze kunst het resultaat was van een doelbewuste aanval op de Afrikaanse culturen.

De antikoloniale diagnose van Marker en Resnais bleef zelf aan het kolonialisme schatplichtig door de essentialiserende en exotiserende visie op *de* Afrikaanse cultuur. Volgens hen zal die ook na de ‘dood van de beelden’ blijven bestaan in andere vormen, zoals jazzmuziek en sport.

Owoo en Maldoror daarentegen laten de beelden – die zij grotendeels ingepakt laten in de depots van het British Museum en het Musée de l’Homme – als aanleiding dienen om op te roepen tot culturele dekolonisatie. In You hide me gebeurt dat op een directe, docerende wijze, in Les chiens se taisaient neemt het een meer getheatraliseerde vorm aan.

De Groof toont in zekere zin het (gewenste) resultaat van deze dekolonisatie door de beelden zélf te laten terugspreken in een Afrikaanse taal. Hij keert daarbij het narratief van een Belgische koloniale film uit 1958 om, en legt de standbeelden een tekst in de mond van dezelfde Aimé Césaire op wiens werk ook Maldoror zich baseerde voor haar film. De beelden die Resnais en Marker nog dood verklaarden, zijn in Onder het witte masker springlevend.

Heeft het zin om kunst terug te geven?

Behalve You Hide Me gaan de films gaan niet rechtstreeks in op het restitutiedebat, maar zij roepen er onvermijdelijk wel vragen over op die tijdens het debat ook aan bod kwamen. Indien de kolonisator de beelden heeft ‘gedood’ door ze van hun sociale en rituele functie te ontdoen, heeft het dan nog zin ze terug te bezorgen aan de ex-kolonies? Wordt het debat ook vandaag niet te veel vanuit een Europees perspectief gevoerd? Leunt dat debat dus niet dichter aan bij het perspectief van Resnais uit 1953 dan bij de meer radicale benaderingen van Owoo, Maldoror en De Groof? En leidt het debat rond restitutie, voor zover het wordt gevoerd, niet af van nog fundamentelere vragen rond herstelbetalingen en de reële erkenning van de koloniale schuld?

Een avond als deze is vanzelfsprekend te kort om al deze vragen te beantwoorden, maar hij bood ruimschoots materiaal om het debat te (blijven) voeren. En dat is precies waar het bij de activiteiten van FLW FOCUS om te doen is.

Pendant la soirée du 24 mars intitulée « restitutie van koloniale goederen » (que je traduis librement à « restitution des biens coloniaux ») nous avons assisté à la projection de quatre courts-métrages, chacun suivi d’une brève analyse par un professionnel du domaine. La séance s’est conclue par une discussion générale, au cours de laquelle les participants ont pu poser des questions et partager leurs réflexions. (Texte: Joke Lyssens, Master en langues et littérature : français et linguistique générale)

Le point commun à ces œuvres, que l’on peut toutes qualifier de documentaires, résidait dans leur interrogation sur la représentation des objets africains au sein des institutions occidentales. Cette thématique m’a amenée à m’interroger sur notre manière de considérer ces objets et sur la possibilité du cinéma de remettre en question notre regard occidental. Si tous les films abordent cette problématique, Les Statues meurent aussi (Alain Resnais & Chris Marker, 1953) et Onder het witte masker (Matthias De Groof, 2020) s’inscrivent néanmoins dans un contexte de production occidental. Bien qu’ils adoptent une posture critique, ils prolongent un point de vue déjà largement présent dans les débats contemporains.

Les deux autres court-métrages, notamment Et les chiens se taisaient (Sarah Maldoror, 1978) et You hide me (Nii Kwate Owoo, 1970), ont offert une perspective non-occidentale. Bien qu’ils datent déjà de plus de quarante ans, ils adressent le même sujet toujours actuel à partir d’un regard situé en dehors du cadre occidental, ce qui a apporté un contraste significatif.

Restituer = réparer?

Pour en revenir au thème général de la soirée qui était la restitution des biens, il s’agit d’une question complexe autour de laquelle nous avons pu discuter, mais sur laquelle il y a un tas d’opinions divergentes. Restituer ces objets, c’est-à-dire les remettre à la communauté dans laquelle ils ont été produits, constitue-t-il nécessairement une réparation ? Pour une communauté qui aimerait se reconnecter à son passé et reconstruire un sentiment d’appartenance, la restitution pourrait bien être une solution.

Cependant une autre préoccupation se pose, à savoir que de nombreux objets – masques surtout – ont été défaits de leur valeur sacrée et ont par la suite acquis une signification liée à l’histoire coloniale. Pour les peuples concernés, se réapproprier ces objets implique à la fois de se confronter à ce passé et de redéfinir leur identité. Il s’agit donc de trouver des formes de réappropriation qui permettent de joindre mémoire et reconstruction à travers l’art.

Une relation égalitaire

Je conclurai en soulignant que ce sujet mérite d’être abordé dans des discussions sur le plan international, et sur la base d’une relation égalitaire entre les anciens colonisateurs et les anciens colonisés. En effet, en s’appropriant ces biens et en les exposant dans leurs propres institutions à des fins éducatives, les pays occidentaux perpétuent une forme de domination symbolique qui continue d’inférioriser les anciennes colonies, même après leur indépendance officielle.