Auteur: Koen Frøberg, algemeen directeur YAR Vlaanderen vzw
Vlaanderen maakt van evidence-based werken een prioriteit in de jeugdhulp. Dat blijkt uit de Beleidsnota Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding 2025.
De nadruk ligt op effectmeting als kwaliteitsinstrument: wat werkt, voor wie, en waarom? In dat kader onderwierp YAR Vlaanderen haar coachingprogramma’s aan een vierjarig wetenschappelijk onderzoek (2021-2025). De resultaten tonen dat de aanpak werkt en voor welke jongeren die het meeste oplevert.
Over YAR Vlaanderen
YAR Vlaanderen biedt twee intensieve coachingprogramma’s aan jongeren die kampen met problemen in diverse levensdomeinen.
YAR Coaching richt zich op jongeren tussen 16 en 20 jaar in vijf regio’s: Antwerpen, Limburg, Vlaams-Brabant & Brussel, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen. Het programma van elf maanden draait rond persoonlijke ontwikkeling. Jongeren ervaren dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor de keuzes die ze maken en dat bewuste keuzes maken de eerste stap is om hun leven in handen te nemen.
YAR Wonen ondersteunt jongeren tussen 17 jaar en 4 maanden en 21 jaar die uit noodzaak zelfstandig moeten gaan wonen gedurende 34 weken. Het programma loopt in Limburg en Antwerpen en werkt via drie pijlers:
- Netwerk verruimen en versterken
- Persoonlijke ontwikkeling
- Praktische hulp bij zelfstandig wonen
Meer info over de programma’s is te vinden op de website.
Vermaatschappelijking als keuze
Kenmerkend voor YAR Vlaanderen is de vermaatschappelijking van de zorg via twee sporen:
Vrijwillige medewerkers – Jaarlijks ondersteunen gemiddeld 430 vrijwillige medewerkers jongeren in het programma YAR Coaching of het programma YAR Wonen. Ze krijgen een grondige opleiding in de YAR-methodiek en intensieve ondersteuning volgens het coach-de-coachprincipe.
Partnerschappen – Bedrijven en organisaties maken de werking mee mogelijk, bijvoorbeeld logistiek, financieel of via stageplekken voor jongeren. Corporate volunteering is ook een optie: bedrijven schakelen vrijwilligerswerk bij YAR Vlaanderen in vanuit hun people management als alternatief voor klassieke opleidingen.
De samenleving betrekken is een bewuste keuze. Jongeren hebben baat bij een brede gemeenschap van mensen die hen onvoorwaardelijk steunen. Samen met professionele medewerkers vormen vrijwillige medewerkers en partners de gemeenschap waarin jongeren de steun ervaren om hun potentieel te ontwikkelen.
Het onderzoek
Het onderzoek naar de coachingprogramma’s had twee doelstellingen:
- De effectiviteit van YAR Coaching en YAR Wonen meten via een evaluatietool;
- Het profiel bepalen van jongeren voor wie de programma’s het meest effectief zijn.
Evi Verdonck, dr. in de criminologie aan de hogeschool UCLL (expertisecentrum Resilient People), voerde het onderzoek uit.
Via een longitudinaal onderzoek volgde ze 353 jongeren (273 in YAR Coaching, 80 in YAR Wonen) op vier meetmomenten: bij aanvang, na de residentiële training, bij afsluiting en één jaar later.
Gevalideerde meetinstrumenten voor persoonlijke ontwikkeling (veerkracht, toekomstoptimisme, handelingsalternatieven en zelfvertrouwen) werden gecombineerd met metingen op acht leefdomeinen: school, werk, woonsituatie, veiligheid thuis, jeugddelicten, middelengebruik, mentale gezondheid en sociaal netwerk.
Dit onderzoeksdesign biedt zowel een momentopname als inzicht in evoluties op de wat langere termijn.
Belangrijkste bevindingen
1. Jongeren met de zwakste start groeien het sterkst
Jongeren die bij aanvang het laagst scoren op persoonlijke ontwikkeling, maken tijdens het programma de grootste relatieve groei door. Ze voelen na het programma meer dan dubbel zoveel grip op hun leven: een stijging van 121% ten opzichte van hun startniveau.
Hun toekomstoptimisme stijgt met 66% in YAR Coaching en zelfs met 84% in YAR Wonen. De programma’s werken vooral voor de jongeren die ze het meest nodig hebben.
2. Vrijwillige medewerkers zijn een werkzaam element
Jongeren, vrijwillige en professionele medewerkers wijzen de aanwezigheid en inzet van vrijwillige medewerkers aan als een werkzaam element.
In YAR Coaching voelt 92% van de jongeren zich geaccepteerd door hun coach. 95% kreeg een luisterend oor wanneer nodig. Bij YAR Wonen liggen deze percentages op 91% en 86%.
Deze hoge tevredenheidscijfers zijn het resultaat van een zorgvuldig ontworpen methodiek. De onvoorwaardelijke inzet van vrijwillige medewerkers creëert een relatie waarin jongeren zich veilig genoeg voelen om te groeien. De keuze voor vermaatschappelijking draagt bij aan de effectiviteit, mits ingebed in een professioneel kader.

3. Jongeren bereiken hun persoonlijke doelen
Bij aanvang formuleren jongeren drie persoonlijke doelen. Bijvoorbeeld: contact met ouders herstellen, een diploma halen, een job vinden of meer zelfvertrouwen krijgen.
Het onderzoek toont aan dat de overgrote meerderheid van die doelen effectief wordt bereikt. In YAR Coaching werd 88% van de 363 geformuleerde doelen (volledig of gedeeltelijk) bereikt, in YAR Wonen zelfs 90% van de 123 doelen.
Door jongeren zelf hun doelen te laten formuleren en ze daar wekelijks op te laten reflecteren met hun coach, groeit het eigenaarschap over het eigen traject.
4. Daling van probleemgedrag
Betrokkenheid bij delinquentie is een belangrijke indicator voor de kans op armoede. Jeugddelicten creëren barrières voor de arbeidsmarkt en toekomstige kansen. Het onderzoek toont een duidelijke daling van probleemgedrag.
Bij jongeren in YAR Coaching daalde de betrokkenheid bij vandalisme van 50% naar 24%. Bij slagen en verwondingen ging het om een daling van 40% naar 15%.
Deze daling is het gevolg van het programma én de context waarin jongeren zich bevinden. Van wekelijks contact met een stabiele volwassene en groepsbijeenkomsten, tot de confrontatie met de vraag of hun gedrag in lijn is met het engagement dat ze voor zichzelf uitspraken.

5. Schoolverzuim verbetert significant
Schoolparticipatie is een indicator voor armoederisico: structureel schoolverzuim verkleint de kansen op de arbeidsmarkt.
De resultaten zijn opvallend. Bij jongeren die startten met een hoog verzuim, rapporteerden 6 op 10 jongeren (59,5%) in YAR Coaching een verbetering tegen het einde van het programma. In YAR Wonen lag dit cijfer op 86%.

Wat we verder vonden
Het onderzoek toont nog andere positieve evoluties. Jongeren met veel psychische klachten zagen hun scores duidelijk dalen. Bij jongeren die bij de start vaak slachtoffer waren van fysieke agressie thuis, meldde 82% vooruitgang in YAR Coaching en 90% in YAR Wonen.
In YAR Wonen steeg het percentage jongeren dat zelfstandig woont van 21% bij de start naar 67% op het einde. Een concreet bewijs dat het programma slaagt in zijn missie om jongeren te begeleiden naar zelfstandig wonen.
Een langetermijnanalyse bij 47 jongeren uit YAR Coaching toont dat de vooruitgang één jaar na afronding grotendeels blijft bestaan. Bij jongeren die startten met het minste perspectief, lag hun veerkracht na het programma 72% hoger dan bij aanvang. Hun toekomstperspectief was meer dan verdubbeld (+118%).
Voor wie werken de programma’s het best?
Het onderzoek identificeerde het profiel van jongeren die het meeste baat hebben bij de programma’s.
YAR Coaching:
- Meisjes meer dan jongens
- Jongere deelnemers (16-17 jaar) meer dan oudere
- Jongeren zonder dagbesteding
- Jongeren met Nederlands als thuistaal en Belgische afkomst
- Jongeren zonder jeugddelicten
- Jongeren met hoge psychische klachten bij aanvang
- Jongeren die regelmatig de groepsbijeenkomsten bijwonen
YAR Wonen:
- Meisjes meer dan jongens
- Jongeren zonder dagbesteding of werkzoekenden
- Jongeren met frequent school- of werkverzuim
- Jongeren die financiële moeilijkheden ervaren
- Jongeren met niet-Nederlandse thuistaal en niet-Belgische afkomst
- Jongeren met hoge psychische klachten bij aanvang
- Jongeren die intensief gebruikmaken van fysieke contacten
Effectmeting als leerproces
Het onderzoek leverde ook inzichten op over het meetinstrument zelf. De vragenlijsten bleken soms belastend en omvangrijk voor jongeren. De respons van verwijzers was beperkt. Dit leidde tot de beslissing om de vragenlijsten te vereenvoudigen en gerichter in te zetten.
Ook methodologisch zijn er lessen. Door het ontbreken van een controlegroep kunnen we niet met zekerheid stellen dat de veranderingen alleen te danken zijn aan YAR Vlaanderen. Externe factoren (thuissituatie, andere hulpverlening, schoolinterventies) kunnen mee aan de basis liggen.
Toch bieden de longitudinale gegevens sterke aanwijzingen dat de programma’s bijdragen aan positieve verandering, vooral voor jongeren met een kwetsbare startpositie.
Van data naar actie
Op basis van het onderzoek formuleert Evi Verdonck concrete aanbevelingen:
- Verken de mogelijkheid van nazorgtrajecten na het programma.
- Versterk doelgericht werken als methodisch uitgangspunt.
- Integreer het concept ‘agency’ (eigenaarschap, handelingsruimte) explicieter in de methodiek.
- Combineer kwantitatieve metingen met kwalitatieve opvolging via interviews en focusgroepen.
- Zorg voor continue validatie van de meetinstrumenten.
Effectonderzoek levert bewijs dat iets werkt én concrete handvatten om het beter te maken.
Wat dit betekent voor de jeugdhulp
De bevindingen reiken verder dan YAR Vlaanderen. Ze tonen drie inzichten voor de bredere jeugdhulp.
Evidence-based werken is mogelijk, ook in complexe begeleidingstrajecten. Organisaties die investeren in effectonderzoek, krijgen waardevolle inzichten die hun werking versterken.
Vermaatschappelijking via vrijwillige medewerkers kan een werkzaam element zijn, mits ingebed in een professioneel kader. Vrijwillige medewerkers vervangen geen professionals, ze werken complementair. De 430 vrijwilligersfuncties die YAR jaarlijks invult, vragen intensieve voorbereiding, wekelijkse begeleiding en een team van professionals.
Effectiviteit is niet universeel. Wat voor de ene jongere werkt, werkt niet automatisch voor de andere. Aandacht voor verschillen naar afkomst, taal en achtergrond blijft essentieel.
Conclusie
Vier jaar effectonderzoek levert wetenschappelijk bewijs dat de programma’s van YAR Vlaanderen lonen. Jongeren groeien in hun persoonlijke ontwikkeling, bereiken hun doelen en boeken vooruitgang op domeinen die hun kansen vergroten om een rol van betekenis op te nemen in de samenleving. De programma’s zijn vooral effectief voor jongeren die bij aanvang het meest kwetsbaar zijn.
Tegelijk toont het onderzoek dat effectmeting zelf een leerproces is. Methodologische beperkingen, onverwachte bevindingen en praktische uitdagingen maken deel uit van het verhaal. Transparantie over wat werkt en waar nog vragen liggen, kenmerkt een lerende organisatie.
Voor de jeugdhulp is de boodschap helder: investeren in effectmeting rendeert. Van meten naar beter worden – daar draait het om.
Het volledige onderzoeksrapport is te raadplegen op yarvlaanderen.be/onderzoeken.

