Master verpleegkunde en vroedkunde

De master verpleegkunde en vroedkunde kan je na je professionele bachelor aanvullend volgen. De opleiding versterkt je met wetenschappelijke competenties, onderzoeks- en managementcompetenties. Na je opleiding kan je starten als verpleegkundig specialist of vroedvrouw specialist, leidinggevende in de zorgsector, wetenschapper of academicus. De mix aan onderwijsvormen in het programma geeft jou de kans om werken en studeren te combineren.

Ontdek de opleiding

Video afspelen

FAQ

Zowel voor het schakelprogramma als voor de masteropleiding werd een werkstudententraject uitgetekend. De opleiding is zo georganiseerd dat je een voltijdse baan kunt combineren met een voltijdse opleiding. De colleges zijn geconcentreerd op twee lesdagen, dinsdag en donderdag van 13.45 uur tot 21 uur.

De voltijdse opleiding duur 2 jaar: 1 schakeljaar en 1 masterjaar.

Het is ook mogelijk om de opleiding deeltijds te volgen en deeltijds of voltijds te werken in alle mogelijke combinaties.

Je kan starten met het schakelprogramma als je het professionele bachelordiploma van verpleegkunde of vroedkunde (of gelijkgesteld) bezit.

Als je in Nederland studeerde, mag je ook starten met een bachelordiploma in verpleegkunde (HBOV), verloskunde, docent verpleegkunde, assistent-anesthesie of operatie-assistent.

Alle informatie over het Vlaams opleidingsverlof vind je op de website van de Vlaamse overheid: Vlaams opleidingsverlof.

Indien je in aanmerking komt voor Vlaams opleidingsverlof bezorg je aan je werkgever een inschrijvingsbewijs dat je uit SisA kunt halen. Daarop noteer je het registratienummer. Voor het schakeljaar is het nummer: ODB-X00390, voor het masterjaar is het nummer: ODB-X00390.

Het studiegeld wordt berekend op het aantal studiepunten dat je opneemt in een academiejaar.

Hier vind je een overzicht van de studiegelden van het academiejaar 2020-2021: inschrijvingsgelden.

Boeken kun je kopen bij de cursusdienst. Je wacht best met kopen van de boeken tot na de eerste les. Je vindt alle informatie hier.

Het studieprogramma van de verschillende afstudeerrichtingen kan je raadplegen via onze website.

Het nieuwe masterprogramma bestaat uit een truncus communis van 10 studiepunten, die de generieke competenties uit het leerdomein wetenschappelijk onderzoek omvat. Daarnaast worden vier afstudeerrichtingen ingericht van 50 studiepunten: 1) afstudeerrichting ‘Onderzoeker in gezondheid en zorg’, 2) afstudeerrichting ‘Leiderschap in gezondheid en zorg’, 3) afstudeerrichting ‘Verpleegkundig specialist’ en 4) afstudeerrichting ‘Vroedvrouw specialist’. Er wordt nog steeds vertrokken van de vier rollen en de opleidingsonderdelen worden nog steeds gekaderd binnen de vier leerdomeinen management en innovatie, klinische vorming, wetenschappelijk onderzoek en academische vorming. Het blijft een eenjarige master en er wordt een modeltraject opgesteld voor werkstudenten die het programma willen spreiden over twee academiejaren.

Figuur 1 Structuur van de nieuwe masteropleiding: een truncus communis met vier afstudeerrichtingen

In de afstudeerrichtingen krijgen de studenten de kans om zich naast het verwerven van de competenties die nodig zijn voor alle rollen in het algemeen, nog meer te verdiepen in ofwel de rol van onderzoeker, ofwel clinical leader ofwel evidence based expert.

In semester 1 worden in de truncus communis drie opleidingsonderdelen aangeboden met een totale studieomvang van 10 studiepunten, namelijk ‘Systematisch literatuuronderzoek (2024GENVEV, 4 studiepunten), kwantitatieve data-analyse (2025GENVEV, 3 studiepunten) en ‘Toepassen van kwalitatief onderzoek’ (2026GENVEV, 3 studiepunten).

Daarnaast zijn er drie opleidingsonderdelen van de masterproef (15 studiepunten) die afgelegd worden binnen de gekozen afstudeerrichting X (20X#GENVEV). Het opleidingsonderdeel ‘Masterproef – opzetten en opstarten’ (20X7GENVEV, 3 studiepunten) valt in het deeltijds 1 modeltraject. Op die manier krijgen deeltijdse studenten de kans om tijdig de voorbereidingen voor de masterproef op te starten. ‘Masterproef – wetenschappelijke publicatie’ (20X8GENVEV, 9 studiepunten) en ‘Masterproef – argumenteren, debatteren en verdedigen’ (20X9GENVEV, 3 studiepunten) worden aangeboden in het deeltijds 2 modeltraject. De opleidingsonderdelen van de masterproef maken deel uit van de afstudeerrichting en de studiegidsnummers verschillen dus naargelang de afstudeerrichting, maar deze opleidingsonderdelen worden bij de vier afstudeerrichtingen op hetzelfde ogenblik in het leertraject aangeboden.

Figuur 2 Overzicht van het programma master Verpleegkunde en vroedkunde en de vier afstudeerrichtingen

De afstudeerrichtingen omvatten 50 studiepunten.

In de afstudeerrichting ‘Verpleegkundig specialist’ hebben de studenten in semester 1 naast de opleidingsonderdelen van de truncus communis (wetenschappelijk onderzoek) nog drie opleidingsonderdelen binnen klinische vorming, specifiek voor deze afstudeerrichting, met een totale studieomvang van 13 studiepunten, namelijk ‘Complexe klinische vraagstukken in alle levensfasen’ (2040GENVEV, 5 studiepunten), ‘Farmacologie’ (2041GENVEV, 4 studiepunten) en ‘De verpleegkundig specialist als clinicus en zorgcoördinator’ (2044GENVEV, 4 studiepunten). In semester 2 hebben zij nog drie opleidingsonderdelen: ‘De verpleegkundig specialist als autonome professional’ (2043GENVEV, 4 studiepunten), ‘De verpleegkundig specialist als coach en gezondheidspromotor’ (2045GENVEV, 4 studiepunten) en ’Klinische stage’ (2046GENVEV, 10 studiepunten). Tot slot wordt het opleidingsonderdeel ‘De verpleegkundig specialist leider en mentor’ (2042GENVEV, 4 studiepunten) over het academiejaar heen aangeboden.

In de afstudeerrichting ‘Vroedvrouw specialist’ wordt de truncus communis aangevuld met één opleidingsonderdeel uit het leerdomein management en innovatie, namelijk ‘Leiderschap als regie van zorg: concepten en vaardigheden’ (semester 1) (2020GENVEV, 5 studiepunten). In tegenstelling tot de afstudeerrichtingen ‘Leiderschap en gezondheid en zorg’ en ‘Onderzoeker in gezondheid en zorg’ wordt het opleidingsonderdeel ‘Leiderschap als regie van zorg: toepassing’ (2021GENVEV, 5 studiepunten) niet aangeboden. De toepassing wordt rechtstreeks aangeboden vanuit een verloskundig perspectief in het opleidingsonderdeel ‘De vroedvrouw specialist als coördinator en facilitator bij implementatie van verloskundige modellen’ (2062GENVEV, 5 studiepunten). Daarnaast worden in semester 1 twee opleidingsonderdelen in het domein klinische vorming aangeboden, namelijk ‘De expert in het evidence based zorgproces’ (2022GENVEV, 5 studiepunten) en ‘De professional als beheerder van kwaliteitszorg en patiëntveiligheid’ (2023GENVEV, 5 studiepunten). Daarnaast worden nog drie afstudeerrichting -specifieke opleidingsonderdelen ingericht in semester 2, elk met een studieomvang van vijf studiepunten, namelijk: ‘Klinische verdieping in de verloskunde’ (2060GENVEV), ‘De vroedvrouw in de hedendaagse maatschappij’ (2061GENVEV) en ‘De vroedvrouw specialist in een internationale/Europese context’ (2063GENVEV).

 De afstudeerrichting ‘Leiderschap in gezondheid en zorg’ en de afstudeerrichting ‘Onderzoeker in gezondheid en zorg’ bouwen de truncus communis verder uit met twee opleidingsonderdelen van 5 studiepunten in het domein management en innovatie, namelijk ‘Leiderschap als regie van zorg: concepten en vaardigheden’ (2020GENVEV) in semester 1 en ‘Leiderschap als regie van zorg: toepassing’ (2021GENVEV) in semester 2 en twee opleidingsonderdelen van 5 studiepunten in het domein klinische vorming, namelijk ‘De expert in het evidence based zorgproces’ (2022GENVEV) en ‘De professional als beheerder van kwaliteitszorg en patiëntveiligheid’ (2023GENVEV) die beide in semester 1 worden aangeboden.

In de afstudeerrichting ‘Leiderschap in gezondheid en zorg’ worden verder nog twee opleidingsonderdelen aangeboden: ‘Ontwikkeling tot praktijkvoering’ (2030GENVEV, 5 studiepunten) in semester 1 en ‘Projectwerk als praktijkvoering’ (2031GENVEV, 10 studiepunten) in semester 2.

De afstudeerrichting ‘Onderzoeker in gezondheid en zorg’ omvat verder drie opleidingsonderdelen binnen wetenschappelijk onderzoek: ‘Financiering en organisatie van onderzoek’ (2050GENVEV, 7 studiepunten) wordt gespreid over het volledige academiejaar, ‘Actuele en complexe onderzoeksmethodologie’ (2051GENVEV, 4 studiepunten) en ‘Verdieping in kwalitatief onderzoek’ (2052GENVEV, 4 studiepunten). Deze laatste opleidingsonderdelen worden aangeboden in semester 2.

Het volledige traject en de opleidingsonderdelen vind je in de studiegids.

De afstudeerrichting ‘Leiderschap in gezondheid en zorg’ kent 30 unieke studiepunten en is gericht op het ontwikkelen van doorgedreven leiderschapsinzichten, competenties en vaardigheden met als doel een brede en grondige voorbereiding voor een leidinggevende functie in de zorg op diverse operationele, beleidsondersteunende en intermediaire niveaus. Het programma is een verdieping van de opleidingsonderdelen binnen management en innovatie van het schakelprogramma en masterprogramma waarbij inzichten, competenties en vaardigheden worden ontwikkeld in één of meerdere essentiële leidinggevende thema’s.

  • People management of de focus op mensen, interprofessionele samenwerking en het ontwikkelen van betrokkenheid en empowerment binnen een samenwerkend geheel in een organisatie (teams, afdelingen, departementen…) in het bijzonder in veranderingstrajecten.
  • Werkorganisatie interventies of hoe met alle stakeholders op een efficiënte en effectieve wijze doelgericht een cyclus van probleemstelling tot interventie wordt doorlopen.
  • Leren en innoveren individueel, als team en op organisatieniveau of waar methodisch cyclische processen van leerbehoefte tot het ontwikkelen en implementeren van kennis duurzaam worden opgezet.

Deze drie leidinggevende thema’s zijn gericht op resultaten of outcomes voor cliënten en patiënten voor wat betreft gezondheid en zorg met een persoonsgerichte benadering (person-centred based care) en een benadering gericht op populaties (population-based care).

 In samenwerking met de netwerken (cf. gezondheidsorganisaties in diverse domeinen en onderwijsinstellingen) van de vakgroep Verpleegkunde en vroedkunde en de onderzoeksgroep Centre for Research and Innovation in Care (CRIC) wordt een netwerk zorginnovatie ontwikkeld. De afstudeerrichting ‘Leiderschap in gezondheid en zorg’ is hierin een schakel in de ontwikkeling en implementatie van kennis volgens het principe van Living Labs. Hiermee wil men samen met alle stakeholders duurzame antwoorden bieden op de uitdagingen in de gezondheid en zorg. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de Quadruple Helix partnerships tussen de universiteit, industrie, overheid en het maatschappelijke weefsel in de regio Antwerpen (Cavallini et al., 2016) om de ontwikkeling en transfer van onderzoek en innovatie in een regio te waarborgen. In een volgende fase wordt nagegaan in hoeverre de afstudeerrichting kan ingeschakeld worden in de visie, strategische doelstellingen en werkpakketten die door het provinciaal GKC Expertise Centrum Zorginnovatie in samenwerking met UA Public Health & Primary Care werden uitgewerkt.

De afstudeerrichting ‘Leiderschap in gezondheid en zorg’ is gericht op het ontwikkelen van doorgedreven leiderschapsinzichten, competenties en vaardigheden met als doel een brede en grondige voorbereiding voor een leidinggevende functie in de zorg op diverse operationele, beleidsondersteunende en intermediaire niveaus.

 De afstudeerrichting ‘Leiderschap in gezondheid en zorg’ is opgebouwd uit twee unieke afstudeerrichting-specifieke opleidingsonderdelen en de masterproef:

  • ‘Ontwikkeling tot praktijkvoering’ (2030GENVEV – 5 studiepunten): vanuit de kennis opgebouwd in de opleidingsonderdelen ‘Leiderschap als regie van zorg: concepten en vaardigheden’ en ‘Leiderschap als regie van zorg: toepassingen’ geldt dit opleidingsonderdeel als voorbereiding op ‘Projectwerk als praktijkvoering’ met bijzondere aandacht voor veranderprocessen in de zorg gebaseerd op people management, werkorganisatie interventie, leren en innoveren en implementeren. Het projectplan en portfolio als schriftelijk werkstuk wordt beoordeeld volgens criteria waaruit blijkt dat de student in overleg met het praktijkveld een state of the art projectplan heeft uitgewerkt met volgende elementen: grondige probleemanalyse, concrete doelstellingen, een stappenplan met tijdspad en een budget. Het examen betreft een schriftelijke projectrapportage samen met een presentatie en vraagstelling waaruit blijkt dat de student de inzichten, competenties en vaardigheden heeft ontwikkeld door een concrete toepassing uit te voeren op een probleemoplossende wijze met integratie van de vier rollen binnen het gekozen thema van leiderschap
  • ‘Projectwerk als praktijkvoering’ (2031GENVEV – 10 studiepunten) betreft een oefening ingebed in de reële praktijkvoering waarbij een kleinschalig project wordt opgezet en uitgevoerd in de context van één of meerdere essentiële leidinggevende thema’s. De student heeft op voldoende zelfstandige wijze het project opgezet, uitgewerkt en uitgevoerd in overleg en getoetst met de stakeholders. Het examen betreft een projectrapport waaruit blijkt dat de student de inzichten, competenties en vaardigheden heeft ontwikkeld door een concrete toepassing uit te voeren op een probleemoplossende wijze met integratie van de vier rollen; de student heeft op voldoende zelfstandige wijze het project opgezet, uitgewerkt en uitgevoerd in overleg en getoetst met de stakeholders. De beoordeling is tevens gebaseerd op een 360 graden feedback van minstens drie personen (één peer, één leidinggevende en één lid van een andere professionele groep) en wordt toegevoegd aan het examenstuk.

Het volledige traject en de opleidingsonderdelen vind je in de studiegids.

De afstudeerrichting ‘Onderzoeker in gezondheid en zorg’ heeft de bedoeling om studenten master in de Verpleegkunde en vroedkunde diepgaander handvaten aan te bieden om de rol van onderzoeker te kunnen opnemen. Hiervoor zijn onderzoeksvaardigheden (15 studiepunten) en inzichten in klinische vorming (10 studiepunten) en management en innovatie (10 studiepunten) nodig. Er wordt niet alleen gericht op kandidaten die een onderzoekscarrière willen uitbouwen, maar ook op mensen die in de dagelijkse praktijk onderzoek opzetten en begeleiden om kwaliteitszorg in de brede gezondheidszorg te bevorderen of een betere zorgorganisatie na te streven. Na deze afstudeerrichting zijn alumni uitstekend geplaatst om vanuit de invalshoek van onderzoek accreditatieprocessen te begeleiden of om problemen en vragen vanuit de dagelijkse praktijk te beantwoorden.

Gesprekken met alumni en stakeholders leerden dat alumni van onze opleiding op vlak van onderzoek excelleerden ten opzichte van de twee gelijkaardige opleidingen in Vlaanderen. Door het inrichten van deze afstudeerrichting wordt een nog solidere basis gelegd om alumni de kans te geven op een gevorderde manier deze rol op te nemen. Er wordt niet alleen gericht op kandidaten die een onderzoekscarrière willen uitbouwen maar ook op mensen die in de dagelijkse praktijk onderzoek opzetten en begeleiden om kwaliteitszorg te bevorderen of een betere zorgorganisatie na te streven.

Deze rol wordt prominent gezien de gezondheidszorgorganisaties vandaag geconfronteerd worden met verschillende accreditatieprocessen. Om de beoogde erkenningen te krijgen dient via eigen deugdelijk onderzoek de organisatie en uitvoering van de zorg onderbouwd te worden. Deze afstudeerrichting komt tegemoet aan de groeiende vraag naar deze specifieke werkers in de gezondheidszorg.

De Nationale Raad voor Verpleegkunde heeft op 14 mei 2019 een advies overgemaakt aan de bevoegde minister over de ‘Functie en competentieprofiel van de klinisch verpleegkundig onderzoeker’. De afstudeerrichting ‘Onderzoeker in gezondheid en zorg’ wil hier al een eerste opstap naar zijn.

 Naast de opleidingsonderdelen binnen management en innovatie en klinische vorming kent deze afstudeerrichting drie afstudeerrichting-unieke opleidingsonderdelen en de masterproef. Binnen wetenschappelijk onderzoek krijgen de 15 studiepunten vorm in drie opleidingsonderdelen:

  • ‘Actuele en complexe onderzoeksmethodologie’ (2050 GENVEV – 4 studiepunten)

Het opleidingsonderdeel bestaat uit drie delen van drie lesblokken rond een bepaalde onderzoeksmethodologie of methodiek in kwantitatief onderzoek. Een actieve participatie van studenten is vereist en wordt gestimuleerd door blended leren. Vooraf krijgt de student wetenschappelijke artikels aangeboden waarin het thema van het deel in kwestie wordt gebruikt. In de les worden deze geanalyseerd en besproken. De student dient voorbereid naar de les te komen. In een tweede lesblok presenteren de studenten bevindingen uit de literatuur aan elkaar, waarna een peer-discussie volgt. In het derde lesblok wordt telkens de analyse benaderd via gepaste software. De toetsing bestaat uit een portfolio waarin de voorbereidingen, presentaties en verwerking per lesblok worden opgenomen.

  • ‘Verdieping in kwalitatief onderzoek’ (2051GENVEV – 4 studiepunten)

Naast de meer theoretische benadering van kwalitatief onderzoek wordt in de afstudeerrichting nog meer nadruk gelegd op het uitbreiden en inoefenen van methodologieën en technieken in kwalitatief onderzoek. Studenten kunnen actief participeren via het aanbrengen van casussen of onderzoeksvragen.

  • ‘Financiering en organisatie van onderzoek’ (2052GENVEV – 7 studiepunten)

Dit opleidingsonderdeel laat de student kennis maken met de reële wereld van een onderzoeker. Naast het beschrijven van de mogelijkheden binnen het beroep wordt het bepalen van een onderzoeksthema behandeld. Hieruit vloeit dan het management van een project met aandacht voor teamsamenstelling, financiering en budgetbeheer en projectopvolging. Hierbij worden de mogelijkheden van actuele software bestudeerd. Binnen een Europees en mondiaal kader worden actuele thema’s bediscussieerd waaruit de student een selectie maakt om een onderzoeksvoorstel te schrijven. Dit voorstel wordt ingediend en beoordeeld als toetsing van het opleidingsonderdeel.

Het volledige traject en de opleidingsonderdelen vind je in de studiegids.

De afstudeerrichting ‘Verpleegkundig specialist’ maakt deel uit van de master Verpleegkunde en vroedkunde waarbij de competenties verworven in het schakeljaar de basis vormen. De afstudeerrichting ‘Verpleegkundig specialist’ biedt naast de opleidingsonderdelen van de truncus communis (10 studiepunten)en de masterproef (15 studiepunten), 35 studiepunten aan die specifiek gericht zijn op het federale functieprofiel van Verpleegkundig specialist (VES) en waarvan 10 studiepunten toegekend worden aan een klinische stage.

Het hele studieprogramma, bestaande uit de truncus en een specifiek traject, voorziet dat in het verwerven van de opleidingsspecifieke competenties van de master Verpleegkunde en vroedkunde, de negen internationale erkende Advanced Practice Nurse domeinen de body of knowledge and skills van een Verpleegkundig specialist vormen. De student ontwikkelt en verwerft deze en kan ze zelfstandig toepassen. In ieder opleidingsonderdeel (truncus en VES) wordt sterke aandacht geschonken aan het ontwikkelen van de competenties in de praktijk via gerichte praktijkopdrachten die onderdeel uitmaken van het professioneel portfolio. Deze praktijkopdrachten zijn gericht op een door de student gekozen patiëntengroep, zorgprogramma, zorgdomein, type interventies en/of methodieken. De keuze van het onderwerp van de masterproef zal eveneens gebaseerd worden op het interessedomein van de student. Er wordt hierbij gekozen voor een link tussen de masterproef en de ontwikkeling van de professionele identiteit van de student als Verpleegkundig specialist via het professioneel portfolio.

 Op basis van een inhoudelijke en kritische analyse van een reeks bestaande opleidingsprogramma’s voor Verpleegkundig specialisten in Europa, Canada en Australië werd geopteerd voor een studieprogramma met een duidelijke focus op zowel generalistische als specialistische kennis en competenties, een professioneel/persoonlijk portfolio, een masterproef en klinische stage. De recente publicatie van Schwendimann et al. (2019) brak de lans voor een masteropleiding tot ‘Verpleegkundig specialist’ die gekenmerkt wordt door een geavanceerde opleiding in zowel klinische als wetenschappelijke competentiedomeinen. Volgens hun recente analyse van het opleidingsprogramma, in het licht van huidige én toekomstige evoluties in het gezondheidszorgbeleid, wordt een Verpleegkundig specialist bij voorkeur opgeleid tot een expert in klinisch zorgmanagement én wetenschappelijk onderzoek. Een gedegen basis waarin algemene kennis en vaardigheden worden aangereikt als truncus, met een aanvullend aanbod aan meer gespecialiseerde keuze-opleidingsonderdelen, bleek daarbij een haalbare en onderbouwde strategie die door vele opleidingscentra in Europa, Canada en Australië wordt gehanteerd. Gezien het beroep van Verpleegkundig specialist nog in volle ontwikkeling is in Vlaanderen en het scala aan specialisatiedomeinen quasi ongelimiteerd is, zorgt de voorziene klinische stage voor een wisselwerking tussen de rol van Verpleegkundig specialist in diverse domeinen en het praktijkveld. Mogelijkheden tot personalisatie en specialisatie van het opleidingsprogramma in lijn met de interesse van de student worden gecreëerd door de integratie van praktijkoefeningen, gastdocenten uit het VES-werkveld, de klinische stage en de masterproef.

De opleidingsonderdelen specifiek voor de afstudeerrichting zijn:

  • ‘Complexe klinische vraagstukken in alle levensfasen’ (2040GENVEV – 5 studiepunten): vertrekt vanuit de kennis en inzichten verworven in het schakeljaar (somatische zorg, geestelijke gezondheidszorg en ouderenzorg) om complexe vraagstukken grondig klinisch te bespreken. De student zal geavanceerde vakinhoudelijke kennis verwerven van medische pathofysiologie met bijzondere focus op hoog complexe zorgsituaties waarbij vanuit de behoefte(n) van de patiënt zorg wordt geboden. De principes van het afnemen van een anamnese en heteroanamnese in de algemene gezondheidszorg en het klinisch redeneren om een differentiaaldiagnose op te stellen en de juiste beslissingen te nemen worden aangeboden en besproken. Complexe somatische  zorgnoden in alle levensfasen omvatten onder andere respiratoire, cardiovasculaire, abdominale, renale en neurologische aandoeningen, acute klinische malaise met shock en sepsis, en cultureel sensitieve end-of-life care. Complexe zorgnoden in de geestelijke gezondheidszorg in alle levensfasen omvatten de verschillende psychiatrische aandoeningen zoals psychotische stoornissen, depressie, bipolaire stoornissen, middelen-gerelateerde aandoeningen, angststoornissen en delirium. Wetenschappelijke evidentie als basis van de verleende zorg wordt kritisch geëvalueerd met aandacht voor psychosociale en somatische complexe therapeutische interventies evenals leefstijl als medicijn die gebruikt kunnen worden om de gezondheid en het welzijn van de patiënten te ondersteunen, behouden of verbeteren. Kennis van een gekozen complex  zorgdomein, patiëntenpopulatie, interventies of methodieken wordt verder grondig uitgewerkt als oefening in de reële praktijk.
  • ‘Farmacologie’ (2041GENVEV – 4 studiepunten): relevante basisbegrippen van farmacodynamiek en farmacokinetiek; de belangrijkste geneesmiddelenklassen, indicaties, contra-indicaties en ongewenste effecten, en het onderling vergelijken van geneesmiddelenklassen worden in dit opleidingsonderdeel besproken. De student verwerft kennis en inzicht en kan deze toepassen op geneesmiddelenvoorschrift en opvolging voor wat betreft het specifiek gekozen zorgdomein, patiëntenpopulatie, interventies of methodieken als oefening in de reële praktijk. De werking (farmacodynamiek en farmacokinetiek), bijwerkingen, contra-indicaties en interacties van veel gebruikte geneesmiddelen binnen de algemene gezondheidszorg wordt behandeld en specialistische kennis over de werking bijwerkingen, contra-indicaties en interacties van geneesmiddelen in het aandachtsgebied en het expertisegebied. De student is handelingsbekwaam voor het voorschrijven van geneesmiddelen binnen het aandachtsgebied en het expertisegebied en volgens de geldende wettelijke regels.
  • ‘De verpleegkundig specialist als leider en mentor’ (2042GENVEV – 4 studiepunten): dit opleidingsonderdeel wil de studenten managementmodellen en -vaardigheden aanbieden vanuit het concurrerend waardenkader van Robert Quinn. Binnen dit waardenkader staat de verticale as en de horizontale as met 4 paradoxale kwadranten als resultaat waarin de volgende managementmodellen gepositioneerd worden: (1) betrokkenheid en samenhang, (2) stabiliteit en continuïteit, (3) productiviteit en rentabiliteit en (4) veranderingen en aanpassingsvermogen. Deze paradoxale opdrachten worden besproken in de context van de eisen die gesteld (zullen) worden aan met een aantal vaardigheden per model . Tenslotte wordt de integratie en de mate van de te bereiken gedragscomplexiteit van de vaardigheden binnen de 4 managementmodellen belicht als een continu streven naar meesterschap.  De student zal eveneens deelnemen aan IPSIG II als goede praktijkvoering voor clinical leadership. Hierbij krijgt de student de kans om op basis van eigen casuïstiek vaardigheden in de context van interprofessioneel samenwerken met andere zorgverleners te oefenen. Studenten zullen hun meerwaarde leren herkennen en profileren. Via de praktijkvoorbeelden worden de studenten geïnitieerd in mogelijke samenwerkingsverbanden waarbij de zorgethiek herkenbaar gemaakt wordt.
  • ‘De verpleegkundig specialist als autonome professional’ (2043GENVEV – 4 studiepunten): aspecten van beleidsontwikkeling en uitvoering als klinisch expert, zorginnovator en onderzoeker/educator op micro-, meso- en macroniveau worden behandeld in dit opleidingsonderdeel. De theoretische modellen en raamwerken die aan de basis liggen van de ontwikkeling, implementatie en evaluatie van de rol als Verpleegkundig specialist; de verschillende APN rolinvullingen (bv. nurse practitioner, nurse consultant, clinical nurse specialist, case manager, CanMEDS rollen) en de toepasbaarheid in de Belgische gezondheidszorg worden gesitueerd. Het competentieprofiel van een Verpleegkundig specialist en de eigen rolontwikkeling in de uitwerking van een individueel professioneel portfolio word opgemaakt. De student heeft inzicht in de wijze waarop de functie als Verpleegkundig specialist kan geëvalueerd worden vanuit een wetenschappelijke invalshoek. De student is in staat om de meerwaarde van een rol als Verpleegkundig specialist voor de patiëntenzorg en het zorgmanagement van een instelling te beargumenteren en omschrijven op basis van wetenschappelijke evidentie en klinische praktijkervaring. Door de uitwerking van een individueel professioneel portfolio werkt de student een eigen visie uit op de rolontwikkeling en -implementatie als Verpleegkundig specialist binnen een eigen specialisatiedomein.
  • ‘De verpleegkundig specialist als clinicus en zorgcoördinator’ (2044GENVEV – 4 studiepunten): in dit opleidingsonderdeel wordt grondige klinische kennis, inzichten en toepassing ontwikkeld in het gekozen zorgdomein, patiëntenpopulatie; interventies of methodieken; het uitvoeren van klinisch onderzoek op basis van relevante diagnosemiddelen, bloedanalyses en andere relevante middelen state of the art binnen de specifiek klinisch context, het aanwenden van specifieke assessmentmethodieken en het toepassen en  bepalen van verpleegkundige diagnoses en  interventies als basis voor het uitwerken van zorgtrajecten gebaseerd op inzichten en toepassing van International Classification of Functioning and Disability (ICF), North American Nursing Diagnosis Association (NANDA), Nursing Intervention Classification (NIC) en Nursing Outcomes Classification (NOC). Het aanbieden van uitkomst-gebaseerde klinische zorg met aandacht voor patiënt-gerapporteerde uitkomst- en ervaringsmaten (PROMs/PREMs). Het organiseren en  voeren van consulten: (1)  individuele gespreksvoering met de patiënt en zijn omgeving, waarbij rekening gehouden wordt met persoonlijke en contextuele factoren die de zorg en het zorgtraject mee bepalen, en met van de persoonlijke keuzes en doelen; (2) verpleegkundig en interprofessionele teams in het kader van het vormen van advies betreffende hun noden en vragen naar specifieke expertise en ondersteunen bij complexe zorgvraagstukken door middel van evidence based methodieken (cg. critical appraisal of a topic) (3) het organiseren en coördineren van MDOs (multidisciplinaire overleg) met bijzondere aandacht voor en het opbouwen van expertise in complexe zorgvraagstukken in een interdisciplinaire context.
  • ‘De verpleegkundig specialist als coach en gezondheidspromotor’ (2045GENVEV – 4 studiepunten): dit opleidingsonderdeel behandelt modellen omtrent persoonsgerichte zorg, empowerment, goal-oriented en integrated care in the community over de verschillende zorgechelons heen; als coach van patiënten en hun omgeving helpt de Verpleegkundig specialist individuele zorgvragers en groepen zorgvragers hun weg te vinden in het gezondheidszorgsysteem en toegang te krijgen tot de juiste zorg op het juiste moment. Daarnaast ondersteunt en bevordert zij het vermogen van de zorgvrager om als kritisch consument op te treden (empowerment gericht op zelfmanagement). Zij behartigt de belangen van de individuele zorgvrager en/of van specifieke patiëntengroepen en draagt bij aan het maatschappelijk debat daarover.  De Verpleegkundig specialist signaleert gezondheidsrisico’s bij individuele zorgvragers en patiëntengroepen en onderneemt actie om hier invloed op uit te oefenen. De Verpleegkundig specialist volgt de berichtgeving in de media over inzichten en tendensen met betrekking tot het eigen specialisme, het aandachtsgebied en het expertisegebied.
  • ‘Klinische stage’ (2046GENVEV – 10 studiepunten): Tijdens de stage worden kennis en inzicht onder begeleiding zelfstandig toegepast binnen het gekozen zorgdomein, patiëntenpopulatie; interventies en/of methodieken voor wat betreft de 9 competentiedomeinen van de Verpleegkundig specialist aangereikt in de verschillende afstudeerrichting specifieke opleidingsonderdelen.

Het volledige traject en de opleidingsonderdelen vind je in de studiegids.

Een specifieke afstudeerrichting ‘Vroedvrouw specialist’ binnen deze curriculumhervorming groeit voort uit diverse hervormingen. Vanuit de overheid wordt de inzet van de middelen binnen de organisatie van de zorg steeds steviger onder de loep genomen (Van Hecke, 2015). Voorbeelden binnen de perinatale zorg zijn de pilootprojecten verkorte ligduur waarbij de betrokkenheid van de vroedvrouw zowel pre- als postnataal exponentieel vergroot en waarbij uit het evaluatierapport blijkt dat, om deze zorgverleningsvorm optimaal te faciliteren, een van de prioritaire werkpunten voor de vroedvrouw het coördineren van het perinataal zorgbeleid is (Federale Overheids Dienst: volksgezondheid, 2019). De komst van de laag variabele zorg, in het kader van een fysiologische zwangerschap, zal deze trend enkel versterken. Naast de evoluties in de praktijk lijkt ook het statuut en de positie van de vroedvrouw te worden beïnvloed. Zo blijkt uit het KCE rapport ‘horizon scanning midwives’ met hierin drie mogelijke scenario’s voor de toekomst waarin plausibele varianten voor het huidige zorgorganisatiemodel worden meegenomen (Benahmed, 2019). Daarbovenop vergt de populatie die onder de vroedvrouwenzorg valt steeds complexere zorg: stijgende maternele leeftijd, verhoogd aantal vrouwen met chronische aandoeningen (diabetes, obesitas) of mentale aandoeningen (depressie). Ook de context waarbinnen zorg verleent dient te worden veranderd (groeiende kinderarmoede, multiculturaliteit, milieu)  (Larson, 2007; Morgan, 2014; Gisle, 2014; Kind en Gezin, 2018; SPE, 2017).

Deze evoluties schetsen de nood aan het specialiseren van de bachelor opgeleide vroedvrouw tot Vroedvrouw specialist. Onderzoek naar de beïnvloedende factoren van het implementeren van de nieuwe rol als Vroedvrouw specialist door R. Goemaes et al. (2018) bevestigt dat de huidige bacheloropleiding onvoldoende is en er nood is aan verdere verdieping. Deze afstudeerrichting kan een antwoord bieden. Zo blijken ook voorbeelden vanuit andere Europese landen. De masteropleiding met als afstudeerrichting ‘Vroedvrouw specialist’ wil afgestudeerde vroedvrouwen in staat stellen voort te bouwen om hun verloskundige kennis, klinisch redeneren en besluitvormingsvaardigheden te vergroten. Vroedvrouwen die het programma hebben voltooid, hebben zich ontwikkeld tot autonome ‘practitioners’ die kritischer kunnen denken en theorie, ervaring en academische literatuur kunnen toepassen bij de ontwikkeling en verbetering van hun praktijk. Met een toenemende complexiteit en medicalisering van de geboortezorg zal de Vroedvrouw specialist aangemoedigd worden om te onderzoeken hoe hierbinnen toch de fysiologie kan worden bevorderd en hoe ook kwetsbare vrouwen met complexe behoeften hierbinnen kunnen opgevolgd worden. Een Vroedvrouw specialist kan, net als een Verpleegkundig specialist, bijdragen aan het verhogen van de kwaliteit van zorg, patiëntveiligheid, continuïteit van zorg en zorg op maat (R. Goemaes, Beeckman, D., Goossens, J., Shawe, J., Verhaeghe, S., Van Hecke, A., 2016). Naast academische en verbeterde klinische vaardigheden verwerft de Vroedvrouw specialist in deze masteropleiding ook algemene competenties op vlak van zorgcoördinatie, leadership, ethische besluitvorming in overeenstemming met de 6 rollen van de Advanced Practice Nurse van Hamric et al. (2014). Dit kan de vroedvrouw alleen maar ten goede komen op het vlak van inzetbaarheid en de vooropgestelde zorgstandaarden voor moeders en hun gezin.

Naast de truncus communis en de opleidingsonderdelen van management en innovatie en klinische vorming kent de afstudeerrichting 20 studiepunten afstudeerrichting specifieke opleidingsonderdelen en de masterproef:

  • ‘Klinische verdieping in de verloskunde’ (2060GENVEV – 5 studiepunten): dit opleidingsonderdeel geeft de vroedvrouwen de mogelijkheid zich klinisch te verdiepen binnen een van de sub- of aanpalende domeinen van de vroedkunde . Deze verdieping houdt onder meer in de complexe zorg waar de hedendaagse vroedvrouw mee in aanraking komt (hieronder wordt verstaan: de perinatale oncologie, echografie, chronische aandoeningen (diabetes, obesitas…)). De klinisch verdieping situeert zich ook op vlak van de mentale perinatale gezondheid, (optie mental health). Daarnaast staan de nieuwste ontwikkelingen op vlak van preconceptie, fertiliteit, onco-fertiliteit en genetica op het programma. Evenals doorgedreven inzichten op vlak van neonatale zorgen (pijnbeleid-ventilatietherapie).
  • ’De vroedvrouw specialist in de hedendaagse zorgmaatschappij’ (2061GENVEV – 5 studiepunten): focust op theorie en praktijk rond maatschappelijke uitdagingen binnen de perinatale zorg zoals sociale ongelijkheden en psychosociale kwetsbaarheid, life style coaching, proactive behaviour, ethische besluitvorming en patient empowerment.
  • Binnen het opleidingsonderdeel ‘De vroedvrouw specialist als coördinator en facilitator bij implementatie van verloskundige modellen’ (2062GENVEV – 5 studiepunten) worden innovatieve en internationale zorgmodellen besproken en bediscussieerd. De Toepasbaarheid binnen onze nationale context en voorbeelden van goede praktijkvoering worden geanalyseerd. Voorbeelden van deze modellen zijn: One to One care, midwifery led care en group care. Dit opleidingsonderdeel integreert inzichten vanuit  management en innovatie evenals gezondheidseconomische aspecten.
  • ‘De vroedvrouw specialist in een internationale/Europese context’ (2063GENVEV – 5 studiepunten) heeft als doel de student in contact te brengen met internationale ontwikkelingen in de verloskunde. Onderwijs- en onderzoeksexpertise van collega’s in het buitenland wordt in dit opleidingsonderdeel verweven. Het gaat om topics zoals: shared decision making en salutogenesis. Deze samenwerking kan leiden tot structurele samenwerkingen onder meer op vlak van onderzoek.

Je kan je programma zelf samenstellen, maar er wordt een deeltijds modeltraject aangeboden waarbij je, bij een spreiding over twee jaar, in het eerste deel volgende opleidingsonderdelen (30 studiepunten) opneemt:

  • 5001GENVEV – Inleiding op management en innovatie in de gezondheidszorg
  • 5002GENVEV – De ondernemer in de gezondheidszorg
  • 5003GENVEV – Beleidsontwikkelingen in de gezondheidszorg in nationaal en internationaal perspectief
  • 5007GENVEV – Verpleegkundige modellen en theorievorming, klinische aspecten van een zorgprogramma
  • 5010GENVEV – Geestelijke gezondheidszorg en ouderenzorg
  • 5011GENVEV – Persoonlijke ontwikkeling als geschoolde zorgverlener in de academische context.

In het tweede deel neem je dan volgende opleidingsonderdelen (30 studiepunten) op:

  • 5008GENVEV – Actuele ontwikkelingen en inzichten in de verloskunde
  • 5009GENVEV – Somatische zorg
  • 5004GENVEV – Beginselen van onderzoeksmethodologie in verpleegkunde en vroedkunde
  • 5005GENVEV – Toepassingen van onderzoeksmethodologie in verpleegkunde en vroedkunde
  • 5006GENVEV – Masterproefvoorbereiding: het ontwerp van een onderzoeksprotocol

Wanneer studenten kiezen voor de afstudeerrichting ‘Leiderschap in gezondheid en zorg’ bestaat het programma in het eerste semester uit zes opleidingsonderdelen (25 studiepunten). Naast de drie opleidingsonderdelen van wetenschappelijk onderzoek uit de truncus communis ‘Systematisch literatuuronderzoek’ (2024GENVEV, 4 studiepunten), ‘Kwantitatieve data-analyse’ (2025GENVEV, 3 studiepunten) en ‘Toepassen van kwalitatief onderzoek’ (2026GENVEV, 3 studiepunten), die deel uitmaken van het deeltijds 2 modeltraject, bevat het programma ook ‘Leiderschap als regie van zorg: concepten en vaardigheden’ (2020GENVEV, 5 studiepunten), ‘De expert in het evidence based zorgproces’ (2022GENVEV, 5 studiepunten) en ‘De professional als beheerder van kwaliteitszorg en patiëntveiligheid’ (2023GENVEV, 5 studiepunten). Deze drie laatste opleidingsonderdelen zijn onderdeel van het deeltijds 1 modeltraject. De opleidingsonderdelen van wetenschappelijk onderzoek behoren tot het deeltijds 2 modeltraject. In semester 2 nemen de studenten vier opleidingsonderdelen op met een totale studieomvang van 23 studiepunten. ‘Masterproef – argumenteren, debatteren en verdedigen’ (2039GENVEV, 3 studiepunten) en ‘Leiderschap als regie van zorg’ (2021GENVEV, 5 studiepunten) worden hier aangeboden. Daarnaast omvat dit semester de opleidingsonderdelen ‘Leiderschap in gezondheid en zorg: ontwikkeling tot praktijkvoering (2030GENVEV, 5 studiepunten) en ‘Leiderschap in gezondheid en zorg: projectwerk als praktijkvoering (2031GENVEV, 10 studiepunten). Tot slot zijn er nog twee opleidingsonderdelen ‘Masterproef – opzetten en opstarten’ (2037GENVEV, 3 studiepunten) en ‘Masterproef – wetenschappelijke publicatie’ (2038GENVEV, 9 studiepunten) die over de semesters heen worden gepland.

Het deeltijds 1 modeltraject omvat dus zes opleidingsonderdelen met een totale studieomvang van 28 studiepunten, waarvan drie opleidingsonderdelen (15 studiepunten) in semester 1, twee opleidingsonderdelen (10 studiepunten) in semester 2 en één opleidingsonderdeel (3 studiepunten) van de masterproef, gespreid over het academiejaar. Het deeltijds 2 modeltraject (32 studiepunten), betreft eveneens zes opleidingsonderdelen: drie opleidingsonderdelen uit de truncus communis (10 studiepunten) in semester 1, twee opleidingsonderdelen (13 studiepunten) in semester 2 en ‘Masterproef – wetenschappelijke publicatie (9 studiepunten).

Wanneer studenten kiezen voor de afstudeerrichting ‘Vroedvrouw specialist’ bestaat het programma in het eerste semester uit zes opleidingsonderdelen (25 studiepunten). Naast de drie opleidingsonderdelen van wetenschappelijk onderzoek uit de truncus communis ‘Systematisch literatuuronderzoek’ (2024GENVEV, 4 studiepunten), ‘Kwantitatieve data-analyse’ (2025GENVEV, 3 studiepunten) en ‘Toepassen van kwalitatief onderzoek’ (2026GENVEV, 3 studiepunten), die deel uitmaken van het deeltijds 2 modeltraject, bevat het programma ook ‘Leiderschap als regie van zorg: concepten en vaardigheden’ (2020GENVEV, 5 studiepunten), ‘De expert in het evidence based zorgproces’ (2022GENVEV, 5 studiepunten) en ‘De professional als beheerder van kwaliteitszorg en patiëntveiligheid’ (2023GENVEV, 5 studiepunten). Deze drie laatste opleidingsonderdelen zijn onderdeel van het deeltijds 1 modeltraject. De opleidingsonderdelen van wetenschappelijk onderzoek behoren tot het deeltijds 2 modeltraject. In semester 2 nemen de studenten vijf opleidingsonderdelen op met een totale studieomvang van 23 studiepunten. ‘Masterproef – argumenteren, debatteren en verdedigen’ (2069GENVEV, 3 studiepunten) wordt hier aangeboden. Daarnaast omvat dit semester de opleidingsonderdelen ‘Klinische verdieping in de verloskunde (2060GENVEV, 5 studiepunten), ‘De vroedvrouw specialist in de hedendaagse zorgmaatschappij (2061GENVEV, 5 studiepunten), ‘De vroedvrouw specialist als coördinator en facilitator bij implementatie van verloskundige modellen’ (2062GENVEV, 5 studiepunten), ‘De vroedvrouw specialist in een internationale/Europese context’ (2063GENVEV, 5 studiepunten). Tot slot zijn er nog twee opleidingsonderdelen ‘Masterproef – opzetten en opstarten’ (2067GENVEV, 3 studiepunten) en ‘Masterproef – wetenschappelijke publicatie’ (2068GENVEV, 9 studiepunten) die over de semesters heen worden gepland.

Het deeltijds 1 modeltraject omvat dus zes opleidingsonderdelen met een totale studieomvang van 28 studiepunten, waarvan drie opleidingsonderdelen (15 studiepunten) in semester 1, twee opleidingsonderdelen (10 studiepunten) in semester 2 en één opleidingsonderdeel (3 studiepunten) van de masterproef gespreid over het academiejaar. Het deeltijds 2 modeltraject (32 studiepunten), betreft zeven opleidingsonderdelen: drie opleidingsonderdelen uit de truncus communis (10 studiepunten) in semester 1, drie opleidingsonderdelen (13 studiepunten) in semester 2 en ‘Masterproef – wetenschappelijke publicatie (9 studiepunten).

Studenten die het programma voltijds volgen en kiezen voor de afstudeerrichting ‘Verpleegkundig specialist’, nemen zes opleidingsonderdelen op in semester 1 met een studieomvang van 23 studiepunten. In semester 2 omvat hun programma vier opleidingsonderdelen (21 studiepunten). Daarnaast hebben ze twee opleidingsonderdelen van de masterproef en één afstudeerrichting specifiek opleidingsonderdeel die over het hele jaar gespreid worden (16 studiepunten).

In het deeltijds modeltraject 1 nemen studenten in totaal 28 studiepunten op. 13 studiepunten worden opgenomen in semester 1: ‘Complexe klinische vraagstukken in alle levensfasen (2040GENVEV, 5 studiepunten), ‘Farmacologie’ (2041GENVEV, 4 studiepunten) en ‘De verpleegkundig specialist als clinicus en zorgcoördinator’ (2044GENVEV, 4 studiepunten). 8 studiepunten worden opgenomen in semester 2: ‘De verpleegkundig specialist als autonome professional’ (2043GENVEV, 4 studiepunten) en ‘De verpleegkundig specialist als coach en gezondheidspromotor’ (2045GENVEV, 4 studiepunten) en de opleidingsonderdelen ‘Masterproef – opzetten en opstarten’ (2047GENVEV, 3 studiepunten) en ‘De verpleegkundig specialist als leider en mentor’ (2042GENVEV, 4 studiepunten) worden over het hele academiejaar ingericht.

Het deeltijds modeltraject 2 omvat 32 studiepunten. In semester 1 worden de drie opleidingsonderdelen van wetenschappelijk onderzoek uit de truncus communis aangeboden met een totale studieomvang van 10 studiepunten. In semester 2 wordt naast het opleidingsonderdeel van de masterproef ‘Masterproef – argumenteren, debatteren en verdedigen’ (2049GENVEV,3 studiepunten) een opleidingsonderdeel ‘Klinische stage’ (2046GENVEV, 10 studiepunten) aangeboden. Daarnaast valt ook ‘Masterproef – wetenschappelijke publicatie’ (2048GENVEV, 9 studiepunten) binnen dit modeltraject.

Je kiest best voor één afstudeerrichting. Als je daarna nog een extra diploma wil halen in een andere afstudeerrichting, dan zal je vrijstellingen kunnen krijgen voor de opleidingsonderdelen van de gemeenschappelijke stam (zwart blok) en opleidingsonderdelen die je eventueel met een andere afstudeerrichting samen hebt gevolgd (grijze blokken). De afstudeerrichting specifieke opleidingsonderdelen (witte blokken) zal je moeten opnemen in je programma. Je zal dus ook een nieuwe masterproef moeten schrijven binnen de nieuwe afstudeerrichting om het diploma van deze afstudeerrichting te kunnen halen.

Alle opleidingsonderdelen worden in het Nederlands aangeboden. Er wordt wel gebruik gemaakt van Engelstalig cursusmateriaal en Engelstalige literatuur. Occasioneel kunnen er gastcolleges in het Engels gegeven worden.

Binnen de afstudeerrichting Verpleegkundig specialist wordt een stage voorzien (opleidingsonderdeel ‘Klinische stage’) met een studiebelasting van 280 uren, ter equivalent van 10 studiepunten. Deze studiebelasting omvat zowel de voorbereiding van een stageplan, intervisiemomenten als een effectieve stagetijd a rato van 240 uren.

Voor de aanvang van de effectieve stage zal de student een stageplan uitwerken, in samenspraak met de stagementor en stagecoördinator. Dit stageplan omschrijft de vooropgestelde leerdoelen en competenties die de student tijdens de stage wenst te bereiken. Deze stagedoelen worden geformuleerd in functie van een rol als verpleegkundig specialist en worden ondersteund door de verschillende opleidingsonderdelen binnen het opleidingsprogramma.

 Bij de keuze van een stageplaats dient de student te beoordelen binnen welke context, setting en team hij/zij de vooropgestelde leerdoelen kan bereiken.

 Voor werkstudenten is er een mogelijkheid om de stage te lopen binnen de eigen werkcontext, doch dit zal – zoals bij iedere stageplaats – aan een aantal voorwaarden moeten voldoen. Deze voorwaarden zijn zowel inhoudelijk ten aanzien van de leerkansen en –uitdagingen, als organisatorisch: ten aanzien van de beschikbaarheid van een stagementor ter plaatse (inhoudelijke begeleiding), naast de begeleiding vanuit UAntwerpen. De stage kan uiteraard ook doorgaan buiten de eigen werkcontext, elders in de organisatie of binnen een andere setting. Tevens is er ook een mogelijkheid voor studenten om een buitenlandse stage te lopen. Hiervoor zullen de mogelijkheden besproken worden en dit zowel binnen de EU als daar buiten.

Om de organisatie van de stage praktisch te faciliteren, zal in het lessenrooster van het tweede semester minder les voorzien worden op donderdag. De effectieve planning van de stage wordt bepaald in samenspraak met de stageplaats en moet binnen het academiejaar vallen. De student kan echter ook beslissen om de afstudeerrichting Verpleegkundig Specialist te spreiden over twee jaar. In dit scenario neemt de student tijdens het eerste academiejaar de opleidingsonderdelen in zijn programma op en tijdens het tweede academiejaar de stage.

Voor werkstudenten vervalt de regel dat stage onbezoldigd is en geldt dat de student afspraken kan maken met werkgever over de concrete invulling en planning van de stage binnen de eigen werktijd.

Als werkstudent kan je je registreren in SisA. Alle lessen zijn zo ingericht dat de combinatie van werken en studeren optimaal gefaciliteerd wordt. De examenplanning van het hele academiejaar, inclusief de tweede examenperiode, wordt al zo vroeg mogelijk in het academiejaar gecommuniceerd.

Heb je verdere vragen in verband met werken en studeren? Neem contact op met Centrum West, het Centrum Werken en Studeren van de Universiteit Antwerpen.

Als verpleegkundige of vroedkundige met een academisch diploma kan je op academisch niveau werken met vraagstukken op het gebied van interventie en innovatie- en implementatieprocessen in de gezondheidszorg. Je kan terecht in een breed werkveld:

  • ziekenhuizen
  • gezondheidscentra
  • thuiszorgorganisaties
  • ziektekostenverzekeraars
  • overheidsinstellingen op het gebied van de gezondheidszorg
  • onderzoeksinstituten

Je werkterrein kan onder meer de coördinatie van zorgvernieuwing, het kwaliteitsmanagement in de zorg, het gezondheidszorgbeleid, adviesfuncties in de zorg en zorgonderzoek omvatten. Je kan je werkterrein verder uitdiepen in een van de vier rollen waarop de opleiding jou voorbereidt: clinical leader, onderzoeker, evidence based deskundige en academicus.

Wanneer je verdergaat als clinical leader zal je management en innovatie in complexe zorgsituaties ontwikkelen en aansturen. Hierbij kan je denken aan leidinggeven aan een organisatorische unit, maar ook aan onderzoek naar organisatorische interventies en naar organisatiecultuur. Tevens kan je leidinggevende en onderzoeksmatige aspecten van bepaalde zorgsituaties als expert ontwikkelen.

In de rol van onderzoeker kies je voor een onderzoekscarrière. Je participeert in onderzoeken en onderzoeksnetwerken van de universiteit of een hogeschool, een gezondheidsinstelling, de overheid of een andere organisatie. Voor deze rol biedt de Universiteit Antwerpen je de mogelijkheid om een doctoraat te behalen in nieuwe domeinen eigen aan deze disciplines.

Wanneer je je verder wil verdiepen in de inhoud van het vak verpleegkunde of vroedkunde en de interventies die daarbinnen uitgevoerd worden, kies je voor de rol van evidence based deskundige. In deze rol bouw je expertise op die je als consultant deelt met anderen. Je ontwikkelt de best passende zorgprogramma’s en interventies steunend op evidence uit goed wetenschappelijk onderzoek en je beheert de kwaliteit van de zorg in de breedste zin.

In alle bovenstaande rollen werk je als master in de verpleegkunde en de vroedkunde als academisch zorgverlener. Deze rol komt vooral tot uiting in de attitude waarmee je bovenstaande rollen uitvoert. De houding van levenslang leren staat hierbij centraal, maar ook ondernemerschap, objectiviteit en een kritische onderzoekende houding zijn belangrijke onderdelen.

De verpleegkunde en de vroedkunde zijn beide wetenschappen in volle ontwikkeling. Naast de ‘cure’ vraagt de bevolking meer en meer ‘care’ op het vlak van basiszorg en gespecialiseerde, hoogtechnologische en chronische zorg. Door de interdisciplinaire samenwerking in de gezondheidsdiensten biedt de master in de verpleegkunde en de vroedkunde hiervoor een toegevoegde waarde.

Enkel in de afstudeerrichting ‘Verpleegkundig specialist’ is er stage opgenomen in het programma. Bij de andere afstudeerrichtingen is er geen stage.

  • Activerend en studentgericht onderwijs met een laagdrempelig contact tussen studenten en lesgevers
  • Een waaier aan werk- en onderwijsvormen met veel projectwerk en samenwerkend leren
  • Een helder programma waarbij duidelijke rollen en leerlijnen de rode draad vormen doorheen het programma
  • Je hebt de keuze tussen de vier afstudeerrichtingen: leiderschap in gezondheid en zorg, onderzoeker in gezondheid en zorg, verpleegkundig specialist en vroedvrouw specialist
  • Combinatie werken en studeren wordt optimaal gefaciliteerd door de organisatie van de lessen op twee vaste lesdagen (dinsdag en donderdag tussen 13:45 en 21 uur)

Meer weten?

Heb je een vraag over inschrijven, op kot gaan, je studie financieren…? Stel ze aan onze algemene diensten!