Chronische pijn is vaak onzichtbaar, maar het heeft een enorme impact op het leven van wie ermee leeft. Jade Mosselmans, doctoraatsstudente binnen Movement Antwerp (MOVANT), onderzoekt hoe chronische pijn ontstaat na de behandeling voor borstkanker. Op 2 oktober neemt ze deel aan de Wetenschapsbattle, waarbij ze haar onderzoek zo helder mogelijk zal uitleggen aan lagereschoolkinderen. Wij spraken met haar over haar onderzoek en de uitdagingen van chronische pijn.
Wat kunnen we verstaan onder chronische pijn?
Jade: “Bij normale, acute pijn vormt een pijnprikkel een alarmsysteem. Stel: je legt je hand op een warm vuur, dan versturen je hersenen een pijnprikkel waardoor je je hand terugtrekt en jezelf beschermt. Het probleem bij chronische pijn is dat dat alarm blijft afgaan, ook wanneer het gevaar al lang geweken is. Op dat moment is de pijn geen waarschuwing meer, maar is het de ziekte zelf geworden.”
Veel mensen leven met chronische pijn en toch blijft de problematiek vaak onderbelicht. Hoe komt dat?
Jade: “Chronische pijn is inderdaad heel vaak voorkomend. In Europa kampt één op vijf volwassenen met een chronische pijnproblematiek en in België gaat het zelfs over een kwart van de bevolking. Op dit moment zijn er geen bloedtesten of scans die kunnen zeggen dat iemand pijn heeft en waar het zich situeert. Iemand met chronische pijn kan er bovendien ook perfect gezond uitzien en redelijk goed functioneren. Zo ontstaat er een vorm van ongeloof en komt er vaak schaamte bij kijken, waardoor mensen er minder over praten.”
“Daar komt bij dat ons medische systeem vaak nog niet helemaal afgestemd is op chronische pijn. We zijn getraind om een oorzaak te zoeken en die vervolgens op te lossen, maar in dit geval is chronische pijn de aandoening. Dat maakt dat het moeilijker te vatten en te behandelen is, en dus ook makkelijker over het hoofd te zien.”
Hoe kan chronische pijn het leven van patiënten beïnvloeden?
Jade: “Als je pijn hebt, dan voel je je vaak somberder. Je slaapt slechter, wat dan weer impact heeft op je sociale omgeving of werk. Er zijn heel wat mensen die door hun chronische pijnproblematiek bijvoorbeeld niet meer kunnen werken. Dat heeft op zijn beurt weer impact op je mentale gezondheid. En zo belanden veel patiënten in een vicieuze cirkel waarin hun wereld stap voor stap kleiner wordt.”
Hoe doe jij onderzoek naar chronische pijn?
Jade: “Concreet ben ik op zoek naar signalen waaraan we vroegtijdig kunnen herkennen dat iemand gevoeliger is voor het ontwikkelen van een chronische pijnproblematiek na een borstkankerbehandeling. Dat is wat we biomarkeronderzoek noemen. Enerzijds kijk ik naar vrouwen die geopereerd zijn aan borstkanker. Ik volg hen gedurende een jaar op om te kijken of de pijn langer aanhoudt dan de verwachte herstelperiode. Als dat het geval is, dan spreken we van chronische pijn. Daarnaast onderzoek ik ook borstkankerpatiënten die chemotherapie krijgen, omdat die behandeling ook invloed kan hebben op de zenuwen en pijnmechanismen.”
“Pijn is vaak complex en subjectief. Dezelfde pijnprikkel kan door twee mensen helemaal anders worden ervaren. Daarom ben ik op zoek naar manieren om die pijn te objectiveren. Dat is niet makkelijk, dus ik probeer het op verschillende niveaus te doen.
- Om te beginnen ga ik mensen bevragen over hun pijnproblematiek, maar ook over hun omgeving: slaapkwaliteit, sociale contacten en mentale gezondheid.
- Daarnaast onderzoek ik in het bloed verschillende signaalstofjes: sommige wijzen op ontsteking, andere op schade aan de zenuwen, en andere op de manier waarop het zenuwstelsel zichzelf aanpast.
- Ook de lichaamssamenstelling van de patiënten breng ik in kaart. Dat doe ik aan de hand van een weegschaal die hun vet-, vocht- en spiermassaverhoudingen meet.
- Verder gebruik ik ook Quantitative Sensory Testing, waarbij ik mensen in een gecontroleerde omgeving blootstel aan warmte- en koudeprikkels. Ik doe hen daarbij niet echt pijn: ik laat de temperatuur schommelen en kijk hoe goed ze temperatuurverschillen waarnemen, en vanaf wanneer het onaangenaam wordt. Dat vertelt me iets over de gevoeligheid van de zenuwen en de mechanismen achter pijn.
- Ten slotte gebruik ik in mijn onderzoek ook een MRI-scanner om te kijken of ik in de hersenen iets kan opmerken dat chronische pijn weerspiegelt.”
“De ultieme ambitie van mijn doctoraat is om al die puzzelstukjes samen te brengen tot risicoprofielen. Zo zouden we bijvoorbeeld op voorhand kunnen voorspellen welke patiënten meer kans hebben om chronische pijn te ontwikkelen. Als we chronische pijn op tijd kunnen herkennen, dan kunnen we ook veel sneller en gerichter inspelen op die risico’s.”
Op 2 oktober 2026 doe je mee aan de Wetenschapsbattle met als thema chronische pijn. Welke vraag ga je daar behandelen?
Jade: “Tijdens de Wetenschapsbattle ga ik op kindermaat proberen uitleggen of je (chronische) pijn kunt zien in de hersenen. We weten namelijk dat onderzoekers er al in geslaagd zijn om aan de hand van hersenscans te voorspellen hoeveel pijn iemand op een bepaald moment ervaart. De uitdaging is dat er geen specifiek pijncentrum bestaat in de hersenen. De hersengebieden die actief worden bij een pijnprikkel, worden bijvoorbeeld ook actief bij een luid geluid. Er is dus nog geen hersengebied gevonden dat uitsluitend met pijn te maken heeft. Eerder onderzoek ging bovendien vooral over acute pijn, terwijl ik me ga toespitsen op chronische pijn.”
“Onze hersenen bestaan uit grijze stof, de hersenschors, en witte stof, een netwerk dat verschillende hersengebieden met elkaar verbindt. Met een MRI-scan en een techniek die Fixel-Based Analysis heet, kan ik die verbindingsbanen tot op het niveau van de afzonderlijke vezelbundels bekijken. Ik meet hoe dicht en hoe stevig die bundels zijn, en onderzoek zo of chronische pijn sporen nalaat in de opbouw van de witte stof. Onze hypothese is dat we weldegelijk verschillen zullen zien tussen mensen mét en zonder chronische pijn. Maar ik zit nog maar in mijn eerste doctoraatsjaar, dus er valt nog veel te onderzoeken.”
Waarom vind je het belangrijk om deel te nemen aan de Wetenschapsbattle?
Jade: “Ik denk dat het vooral belangrijk is om het thema chronische pijn naar kinderen te brengen omwille van het onzichtbare aspect. We moeten hen leren dat iemand die er perfect gezond uitziet en goed kan functioneren, toch met pijn kan leven. Daarnaast lijkt het me ook heel leuk om kinderen warm te maken voor wetenschap in het algemeen.”
“Tegelijk is het ook een mooie uitdaging voor mezelf om mijn onderzoek eenvoudig uit te leggen en niet te vervallen in moeilijke, wetenschappelijke termen. Als je iets aan kinderen wil uitleggen, dan moet je zelf echt goed begrijpen waar je mee bezig bent. Ik hoop dus dat de Wetenschapsbattle mij een betere onderzoeker én wetenschapscommunicator zal maken.”
