Ernstige (verkeers)ongevallen, brandwonden of explosietrauma’s kunnen een grote impact hebben op een mensenleven. Wanneer het acute gevaar geweken is, begint vaak een lang en complex revalidatieproces. Dat focust op veel meer dan alleen lichamelijk herstel, zo vertellen professoren Ulrike Van Daele en Jill Meirte, experts in littekentherapie. Het recente bezoek van een Oekraïense delegatie aan Belgische brandwondencentra, waaraan beide onderzoekers deelnamen, benadrukte de uitdagingen en het belang van traumarevalidatie.
Patiënten krijgen bij een ernstig trauma vaak te maken met een combinatie van verschillende soorten letsels: orthopedisch, neurologisch, inwendig … Dat maakt de traumarevalidatie zeer complex en veelzijdig. “Enerzijds zijn er anatomische structuren die beschadigd zijn en hersteld moeten worden. Anderzijds vertrekken we vanuit het biopsychosociaal model: de ervaringen, doelstellingen en het mentale welzijn van de patiënt worden ook meegenomen in het revalidatieproces. Daardoor moet je voortdurend afwegen welke noden op welk moment prioritair zijn”, licht prof. Van Daele toe. “Met de revalidatie willen we echt nastreven dat een patiënt opnieuw een betekenisvol leven kan leiden, hoe dat er binnen de veranderde realiteit ook uitziet”, vult prof. Meirte aan.
Die focus op levenskwaliteit en participatie is een belangrijke evolutie in de traumarevalidatie. “We kijken naar wat de mensen nog wél kunnen en hoe we ervoor kunnen zorgen dat ze opnieuw kunnen deelnemen aan de maatschappij. Daarbij richten we de zorg ook op de persoon zelf. Stel: de patiënt is een jong persoon die graag een actief leven wil leiden, dan stemmen we de combinatie van therapieën af op zijn zorgvraag”, legt prof. Meirte uit.
Belang van littekenzorg
Ook littekenzorg is een essentieel, maar vaak onderschat aspect binnen de traumarevalidatie. Niet alleen om esthetische redenen, maar ook omdat een litteken pijn kan veroorzaken en impact kan hebben op het zelfbeeld van de patiënt. Hoewel een litteken kort na een trauma vaak probleemloos lijkt te genezen, kunnen klachten of complicaties pas op de lange termijn opduiken. “Neem bijvoorbeeld iemand met een beenamputatie. Die amputatie creëert ook een litteken en het is net op die plek dat er later een prothese moet worden aangepast. Als het litteken niet goed geneest, dan kan dat invloed hebben op de gangrevalidatie. Daarom is het essentieel dat die littekenzorg vanaf het begin deel uitmaakt van de behandeling, zowel voor het functioneren als het mentaal welzijn van de patiënt”, aldus prof. Van Daele.
“Of het nu gaat om brandwonden, verkeersongevallen of explosietrauma’s: binnen de traumarevalidatie zien we vaak dat patiënten meerdere operaties ondergaan. Elke chirurgische ingreep gaat gepaard met nieuwe littekens. Bovendien blijft een litteken nog zo’n twee jaar evolueren en in de groei zelfs langer. Daarom is het zo belangrijk dat we het blijvend meenemen in onze opvolging. Patiënten geven vaak ook aan dat ze nood hebben aan advies over wat ze zelf kunnen betekenen binnen die littekenzorg”, voegt prof. Meirte toe.
Oekraïense delegatie
Het belang van gespecialiseerde traumazorg kwam recent aan bod tijdens een bezoek van een delegatie uit Kiev (Oekraïne) aan verschillende Belgische brandwondencentra. “De zorgprofessionals in Oekraïne worden vandaag geconfronteerd met een ingewikkelde realiteit: een land in oorlog, werken onder druk, beperkte middelen en een tekort aan opgeleid zorgpersoneel. Bovendien wordt de zorg voor patiënten met ernstige trauma’s en brandwonden er op dit moment georganiseerd over verschillende ziekenhuizen heen. De delegatie heeft de ambitie om een groot referentiecentrum op te zetten voor complexe traumazorg, waar alle expertise onder één dak zit. Daarom bezoeken ze nu dergelijke centra in het buitenland om te kijken hoe ze georganiseerd zijn, welke infrastructuur er nodig is en welke disciplines aanwezig moeten zijn”, licht prof. Van Daele toe.
De delegatie bracht ook een bezoek aan Oscare, het nazorg- en onderzoekscentrum voor brandwonden en littekens waar prof. Van Daele en prof. Meirte allebei bij betrokken zijn. “Dat interesseerde hen sterk, omdat langdurige nazorg en revalidatie een essentieel onderdeel zijn van het herstelproces. Wij hebben tijdens het bezoek onze Scar Academy gepresenteerd en getoond hoe wij werken, maar we leerden ook van hen. Het was indrukwekkend om te zien hoe creatief en veerkrachtig zij omgaan met de beperkte middelen waarover ze beschikken”, licht prof. Meirte toe. “Bovendien zien zij patiënten met complexe trauma’s in groten getale en moeten ze veel meer allround te werk gaan. En dat in een complexiteit die je nog niet half kunt bevatten”, aldus prof. Van Daele.
Evacuatie van patiënten
Traumarevalidatie wordt niet alleen gestuurd door de verwondingen zelf, maar ook door de context waarin ze ontstaan. Zo brengt de oorlogscontext vandaag complexe uitdagingen met zich mee. “Eén van de grootste uitdagingen is de evacuatie van gewonde patiënten van het slagveld. Dat werd onder meer ook toegelicht toen ik begin deze zomer een bezoek bracht aan een medisch trainingskamp voor geneeskundestudenten van de Belgische Defensie. De opleiding wordt daar aangepast op basis van de ervaringen uit Oekraïne, omdat dat nu de nieuwe realiteit is van oorlogsvoering”, vertelt prof. Van Daele.
Waar een gewonde vroeger relatief snel van het slagveld geëvacueerd kon worden naar een eerste medische hulppost en daar gestabiliseerd werd totdat transport naar een ziekenhuis of veldhospitaal mogelijk was, is die context vandaag helemaal anders. “Patiënten moeten vaak veel langer in leven gehouden worden in zeer moeilijke omstandigheden op het slagveld zelf. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor alles wat daarna komt”, licht prof. Van Daele toe. “Die vroege zorg is cruciaal. Op het moment dat patiënten het ziekenhuis bereiken, is de situatie vaak al veel complexer geworden door infecties en bijkomende complicaties. Daarbovenop komen dan nog specifieke letsels en brandwonden door het gebruik van drones in de oorlogsvoering. Het gaat dus zelden om een geïsoleerd letsel”, aldus prof. Meirte.
Partner in eigen revalidatieproces
Naast de acute medische hulp, is zorg op de lange termijn minstens even cruciaal. “Dankzij de medische vooruitgang kunnen mensen vandaag vaak zelfs zeer ernstige verwondingen overleven, maar je patiënt moet ook nog voldoende levenskwaliteit hebben. Het uiteindelijke doel is dan ook om die patiënt opnieuw zo functioneel mogelijk te krijgen binnen de maatschappij en zijn privéleven. Opnieuw kunnen stappen of de trap nemen horen daar natuurlijk bij, maar dat alleen is niet voldoende”, vertelt prof. Van Daele.
De patiënt wordt bovendien als partner gezien in zijn eigen revalidatieproces. “We kijken voortdurend naar wat iemand zelf kan bijdragen, omdat dat bekrachtigend werkt. Bij littekentherapie kan dat bijvoorbeeld gaan over zelf het litteken hydrateren en verzorgen. Dat lijken kleine dingen, maar net die zelfzorg en dat gevoel van controle dragen bij aan het herstel”, legt prof. Meirte uit.
Uiteindelijk draait traumarevalidatie dus om veel meer dan lichamelijk herstel. Ze ondersteunt mensen om zoveel mogelijk levenskwaliteit te herwinnen, ondanks de fysieke of mentale sporen die een trauma kunnen nalaten. Zoals professor Van Daele en Meirte benadrukken: “Acute zorg redt een leven, en revalidatie helpt om dat leven terug op te nemen.”
