Meer dan een sociaal storend probleem: wat slaapapneu kan doen met je gezondheid

Wie minstens vijf keer per uur tien seconden of langer stopt met ademen tijdens het slapen, lijdt aan ‘slaapapneu’. Naast het bekende slaapmasker (CPAP) bestaan er ook alternatieve behandelingen. Slaapapneu-onderzoeker professor Marijke Dieltjens licht die alternatieven toe en legt uit waarom therapietrouw zo belangrijk is.

Professor Dieltjens focust zich op obstructief slaapapneu (OSA), waarbij de luchtweg tijdens het slapen dichtvalt. “Dat kan gebeuren ter hoogte van de huig, het zachte verhemelte, de tongbasis of zelfs het strotklepje”, licht professor Dieltjens toe. “Naast obstructief slaapapneu heb je ook centraal slaapapneu. Bij die laatste wordt er vanuit de hersenen geen stimulans gegeven om te ademen.”

Hoelang zo’n slaaponderbreking bij slaapapneu juist duurt hangt af van patiënt tot patiënt. “We beginnen te tellen vanaf tien seconden, maar het kan soms veertig, vijftig en zelfs zestig seconden duren”, aldus professor Dieltjens.

Gezondheidsrisico’s

Er is sprake van een slaapapneu bij meer dan vijf ademonderbrekingen van minimum tien seconden op een uur. “Enerzijds heeft de patiënt zelf vooral last van symptomen die overdag optreden, zoals slaperigheid, vermoeidheid of ochtendhoofdpijn”, legt professor Dieltjens uit. Maar ook de slaappartner kan het opmerken, want een belangrijk symptoom is luid snurken. “Soms kan de slaappartner echt horen dat iemand stopt met ademen tijdens de slaap en daarna weer naar adem hapt.”

“Slaapapneu wordt vaak beschouwd als een sociaal storend probleem, maar er wordt te weinig stilgestaan bij de gezondheidsrisico’s”, vertelt professor Dieltjens. Zo heeft slaapapneu ook een belangrijk onderliggend effect op hart- en vaatziekten. “Door die herhaaldelijke ademstops en vaak ook een daling van het zuurstofgehalte in het bloed, wordt het hart herhaaldelijk extra belast. Dat verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. Bovendien kunnen ook diabetes of andere metabole aandoeningen gelinkt worden aan onbehandeld slaapapneu.”

Slaaponderzoek

Om de ernst van slaapapneu vast te stellen, ondergaan patiënten een slaaponderzoek waarbij ze de hele nacht gemonitord worden. “We meten daarbij de hersenactiviteit om te bepalen of de patiënt slaapt en monitoren onder andere het zuurstofgehalte in het bloed en de luchtstroom om de ademhaling en eventuele ademonderbrekingen in kaart te brengen”, vertelt professor Dieltjens.

Om een onderscheid te maken tussen obstructief en centraal slaapapneu, meten de onderzoekers ook de bewegingen van buik en borstkas. “Als de borstkas en buik geen ademhalingsbewegingen meer maken, dan weten we dat de ademhaling vanuit de hersenen niet meer wordt aangestuurd. Zijn die bewegingen er wel, dan weten we dat de luchtweg dichtzit.”

Behandelingen

Slaapapneu kan op verschillende manieren behandeld worden, met als meest voorkomende optie het CPAP-masker (Continuous Positive Airway Pressure). “Dat is een masker waarbij lucht in de luchtwegen wordt geblazen zodat de luchtwegen openblijven”, licht professor Dieltjens toe. Een ander niet-chirurgisch alternatief is de mondbeugel. Die wordt ’s nachts gedragen door patiënten en houdt de luchtweg open door de onderkaak naar voren te trekken.

“Daarnaast zien we soms dat de ademstops vooral optreden als patiënten op hun rug liggen. In die gevallen kunnen we een soort trilalarm gebruiken dat hen stimuleert om op hun zij te slapen.” Ook chirurgisch zijn er enkele behandelopties, zoals een operatie ter hoogte van de tongbasis, huig of amandelen of een soort pacemaker die de tong stimuleert om te luchtweg open te houden.

Therapietrouw

Therapietrouw vormt de rode draad van een succesvolle behandeling. “Het is een beetje zoals een bril: die werkt ook alleen als je hem draagt. Hetzelfde geldt voor een behandeling van slaapapneu. Je wordt enkel behandeld als je je behandeling gebruikt.” Om slaapapneu effectief te behandelen met een CPAP-masker, moeten patiënten het per nacht minimum vier uur dragen. “We weten dat er op die grens van vier uur een vermindering van symptomen en risico op hart- en vaatziekten optreedt. Maar ongeveer de helft van de patiënten stopt bij CPAP binnen de drie jaar met de behandeling”, aldus professor Dieltjens.

Daarom zijn alternatieve behandelingen zo belangrijk. “Die zijn misschien minder effectief in het verlagen van de ernst van de slaapapneu, maar ze worden vaak beter verdragen. Een hogere therapietrouw kan dat verschil in efficiëntie uiteindelijk compenseren”, legt professor Dieltjens uit.

Hart- en vaatziekten

Onlangs haalden professor Dieltjens en haar team een groot FWO junioronderzoeksproject binnen, waarin ze meer in de diepte gaan onderzoeken hoe slaapapneu het risico op hart- en vaatziekten beïnvloedt en welke impact de behandelingen erop hebben. “Specifiek gaan we onderzoeken of dat risico na één jaar behandeling al afneemt”, aldus professor Dieltjens.

Daarnaast zullen de onderzoekers nagaan of aanvullende parameters het slaaponderzoek kunnen verbeteren. “Momenteel vertrekken we in het slaaponderzoek van één grote parameter, namelijk hoeveel keer iemand tijdens de slaap stopt met ademen. Met de duur van de ademonderbrekingen of de mate van zuurstofdaling wordt geen rekening gehouden. Stel: iemand stopt vijf keer vijftig seconden met ademen in plaats van tien seconden, dan heeft dat een grotere impact op het risico op hart- en vaatziekten. Dus dat gaan we extra onder de loep nemen”, zo besluit professor Dieltjens.