Bio-ingenieurswetenschappen

Bio-ingenieurs pakken grootse uitdagingen aan, zoals luchtkwaliteit, voedselveiligheid, klimaatverandering en milieu- en gezondheidsproblemen. Ze zijn echte problem solvers: wetenschappers die onderzoeken én toepassen, ingenieurs van de levende materie. 

Bio-ingenieurswetenschappen is een opleiding met zowel biologie, wiskunde, chemie als fysica. Want dat is toch allemáál interessant?! En niet alleen interessant, je hebt het ook allemaal tegelijk nodig om de grote problemen van onze maatschappij op te lossen. In de coronacrisis zijn de artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners natuurlijk de helden die op de voorgrond treden, maar de complexe problemen worden opgelost door echte problem solvers. Aan de ontwikkeling van het mogelijke vaccin werken tientallen bio-ingenieurs mee; technologieën, chemicaliën en werkingsprincipes voor bestrijding van het virus en voor desinfectie worden mee ontwikkeld door bio-ingenieurs en geproduceerd in productieketens waar bio-ingenieurs aan mee bouwen.

De grote problemen van vandaag (pandemie, klimaat, voedselzekerheid, afval en vervuiling, verstedelijking, biodiversiteit,…) hebben oplossingen nodig die putten uit meer dan één wetenschappelijke discipline. Als bio-ingenieur ben je ideaal opgeleid om met de nodige brede wetenschappelijke basis deze multidisciplinaire oplossingen uit te denken.

Ontdek de opleiding

Video afspelen

FAQ

Met een minimum van 6 lesuren wiskunde ben je goed voorbereid. Als je minder wiskunde hebt gehad, kan je slagen, mits een goede motivatie en hard werken. De docent van wiskunde is trouwens een zeer motiverende en bereikbare lesgever die probeert om al zijn studenten mee te hebben. 

Een voorkennis van wetenschappen is niet nodig maar wel meegenomen.

Door de brede opleiding is het aanbod aan werkplekken ook ruim. Een greep uit het arsenaal zijn: toegepast onderzoek, ‘zuivere’ ingenieursjobs, onderwijs, consultancy, communicatie, management, …

Bio-ingenieurs komen op diverse en boeiende plekken terecht. Download de brochure over de bachelor en je ontvangt ook de brochure ‘Waar werken bio-ingenieurs?’ met getuigenissen van onze oud-studenten.

Een bio-ingenieur manipuleert een proces of een verschijnsel en is op zoek naar oplossingen; een exacte wetenschapper bestudeert en beschrijft eerder. Een bio-ingenieur heeft alle wetenschappen uitgebreid in zijn pakket zitten en moet vaak twee of meer verschillende wetenschappen met elkaar koppelen om een probleem op te lossen.

Burgerlijke ingenieurs zijn ingenieurs van de dode materie (bv. gebouwen, bruggen, …), met evt. toepassingen richting levende materie.

Bio-ingenieurs zijn ingenieurs van de levende materie (bv. planten, mensen, dieren, micro-organismen, voeding …) en gebruiken biologische concepten of systemen als basis.

Een industrieel ingenieur heeft een eerder toegepaste opleiding, terwijl een bio-ingenieur een meer theoretische opleiding heeft. Industrieel ingenieurs kennen vaak één toepassing erg goed, terwijl bio-ingenieurs die toepassing sneller kunnen kaderen in het grotere geheel en andere toepassingen kunnen aanraden/betrekken in hun oplossing.



Als je in het onderzoek, industrie of beleid wil dan kies je best bio-ingenieur. Geneeskunde leidt dokters op. De bio-ingenieur levert nieuwsgierige wetenschappelijke onderzoekers af die problemen kunnen oplossen in diverse omgevingen (onderzoek, beleid, industrie ….)

Bio-ingenieurs hebben veel les, meer dan in ‘t middelbaar. Maar ongeveer de helft van de lessen zijn practica en oefeningen. Je bent dan actief bezig met de leerstof en dus heb je minder tijd nodig om dit thuis nog te verwerken. Bovendien heb je dan de theorie al eens in actie gezien en dat blijft beter hangen.



In Antwerpen studeren minder studenten. De omgang met docenten en assistenten is veel laagdrempeliger. Wij kunnen onze studenten omwille van deze kleinere groepen onderzoeksgebaseerd onderwijs bieden met veel contact met onderzoekers én in onderzoekslabo’s. Voorbeelden daarvan zijn de opleidingsonderdelen Probleemoplossend Denken in de 1ste bachelor, Geïntegreerd Practicum Biochemie/Fysiologie in de 2de bachelor, Projectwerk met inbegrip van stage en Geïntegreerde Practica in de 3de bachelor.

Het theoretische verschil is uiteraard klein. Het is dezelfde bacheloropleiding, maar het onderzoeksaspect kan meer aan bod komen. Je zal zelf meer onderzoek doen in de onderzoekslabo’s onder begeleiding van o.a. doctoraatstudenten.

Onze bachelor is volledig afgestemd op de master in Leuven of Gent. Jaarlijks is ons onderwijsteam bezig met deze overstap. Al onze studenten zouden terug in Antwerpen starten als ze opnieuw moesten kiezen.

Het lessenrooster is goed gevuld. Er zijn weinig springuren en lessen durven wel eens tot 18.00 duren. 

Je kan op Erasmus gaan (in het 3de bachelorjaar), je kan ook een stage in het buitenland doen of je thesis in het buitenland schrijven. 

Er zitten geen talen in het vakkenpakket. Maar veel bio-ingenieurs gaan in het buitenland studeren of werken. Bio-ingenieurs komen bovendien vaak in internationale teams terecht. Ze hebben ook een brede kijk op de wereld en op globale problemen en vraagstukken. Dus je talenkennis is zeker mooi meegenomen en kan je vaak in de praktijk omzetten.



Een universitaire opleiding is veel meer dan alleen maar kennis overpompen. Bij de opleiding bio-ingenieurswetenschappen vinden we contact met de studenten erg belangrijk. Zo willen we je naast kennis ook attitudes bijbrengen (oplossingsgericht denken, helikopterzicht op een probleem ontwikkelen, …) en vaardigheden aanleren om je vertrouwd te maken met veel gebruikte technieken én om te illustreren dat die kennis ook in het echt werkt.

 

Die vaardigheden komen ruim aan bod in de practica die bij vrijwel elk vak van de opleiding horen. De vele uren praktijk en oefeningen zijn een ideale manier om de binding met de opleiding, met de campus en met elkaar te garanderen. Schimmels kweken en bestuderen in een echt microbiologisch labo is toch nog anders dan thuis in je koelkast. 

 

Ook voor het ontwikkelen van kennis en attitudes is regelmatig contact belangrijk. Alleen zo weten de docenten of hun studenten nog mee zijn en kunnen we achterhalen of en hoe studenten zelf creatief met de leerstof leren omgaan voor het oplossen van realistische en soms zelfs interdisciplinaire problemen

Voor veel practica is het ontwikkelen van labovaardigheden en het kennismaken met technieken en technologieën belangrijk. Dat kan je niet zomaar thuis. Practica gaan standaard door in kleine groepen (maximaal 25 studenten). Vaak werk je per 2. Door het vele samenwerken aan praktische opdrachten, leer je de rest van de groep snel kennen. Oefeningen kunnen naargelang het onderwerp van de les op de campus of via afstandsonderwijs worden gegeven. Op afstand kan een docent wel uitleggen hoe je een bepaalde oefening oplost maar om oefeningen écht te vatten, moet je die gewoon zelf maken. In een feedbacksessie on campus kan je dan samen met de docent kijken waar je vastliep.

Benieuwd waarmee jouw toekomstige docenten bezig zijn? In deze voorbeelden wordt hoogstaand onderzoek vertaald naar het brede publiek

Meer weten?

Verken de campus