Op woensdag 1 juli zetten we de professoren van onze faculteit die dit jaar met emeritaat gaan in de bloemetjes. In de aanloop naar dat moment gingen we met hen in gesprek over hun carrière, hun drijfveren en de momenten waar ze trots op terugkijken. Professor Guido Van Hal vertelt hoe hij als medisch socioloog uitgroeide tot een vaste waarde binnen onze faculteit en mee aan de basis lag van het kankerscreeningsonderzoek in Vlaanderen.
In 1983 komt professor Van Hal via zijn burgerdienst eerder toevallig terecht op de Universitaire Instelling Antwerpen, de voorloper van onze universiteit. “Ik wilde mijn burgerdienst eigenlijk uitvoeren bij mijn tante, een kloosterzuster die op de Ossenmarkt de armen hielp. Maar de arrondissementscommissaris raadde me aan om te beginnen aan de universiteit, omdat ik een universitair diploma politieke en sociale wetenschappen had”, vertelt hij. Hij vervulde zijn burgerdienst op de Dienst Veiligheid en Gezondheid op het Werk, waar hij onder meer meewerkte aan de invoering van de tikklok en onderzoek deed naar determinanten van onveilig gedrag bij het personeel van de universiteit.
Na twintig maanden zat de burgerdienst van professor Van Hal erop. “Ik vond het werk wel interessant. Toen mijn diensthoofd me in de lente van 1985 vertelde dat ze iemand nodig hadden op de Faculteit Geneeskunde, ben ik dan ook op gesprek gegaan bij professor André Meheus. Na enkele minuten werd duidelijk dat ik vrijwel meteen kon starten.” In zijn eerste project, dat zo’n anderhalf jaar liep, onderzocht professor Van Hal het ziekteverzuim bij het personeel van het OCMW in Antwerpen. Na afloop werd hij bij het diensthoofd, professor Willy Eylenbosch, geroepen. “Hij vroeg me of ik zin had om rond kankerscreening te werken. Daar heb ik toen niet over getwijfeld. Tot op vandaag blijft kankerscreening een hoofdthema in mijn onderzoek”, aldus professor Van Hal.
Aan de basis van kankerscreening
Bij de drie huidige kankerscreeningsprogramma’s – naar borst-, dikkedarm- en baarmoederhalskanker – was professor Van Hal vanaf de start betrokken. In 1999 rondde hij zijn doctoraat af over baarmoederhals- en borstkankerscreening. “Ik mocht toen ook mijn verhaal gaan doen bij het beleid. Toen twee jaar later de borstkankerscreening effectief van start is gegaan, bleek dat ze weldegelijk elementen uit mijn doctoraat hebben meegenomen”, aldus professor Van Hal. In 2008 lanceerde de toenmalige Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Steven Vanackere een oproep naar alle Vlaamse onderzoeksinstellingen om een pilootstudie uit te denken voor dikkedarmkankerscreening. Professor Van Hal en zijn collega-onderzoekers hebben toen het winnende voorstel ingediend. “Ik heb toen die pilootstudie uitgevoerd”, vertelt hij. “Daaruit bleek bijvoorbeeld dat de participatie aanzienlijk hoger lag wanneer we de tekstkit voor een stoelgangstaal rechtstreeks naar de mensen thuis stuurden, in plaats van hen eerst via de huisarts te laten gaan. Bovendien moest de test ook gratis zijn, zodat er geen barrière was om deel te nemen.”
Tijdens zijn carrière begeleidde professor Van Hal verschillende doctoraatsstudenten die werkten rond kankerscreening. Eén van hen maakte specifiek voor dikkedarmkankerscreening een analyse, waaruit bleek dat de screening de kanker niet alleen vroeger kan opsporen maar ook kan voorkomen. “Zes jaar na start van het screeningsprogramma, in 2013, zagen we dat er in Vlaanderen veel minder mensen overleden aan dikkedarmkanker en dat de ziekte ook minder voorkwam. We kunnen poliepen opsporen die nog niet kwaadaardig zijn, waardoor er geen dikkedarmkanker kan ontstaan als we die wegnemen. Zo beïnvloeden we echt het voorkomen van die kanker. Het is echt wel fijn om te zien dat de screening effectief zo’n impact heeft”, licht professor Van Hal toe.
Vandaag is professor Van Hal, samen met zorgprofessionals van de Dienst Radiologie van het UZA ook betrokken bij een pilootstudie rond longkankerscreening. “Dat is nog niet geïmplementeerd in Vlaanderen, maar we zijn nu data aan het verzamelen om te kijken hoe dat ingevoerd zou kunnen worden.” De rol van de socioloog binnen het medisch onderzoek en onderwijs, en de multidisciplinaire samenwerking die daarbij hoort, is iets wat hij gaandeweg steeds zag groeien. “In het begin van mijn carrière moest ik nog aantonen dat sociologen met hun andere blik ook waardevolle bijdragen konden leveren. Later werd ik vanuit de klinische wereld geregeld gevraagd om de sociaalwetenschappelijke impact mee in kaart te brengen. Vandaag zijn maatschappelijke en psychologische aspecten echt ingebed in de geneeskundeopleiding in de leerlijn Arts en Maatschappij”, aldus professor Van Hal.
Drug- en middelengebruik
Naast kankerscreening kwam er in de loop der jaren een tweede groot onderzoeksthema bij voor professor Van Hal: legaal en illegaal middelengebruik. Zo is hij titularis van de Leerstoel Reinier de Graaf – Jongeren en Alcohol, die het alcoholgebruik onder jongeren in België beter in kaart wil brengen en wil terugdringen. Daarnaast geeft hij onder meer les aan de tabakologen, die mensen begeleiden bij het stoppen met roken. “Dat is veel complexer geworden met de opkomst van het vapen”, vertelt professor Van Hal. “De tabaksindustrie merkt dat het in West-Europese landen moeilijker wordt om tabaksproducten te verkopen, omdat de wetgeving er strenger wordt. Denk maar aan rookverboden op terrassen, rondom ziekenhuizen of woonzorgcentra en het verbod op reclame. Tegelijk zien we een onrustwekkende evolutie van het vapen, waarmee ze vooral jongeren willen bereiken. Het vapen vormt bovendien vaak een opstapje naar de klassieke sigaret.”
Toekomst van het vakgebied
“Zowel kankerscreening als middelengebruik draaien in grote mate rond preventie”, zegt professor Van Hal. “Dat zal ook in de toekomst ontzettend belangrijk blijven, maar in de praktijk is er maar weinig budget voor. Preventie blijft toch wat een ondergeschoven kind.”
Voor kankerscreening verwacht professor Van Hal dat er een bloedtest zal komen waarmee tegelijk verschillende kankers opgespoord kunnen worden. “Dat zal natuurlijk niet voor morgen zijn, maar dat is wel iets dat wellicht in de komende jaren zal gebeuren.” Wat de toekomst van het middelengebruik betreft, verwijst professor Van Hal naar een advies dat de Hoge Gezondheidsraad, waarvan hij lid is, onlangs heeft neergelegd bij minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke. “We hebben geadviseerd om enkel nog tabakssmaak toe te laten bij vapes. Maar gezien de alomtegenwoordigheid en het gemak waarmee je vapes kunt aankopen, zie ik dit probleem nog niet meteen opgelost”, aldus professor Van Hal.
“Als je werk ook je hobby is, dan vliegt het voorbij”
Naast zijn onderzoek heeft professor Van Hal ook een lesopdracht binnen onder meer de opleiding Geneeskunde, de master Epidemiologie en de master Global Health. Goed lesgeven vond hij altijd belangrijk. Als professor stelde hij zich bovendien steeds toegankelijk op. “Studenten, doctoraatsonderzoekers, medewerkers … ze kunnen altijd bij mij terecht. Ik denk dat die laagdrempeligheid mij wel typeert als professor.”
Professor Van Hal kijkt met heel veel voldoening terug op zijn loopbaan. “Als je werk ook een stukje je hobby is, dan vliegt het voorbij. Het is hard werken en je werkt lange dagen, maar ik zou het ook niet gemist willen hebben. Ik heb het altijd heel graag gedaan.”
