Terugblikken met onze emeriti 2026: professor Johan Bosmans

Op woensdag 1 juli zetten we de professoren van onze faculteit die dit jaar met emeritaat gaan in de bloemetjes. In de aanloop naar dat moment gingen we met hen in gesprek over hun carrière, hun drijfveren en de momenten waar ze trots op terugkijken. Professor Johan Bosmans blikt terug op een loopbaan in de interventiecardiologie en zijn pionierswerk met de TAVI-procedure.

“Ik heb een nogal gestructureerde, logische geest. En het hart is een mechanisch, logisch werkend systeem waar je echt met logica over kunt redeneren”, vertelt prof. Bosmans over zijn keuze voor de cardiologie. Zijn hele carrière, van assistent tot emeritus, was hij actief als interventiecardioloog in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Toen prof. Bosmans begon in de interventiecardiologie, waarbij hartbehandelingen op een niet-chirurgische manier worden uitgevoerd, stond het vakgebied nog relatief in de kinderschoenen. “In die tijd konden we eigenlijk alleen ballondilataties uitvoeren bij vernauwingen in de kransslagaders. Die behandeling bestond toen ook nog maar een paar jaar en had bijna iets heroïsch, omdat ze niet vanzelfsprekend was en complicaties er vaak deel van uitmaakten.”

Uitschuifgehalte

Doorheen de loopbaan van prof. Bosmans kwamen er steeds meer mogelijke behandelingen bij binnen de interventiecardiologie: van stents voor vernauwde bloedvaten tot parapluutjes om allerlei gaatjes, hartoortjes of zelfs nieuwe hartkleppen te herstellen. “Nieuwe technieken gaan natuurlijk gepaard met een leercurve, met inherente moeilijkheden en complicaties. Dat loutert een mens wel door de jaren heen”, licht prof. Bosmans toe. Gaandeweg merkte hij dan ook dat hij daardoor steeds behoedzamer werd. “Als je als dertiger met zo’n job start, dan haal je veel voldoening uit de technische acte zelf. Maar wanneer je aan je zoveelste stentimplantatie zit en al veel hebt meegemaakt, word je voorzichtiger. Bovendien komt, naarmate je ouder wordt, de patiënt zelf steeds centraler staan en verschuift de technische acte meer naar de achtergrond”, aldus prof. Bosmans

“Ik vergelijk de job van interventiecardioloog wel eens met een bergwandeling”, zegt prof. Bosmans. “Je bevindt je in een uitgesproken berglandschap en loopt op een steil, glibberig pad langs een diep ravijn, met een hoog uitschuifgehalte. Aan je hand loopt iemand voor wie je verantwoordelijk bent.” Dat inherente risico en de voortdurende focus die het vraagt, maakten de job bijzonder intens. “Bovendien waren we toen met een team van slechts drie interventiecardiologen. Prof. Christiaan Vrints, prof. Marc Claeys en ik verzorgden een 24/7 permanentie voor het cathlab. Veel interventies gingen over hartinfarcten en die gebeuren dikwijls ’s nachts. Dus het had ook wel wat fysieke en sociale implicaties”, aldus prof. Bosmans.

“Maar net het feit dat je bij nacht en ontij iets doet, meestal in een vitale situatie, schept een levenslange band met een patiënt. Dat maakt dat die intensiteit ook zo zinvol was”, vertelt prof. Bosmans. In zijn laatste jaar heeft hij veel dankbaarheid gevoeld van zijn patiënten. “Op het moment dat ik tegen mijn patiënten moest vertellen dat ik binnenkort zou stoppen, merkte ik pas wat ik voor hen betekende als arts. Het is echt een privilege om met dat gevoel te kunnen stoppen.”

TAVI

Waar prof. Bosmans het meest trots op is in zijn carrière, is zonder meer zijn pionierswerk met de TAVI-procedure. “Het is dit jaar exact twintig jaar geleden dat we die techniek voor het eerst uitvoerden in het UZA. We waren toen de eersten in België, en wereldwijd waren er nog maar enkele procedures gedaan”, vertelt prof. Bosmans. Bij de TAVI-procedure wordt een hartklep met een katheter via de lies tot in het hart gebracht en daar ontplooid, een veel minder invasief alternatief voor een openhartoperatie. “In die tijd was er een klein spin-offbedrijfje in San Francisco dat zo’n klep had ontwikkeld. De investeringsmaatschappij daarachter werd voorgezeten door een Antwerpenaar die aan onze universiteit gestudeerd had en later naar de VS geëmigreerd was. Dat zorgde voor een Antwerpse connectie en na een lang traject schonk hij ons het vertrouwen om de eerste implantaties van die klep uit te voeren in het UZA”, legt prof. Bosmans uit.

Het traject ernaartoe was niet evident, ook op ethisch vlak. “Je kunt immers niet zomaar gaan freewheelen in het hart van iemand anders. Na een lang proces met de ethische commissie konden we de procedure enkel uitvoeren bij zeer zieke patiënten voor wie een klassieke therapie en een openhartoperatie geen opties meer waren”, licht prof. Bosmans toe. De eerste resultaten vielen zwaar. “De patiënten zijn binnen enkele dagen overleden. Dat was een drama, en jammer genoeg werd het ook snel opgepikt door de media. Ik heb toen een hele stroom kritiek over mij gekregen en werd als het ware veroordeeld als ‘experimenterende cardioloog’. Dat doet natuurlijk iets met een mens”, vertelt prof. Bosmans.

Daarna ging de techniek opnieuw naar de tekentafel. Anderhalf jaar later volgde een nieuwe start met een verbeterde versie. “Vanaf toen zijn we enkel in stijgende lijn gegaan. Vandaag is het een gevalideerde techniek die onder lokale verdoving gebeurt en wereldwijd al honderdduizenden mensen heeft geholpen. In de officiële cardiologische richtlijnen is TAVI voor bepaalde klepaandoeningen zelfs de eerste keuze geworden”, licht prof. Bosmans toe. Ondanks de moeilijke start kijkt prof. Bosmans er met veel voldoening op terug. “Ik ben ook zeer erkentelijk voor de steun die ik toen gekregen heb van het ziekenhuis en van collega’s zoals cardiochirurg prof. Inez Rodrigus, die van bij het begin mee door de storm is gegaan”, aldus prof. Bosmans.

Grote lesopdracht

Naast zijn werk in het ziekenhuis heeft prof. Bosmans ook een uitgebreide lesopdracht, onder meer in de bachelor Geneeskunde en in de Biomedische wetenschappen, die hij deels blijft opnemen tijdens zijn emeritaat. “Ik heb altijd graag lesgegeven. Het contact met twintigers vind ik heel verfrissend. Sinds mijn dochters zelf student waren, kon ik me beter inleven in de uitgangssituatie van de studenten. Zo heb ik bijvoorbeeld altijd individuele mondelinge examens afgenomen. Dat was tijdsintensief, maar wel het meeste in het voordeel van de studenten. Als ze tijdens een vraag bij manier van spreken ‘in het ravijn’ vielen, kon ik hen nog een koord toegooien om hen er weer uit te trekken”, vertelt prof. Bosmans.

Emeritaat

Prof. Bosmans kiest bewust voor een niet-medische invulling van zijn emeritaat. Cursussen sterrenkunde en kunstgeschiedenis, lange wandeltochten met veel natuurbeleving, theater en cultuur, tuinwerk, altijd beschikbaar voor kinderen en kleinkinderen en ook nog wat vrijwilligerswerk: de agenda is goed gevuld. “Ik ben iemand die graag structuur heeft, dus ik heb mijn emeritaat op voorhand goed doordacht, samen met mijn vrouw. Ik verveel me dus absoluut niet. Ik zie het echt als een nieuwe levensfase”, zo besluit prof. Bosmans.