1940 – 1990
Slechts vier jaar ben ik collega geweest van Wim Thys aan de toenmalige UFSIA. Een te korte periode om iemand heel goed te leren kennen, zeker iemand die zo drukbezet was als Wim. Toch had ik al vlug het gevoel in Wim een zielsverwant te vinden. We deelden een filosofische interesse in religie. Maar veel meer dan die gemeenschappelijke interesse, was er de persoonlijkheid van Wim. Hij was altijd bereid in te gaan op vragen van collega’s en studenten, stond open voor nieuwe ideeën, wars van academisch opportunisme, het was alsof hij altijd tijd kon vrijmaken voor wie hem ook maar aanklampte. Op 4 september 1990 had ik een heel lang gesprek met hem over de Tsjechische filosoof Jan Patocka. We dachten eraan om samen een boek te schrijven over deze leermeester van de latere president van Tsjechoslowakije, Vaclav Havel. Twee dagen later hoorde ik het bericht van zijn overlijden. Een verpletterend bericht.
Hogere studies. Een dubbelprofiel
Wim Thys werd geboren in Mol op 21 mei 1940. Aan het Sint-Jan Berchmanscollege van zijn geboortestad volgde hij tussen 1951 en 1957 de Grieks-Latijnse humaniora. Net achttien geworden, toog hij naar het seminarie om priester te worden. Volgens de toenmalige kerkelijke traditie stuurde men de meest begaafde studenten naar de Leuvense universiteit om daar een kandidaatsdiploma te behalen. In 1959 behaalde Wim dat diploma in de klassieke filologie, in combinatie met een aanvullende proef wijsbegeerte. Een jaar later behaalde hij het baccalaureaat in de thomistische wijsbegeerte.
Vervolgens studeerde hij vier jaar lang theologie aan het seminarie in Mechelen (1960-1964). Hij werd tot priester gewijd in de kathedraal van Antwerpen op 27 juni 1964. Maar de wijsgerige inspiratie liet hem niet los. Na zijn wijding toog hij opnieuw naar Leuven om zijn filosofiestudies af te ronden. In 1967 behaalde hij zijn licentiaatsdiploma in de wijsbegeerte met een verhandeling over de mensvisie van Gregorius van Nyssa. Daarna trok hij voor twee jaren naar Keulen als voorbereiding op zijn doctoraat. Als Doctorandus-Gasthörer volgde hij er onder meer cursus bij de eerder genoemde Jan Patocka.
Twee jaar later, op 29 oktober 1969, promoveerde Wim Thys tot doctor in de wijsbegeerte en letteren. De titel van zijn proefschrift luidde: Schellings hermeneutiek van de mythologie. Een filosofiehistorische studie. Zijn promotor was de bekende filosoof, theoloog en psychoanalyticus, prof. Antoon Vergote. Nog geen dertig jaar oud, had hij een dubbelprofiel uitgebouwd: hij was tegelijk een uitstekend filosoof en theoloog.
Dubbele benoemingen
Dat dubbelprofiel zou hem zijn hele leven als een schaduw begeleiden. Opdrachten waarvoor hij benoemd werd, kreeg hij niet alleen aan de universiteit. Eveneens werd hij door zijn directe overste, de Antwerpse bisschop aan wie de progressief denkende en handelende Wim altijd heel trouw is gebleven, opgeroepen om diverse taken als priester en theoloog op te nemen. Opvallend is hoezeer de opdrachten vanuit bisdom en universiteit niet alleen min of meer gelijktijdig, in het jaar 1969, begonnen maar ook stelselmatig in aantal toenamen.
Reeds op 8 augustus 1969 kreeg Wim de opdracht om, samen met twee collega’s, het nieuwe diocesane seminarie aan de Groeneborgerlaan op te starten. Hij werd er benoemd als docent en als verantwoordelijke voor de eerste cyclus, het filosofische opleidingsdeel van de priesteropleiding. Hij zou die opdracht tot aan zijn dood vervullen. In hetzelfde jaar kreeg hij zijn eerste opdracht als halftijds assistent aan de faculteiten Letteren en Wijsbegeerte en Politieke en Sociale Wetenschappen van de UFSIA. Reeds één jaar later, op 1 oktober 1970, werd hij tot voltijds docent benoemd. Hij doceerde voortaan de cursussen Moderne filosofische auteurs, Moraalfilosofie, en Bijzondere metafysica. Op 1 oktober 1976 volgde de promotie tot hoogleraar, nog eens zeven jaar later, op 1 januari 1983, werd hij gewoon hoogleraar. De motivering voor deze laatste promotie luidde als volgt:
“Kwalitatief getuigen de publicaties van Prof. Thys van een gedegen kennis van de hedendaagse wijsgerige problematiek. Zij munten uit door de vermiddeling die zij tot stand helpen brengen tussen die wijsgerige problematiek en de christelijk-theologische geloofsperspectieven. Hij neemt in zijn publicaties op een persoonlijke en oorspronkelijke wijze deel aan de dialoog tussen christelijke levensbeschouwing en eigentijds denken. Zijn publicaties bewijzen dat hij goed ingewerkt is in de hedendaagse godsproblematiek. Op deze wijze werkt Prof. Thys, zowel wetenschappelijk als ethisch, verhelderend en hoopgevend in op het denken van onze tijd.”
Zowel in kerkelijke instituten als binnen de UFSIA kreeg Wim telkens nieuwe opdrachten toegeschoven. Hij werd docent aan het Hoger Instituut voor Godsdienstwetenschappen in Antwerpen, bouwde de opleiding voor pastoraal werkers en werksters, en diakens uit, maakte deel uit van het verantwoordelijke team van het zogenaamde catechumenaat, een instelling die instond voor de geloofsvorming van niet-kerkelijken, randkerkelijken en zoekende mensen. Tegelijk werd hij aan de UFSIA belast met nieuwe lesopdrachten, bijvoorbeeld de cursus Maatschappij, ethiek en christendom, naast meer administratieve en bestuurlijke taken als het voorzitterschap van de sectie Wijsbegeerte binnen de faculteit Letteren en Wijsbegeerte (vanaf 1984 tot aan zijn dood), het directeurschap van het Centrum voor Ethiek, lidmaatschap van de onderzoeksraad, rectorale raad en ten slotte van de Algemene Vergadering. Wim Thys kon nu eenmaal nooit neen zeggen.
De academische filosoof Wim Thys
Talent voor het onderwijzen van moeilijke vakken stond hoog op de agenda binnen de UFSIA. Wim Thys stond bekend als een uitstekend pedagoog. Hij gaf cursussen die nagenoeg het hele domein van de filosofie bestreken: moraalfilosofie, metafysica, wijsgerige antropologie en ook toegepaste filosofie. De laatste jaren van zijn leven was hem immers gevraagd cursussen te geven als Maatschappij, ethiek en christendom aan de faculteit PSW en Economie, maatschappij en christendom aan de faculteit TEW. Zijn kwaliteiten als lesgever en zijn uitermate vriendelijke persoonlijkheid werden sterk geprezen door de studenten.
Anders dan in de huidige universiteit, stond het onderzoek grotendeels in functie van iemands onderwijsopdracht. De publicaties van Wim Thys waren dan ook steevast verweven met zijn uiteenlopende lesopdrachten. Wim was niet alleen een geboren lesgever en spreker maar ook iemand die graag en goed schreef. Omdat er dus in de jaren zeventig van de vorige eeuw veel minder publicatiedruk op universitaire medewerkers was dan vandaag, ontstond het gros van zijn publicaties in die periode dan ook min of meer ad hoc. Bijvoorbeeld op vraag van een vereniging of naar aanleiding van een spreekbeurt of colloquium. Pas vanaf de tweede helft van de jaren tachtig kon hij meer tijd vrijmaken voor doorgedreven academisch-filosofisch onderzoek. Hij was tegelijk een erudiete generalist en een filosoof met zijn eigen specialisaties en interesses.
Zo schreef hij in 1987 een nog steeds belangrijk artikel over het statuut van metafysica. Twee jaar later verscheen het boek Economie, macht en gerechtigheid, dat hij samen schreef met Hendrik Opdebeeck en Toon Vandevelde. Eveneens in 1989 kwam zijn groot synthesewerk over ethiek uit, De deugd weer in het midden. Van homo moralis naar homo ethicus. Eindelijk vond hij tijd om zich te wijden aan diepgravend onderzoek. Hij was toen pas 49 jaar oud, de ideale leeftijd voor filosofische reflectie en uitdieping van wijsgerige vragen.
De mens Wim Thys
Over Wim Thys deden twee anekdotes onder studenten de ronde. Zijn eerste colleges in oktober begon hij steevast met de zin: “Ik ben een priester, geen jezuïet.” Tijdens de examens had hij op zijn tafel koffie klaar staan met koekjes. Die bood hij de verbaasde studenten aan, vooraleer aan hen zijn vragen voor te leggen. Geen wonder dat hij geliefd was bij studenten, maar ook bij zijn collega’s.
Wim stierf op een ogenblik dat zowel de kerk als de universiteit een type als hij broodnodig hadden. In beide milieus trad hij op als bruggenbouwer, in zijn werk voor het catechumenaat bij het bisdom, in zijn leidende rol voor de sectie Wijsbegeerte aan de universiteit. Wim heeft de uitbouw van het actief pluralisme aan de UA niet meer meegemaakt, maar hij was er een voorloper van. Hij had het talent om mensen met diverse ideeën en achtergronden samen te brengen. Hij gebruikte daarbij vaak humor als hulpmiddel, niet grimlachend maar glimlachend. Misschien verborg hij achter die jongensachtige glimlach de spanningen en de vermoeidheid die zijn leven eveneens tekenden. Hij bleef er jong uitzien, maar achter die jachtige jeugdigheid klopte een almaar zwakker hart. Hij kon nu eenmaal nooit neen zeggen. Hij overleed on Merksem op 6 september 1990.
In het Liber in memoriam schreef de toenmalige UFSIA-rector Jean Van Houtte: “Ik weet dat hij ontelbare medemensen met zichzelf en met God heeft verzoend. De zoekende mens hielp hij zoeken. De verontruste mens bracht hij tot rust. Gaarne was hij de priester die een huwelijk inzegende. Doch hij stuurde niet aan op een kerkelijk huwelijk, wanneer ze er niet naar verlangden of de betekenis ervan niet inzagen. Wanneer ze twijfelden stelde hij ze gerust. Suggereerde bedenktijd.”
Wim Thys was een priester die mensen altijd weer de kans gaf om nieuwe keuzes te maken en daarover na te denken. Hij was een priester die nooit vergat dat hij ook filosoof was. Hij was een man voor alle seizoenen.
Wie van de toegankelijke en tegelijk diepgravende filosofische teksten van Wim Thys wil proeven, vindt een staalkaart in volgende publicaties:
Thys, Wim. ‘Henri(-Louis) Bergson of A la recherche du temps perdu’. In : Berghs, Harry (red.), Denk-wijzen 2. Leuven: Acco, 1989, 101-126.
Thys, Wim. ‚Ist Metaphysik nur als meta-Physik möglich?‘. Bijdragen. Tijdschrift voor Filosofie en Theologie, 1987, 48/1, 14-31.
Thys, Wim (samen met Hendrik Opdebeeck & Toon Vandevelde). Economie, macht en gerechtigheid. Kapellen: De Nederlandsche Boekhandel / Pelckmans, 1989.
Thys, Wim. De deugd weer in het midden. Van homo moralis naar homo ethicus. Kapellen: De Nederlandsche Boekhandel / Pelckmans, 1989.
Wie meer informatie wil over Wim Thys als hoogleraar, als priester, als vriend en als mens: zie L. Braeckmans & P. Reynaert (red.), Existentie en zin. Geloof en utopie. Liber in memoriam Wim Thys. Acco, Leuven / Amersfoort, 1991. Voor alle biografische gegevens van dit portret heb ik geput uit het in dit boek opgenomen artikel van Lionel Vandenberghe, ’Biografische schets – Wim Thys: een kort maar intens leven in dienstbaarheid voor God en mens’, blz. 23-30.
em. prof. dr. Guido Van Heeswijck, FLW, UAntwerpen
Oktober 2025

