1920-2015
Prof. Dr. Rogier Vanhoorne was een paleobotanicus wiens onderzoek sterk aansloot bij de vragen over de kwartair-geologische opbouw van de bodem en de evolutie van de vegetatie tijdens het kwartair. Hij kan worden beschouwd als één der pioniers van de paleobotanie in België.

Middelbare en universitaire opleiding
Rogier Vanhoorne werd geboren in Brugge op 03 februari 1920. Met het oog op een militaire carrière volbracht hij zijn middelbare school (Latijn-Griekse humaniora) in de kadettenschool van Brustem. In 1939 werd hij toegelaten tot de Koninklijke Militaire Academie in Brussel, het jaar daarop breekt evenwel de oorlog uit. Hij raakt in gevangenschap maar komt vrij op voorwaarde zich niet te engageren in anti-Duitse activiteiten. In november 1940 schreef hij zich in aan de Universiteit van Gent voor de richting biologie, en meer bepaald plantkunde. Daar maakte hij kennis met de paleobotanie, de studie van fossielen van planten om hiermee het vroegere milieu en klimaat te kunnen reconstrueren. Dat boeide hem dusdanig dat hij zijn licentiaatsthesis graag in deze discipline wou doen. Omdat er in Gent niemand daarin gespecialiseerd was, werd hij door zijn promotor Prof. G. Verplancke naar het Natuurhistorische Museum in Brussel gestuurd om de nodige technieken te leren. Daar kwam hij in contact met de paleobotanicus François Stockmans. In 1944 behaalde Rogier Vanhoorne zijn licentiaatsdiploma.
Wetenschappelijke en militaire carrière
Zijn wetenschappelijke carrière begon hij als medewerker in de afdeling Paleobotanie van het Koninklijk Natuurhistorische Museum van België te Brussel, als assistent van Stockmans. Ze werkten samen en dat betekende ook veldwerk, waarvan veel in de Westhoek. Hoe dat in die jaren praktisch in zijn werk ging is nu haast ondenkbaar geworden. Alles moest met trein en fiets gebeuren, ook het transport van de zware grondboren en de opgehaalde veenmonsters. Van plastieken zakken was toen nog geen sprake. Alleszins leverde dat hem in 1957 een doctoraat op in de botanische wetenschappen. Onderwerp was de Pleistocene vegetatiegeschiedenis van Noord-België.
Parallel hiermee moet hij zijn militaire loopbaan ook verder uitgebouwd hebben, zij het in het reservekader. Aan de koffietafel vertelde hij soms hierover. Zo moest hij ooit een militaire kolonne leiden, tot de veldweg waarop ze reden plots ophield. Ze zaten blijkbaar verkeerd. Het moet een gans gedoe geweest zijn om al die vrachtwagens te laten omkeren. In een tweede verhaal ging een Duitse krijgsgevangene lopen, en de Engelse officier probeerde dat in zijn schoenen te schuiven. Tenslotte eindigt hij met de graad van Luitenant-kolonel bij de artillerie in het reservekader.
In de periode van 1963 tot 1967 werd hij directeur van de afdeling Paleobotanie in het KBIN. Tot hij in 1965 een leerstoel Algemene Plantkunde aangeboden kreeg aan het pas opgerichte RUCA. Dat hij ook over didactische kwaliteiten beschikte was een grote troef. Zijn colleges waren duidelijk en interactief in die zin dat hij vragen stelde en daarbij dikwijls een student(e) aanduidde om een antwoord te formuleren. Typerend voor hem was dat hij zelden punten gaf rond de tien. Hij liet zo geen twijfel bestaan over de kwaliteit van het afgeleverde examen: hij scheidde zo de betere van de slechtere studenten. Dat zorgde wel dat sommige studenten zich benadeeld voelden. Wat ze uiteraard niet wisten was dat Vanhoorne zich tijdens de deliberaties positief opstelde ten voordele van de studenten. Zijn onderwjisopdracht nam toe bij de oprichting van de toenmalige UIA, waar hij o.m. Paleobotanie en Plantenaardrijkskunde doceerde.
De prof en zijn medewerkers
Ondanks zijn grote onderwijsopdracht bleef hij enthousiast over zijn onderzoek. Je deed ook nooit vergeefs een beroep op hem voor advies, het leggen van contacten, het meebrengen van literatuur uit de bibliotheek van het KBIN. Want hij bleef verbonden aan deze wetenschappelijke instelling en bracht daar één of twee dagen per week door, afhankelijk van de lessen die hij moest geven. Ook ging hij graag in op de vraag om te helpen bij het veldwerk, en voor mij was het zeer leerzaam om iemand met zulk een ervaring mee te hebben bij het boorwerk en bij de interpretatie van de landschapskenmerken. Afhankelijk van de locatie maakte hij daarbij gebruik van oude notities. Dat bracht ons soms in gênante situaties. Ooit gingen we in Booischot op zoek naar een fossiele bodem. Hij oriënteerde zich via een oude schets in zijn notaboekje – van gps was toen nog geen sprake. Zoveel stappen in die richting, dan een hoek van zoveel graden en tenslotte rechtdoor nog een aantal stappen. Daarmee gingen we langs de zijkant van een huis tot in de groentetuin. Hier is het, we beginnen te graven! Gelukkig waren de bewoners aan de vriendelijke kant en nadat ze van hun verbazing bekomen waren, ook zeer vereerd dat een professor van het bodemonderzoek (sic) putten kwam graven in hun tuin.
Hij liet zijn medewerkers de volledige vrijheid in hun onderzoek, iets waarvoor ik hem erg geapprecieerd heb en dankbaar voor ben. Prof. Vanhoorne stond open voor andere disciplines en die instelling resulteerde in een grote diversiteit en multidisciplinariteit in de toegepaste onderzoeksmethodes en bestudeerde thema’s. Hijzelf was via zijn expertise in fossiele vruchten en stuifmeelkorrels erg betrokken bij geologisch en archeologisch onderzoek. Zijn werk droeg bij tot een beter begrip van de vegetatie-ontwikkeling in België tijdens het Tertiair en de interglaciale periodes van het Pleistoceen en tot de stratigrafische interpretatie van bodemlagen.
Emeritaat
In 1985 ging Professor Vanhoorne met pensioen. De regering had toen de pensioengerechtigde leeftijd voor professoren verlaagd van 70 naar 65 jaar. Zowat een tegengestelde beweging van de huidige politiek. Hij leek niet meteen erg enthousiast hierover te zijn. Maar anderzijds kon hij zich nu volledig wijden aan zijn onderzoek als medewerker in het KBIN: hij had immers nog genoeg ongepubliceerde gegevens die verwerkt moesten worden.
Professor Rogier Vanhoorne ontving verschillende wetenschappelijke prijzen, ondermeer de ‘Baron van Ertborn-prijs’ van de Koninklijke Academie van België in 1978.
Rogier Vanhoorne overleed op 11 oktober 2015 te Sint-Pieters-Woluwe
em. prof. dr. Louis Beyens, FWET, UAntwerpen
22 december 2025
Bronnen:
Ferguson D.K. 1985. Rogier Vanhoorne – an appreciation. Review of Palaeobotany and Palynology 46 (1/2): 1 – 7

