Piet Virenque

1919-2005

In 1919 wordt Pierre-Henri Virenque geboren nabij het riviertje la Virenque in de Auvergne. Zijn Franse vader overlijdt op 35-jarige leeftijd, en zijn West-Vlaamse moeder keert terug naar huis, met haar kind. In 1942 treedt Virenque toe tot de jezuïetenorde; hij treedt uit in 1970, huwt en wordt vader van een dochter.

Opleiding

Hij studeert in Leuven, Parijs en Oxford, met diploma’s van licentiaat filosofie en theologie en doctor in de economische wetenschappen. Het doctoraal proefschrift, bekroond met een summa cum-laude, bevat een kritische studie van Karl Marx’ Oekonomische-Philosophische Manuskripte (1844), en legt een dialectische verbinding tussen economie en filosofie.

Academische loopbaan

Virenques onderwijsloopbaan start aan de Sint-lgnatius Handelshogeschool in 1955 en eindigt met zijn emeritaat in 1985 aan de UFSIA. Hij tilt het economisch onderwijs aan de hogeschool, nadien UFSIA, op tot een academisch peil zoals hij waarneemt aan buitenlandse universiteiten. Hij wil de hele economische theorie doceren in de kandidaturen. Zijn  ontwerp van een keuzerichting kwantitatieve economie in de licenties uit 1967 wordt een effectieve opleiding in 1971.

Aan ca. 7000 studenten heeft Piet Virenque economische vakken onderwezen. Hij werd bemind en gevreesd door de studenten. Hij stond op de eerste plaats in de 1978 ‘prof-poll’. Nochtans, was hij geducht in de tweede kandidatuur door zijn strikte selectie op basis van kennis van de micro-economie in wiskundige vorm.

Met de oprichting in 1959 van het tweejarige Postuniversitair Programma voor Bedrijfsbeleid, start Virenque het postuniversitair onderwijs aan de UFSIA. Dit programma was een schot in de roos, en de sterkhouder van het Instituut voor Postuniversitair Onderwijs, later uitgegroeid tot de Antwerp Management School.

Onderzoeksgerichtheid

Prof. Virenque start ook het wetenschappelijk economisch onderzoek aan de UFSIA. Zijn ervaring als individueel onderzoeker in de jaren 1950 onderbouwt zijn latere organisatorische initiatieven.

In 1958 verkent Piet Virenque de organisatie van economisch onderzoek en van postuniversitair onderwijs aan de Amerikaanse universiteiten, en sticht een wetenschappelijk onderzoekscentrum in de Sint-lgnatius Handelshogeschool: het Studiecentrum voor Economisch en Sociaal Onderzoek (SESO). Dit bevestigt zijn faam ontwikkelingen voor te zijn in plaats van ze achterna te hollen.

In de beginperiode publiceert Virenque een artikel (1958) en boek over input-outputanalyse (1961), en in 1963 een econometrische structuuranalyse van de Antwerpse economie.

Als directeur van het SESO tot 1970 bouwt Piet Virenque het SESO uit voor wetenschappelijk vooruitstrevend en vernieuwend studiewerk, wel toegepast van aard maar met een stevige theoretische basis voor toekomstgericht beleidsadvies. Van SESO-medewerkers wordt een kritische vraagstelling en onafhankelijke opstelling ten opzichte van de behandelde onderwerpen en betrokken belangengroepen verwacht. Deze benadering is toepasselijk voor het domeinonderzoek door de UFSIA gefinancierd, en geldt ook bij de uitvoering van contractonderzoek. Het SESO heeft op verschillende gebieden naam gemaakt, met transport- en haveneconomie als hoofdtak.

Virenques onderzoek over ruimtelijke ordening in de jaren 1960 confronteert hem met de leefmilieuproblemen, en met de noodzaak deze ernstig aan te pakken. Echte oplossingen, niet Kurieren am Symptom, vereisen transformatie van een wereldeconomie van aanhoudende productiegroei kost wat kost, naar een ‘ruimteschip-aarde-economie’ (K. E. Boulding).

Virenque publiceert over de economische aspecten van nieuwe schaarste aan milieugoederen, en over de gevolgen ervan op productie- en economische groei enerzijds en welvaart en welzijnsgroei anderzijds. Het natuurlijk en cultureel fysisch milieu is een publiek goed, verlener van ecologische, esthetische en recreatieve diensten. Het levensnoodzakelijk publiek goed moet de overheid zuiver en schoon aanbieden, en door een bewust milieubeleid de milieuvervuiling binnen aanvaardbare grenzen houden. Dit gebeurt het best in de ontwerpfase van grote projecten, zoals nieuwe havendokken en zoals het voorgestelde Oelegem-Zandvlietkanaal.

Visie

Virenque formuleerde zijn visie op mens, maatschappij en economie tijdens de voorbereiding van zijn Liber Amicorum in 1986. Hij was zeer vereerd en dankbaar voor het boek dat zijn vrienden hem schonken, omdat het inhoudelijk sterke bijdragen bevatte op de thema’s die hij belangrijk vond. Wetenschappers en beleidsmensen leverden de bijdragen. Zo was Gaston Eyskens bij de overhandiging van het boek aanwezig, zowat het laatste publieke optreden van deze invloedrijke staatsman.

Uit die memorabele tijd, hier de (ingekorte) visies van de veelzijdige academisch pionier Virenque:

Mijn levensvisie komt hierop neer: oprechte keuze voor de minstbedeelden. Laten wij stellen dat elkeen een beetje geluk zoekt en dat de mens daartoe een beetje materiële welvaart nodig heeft. Helden vormen immers nog altijd de uitzondering. Het komt er dus op aan een levensvisie, een visie op de mens en maatschappij te ontwikkelen zodanig dat jouw geluk in de lijn ligt van het geluk van de anderen. De enige menswaardige levensvisie is die waarin je, midden een economisch en wapengeweld, steeds kiest voor de zwaksten. Let nu op. Ik geloof dat de grote meerderheid van de mensen, ten minste impliciet en in het diepst van hun hart, die wereldbeschouwing hebben. Maar slechts een minderheid, denk ik, zijn oprecht genoeg om voor anderen en voor zichzelf te erkennen dat ze voor de armsten moeten blijven kiezen. Het is opvallend hoe velen onder ons anderen en zichzelf voorliegen: een kleinigheid wil ik wel geven voor de 11.11.11. actie, voor honger in Ethiopië, maar niet veel want het meeste blijft aan vingers van de een of de andere plakken. Het ergste van deze uitspraken is dat je uiteindelijk nog gaat beginnen te geloven dat ze waar zijn ook.  »J’ai porté le vice comme un manteau, maintenant il est collé à ma peau » (Alfred de Musset)

Een tweede belangrijk element is geweldloosheid. Principieel moeten wij zijn, denk ik, zoals Christus, Gandhi. Ik denk niet dat een rechtvaardige oorlog bestaat. Een revolutie kan wel rechtvaardig zijn, maar alleen wanneer werkelijk alle andere vreedzame pogingen mislukt zijn.”

Mijn levensvisie is gebaseerd op fundamenteel menselijke waarden: liefde, rechtvaardigheid, waarachtigheid (synoniemen of aspecten van waarden zijn: solidariteit, samenhorigheid, vriendschap, buurt). Die menselijke waarden zijn ook kristelijk. De menselijke basiswaarden worden als kristelijk in het evangelie en vooral in de bergrede voorgehouden. Hier wordt speciaal naar de armen verwezen. B.v.: ik moet mijn naaste beminnen zoals mijzelf, vooral als hij arm is. Modern klinkt dat: ik moet solidair zijn met elkeen, vooral met de armsten. En die moderne armen zijn de verdrukten, de zwakken, de mensen met een te laag inkomen, de werklozen, de eenzamen, de lijdenden, de bezitlozen, de vele ouderen, vele immigranten, de bevolking van landen waar wapengeweld woedt, de gevangenen, de marginalen, de miljarden armoede- en hongerlijdenden van de Derde en Vierde wereld. Sorry voor deze lange opsomming, maar speciaal als ik een kristen ben, moet mijn voorkeur naar die mensen uitgaan. Die keuze is zeer moeilijk want telkens schiet ik tekort, telkens moet ik mijn keuze hernieuwen; dit is vernederend. Maar ik mag mezelf en de anderen niets voorliegen en drogredenen zoeken voor mijn gebrek aan edelmoedigheid.”

Als mens, als econoom en zeker als kristen ben ik tegen de waanzinnige bewapeningswedloop (50.000 miljard BF in 1985 terwijl zowat 1 miljard mensen hongerlijdt). Hij is immoreel! A fortiori weet je dan wat ik denk over kernwapens, waarvan de Schotse en Amerikaanse bisschoppen de aanmaak terecht als immoreel beschouwen. Mijn standpunt is steeds dat van Pax Christi geweest.”

Na al mijn jaren studie van de economische en vooral van de leefmilieufenomenen ben ik ervan overtuigd dat de wereldeconomie op drie fundamentele punten tekort schiet”, samengevat:
1) De economie waardenvrij noemen, verduistert de menselijke verantwoordelijkheid
2) Visie op zeer lange termijn ontbreekt om het korte-termijn economisch denken te vervangen
3) Het natuurlijk fysisch en cultureel milieu takelt af door lichtzinnig menselijk handelen.”

We menen dat de krachtlijnen van deze visie duidelijk zijn. Vrede is een ‘conditio sine qua non i om aan economie te kunnen doen. Bewapening is immoreel, zeker in een wereld van onderontwikkeling en absolute schaarste aan natuurlijke middelen. De schaarste wordt enkel als absoluut erkend wanneer de mens een millenaire visie ontwikkelt. Dan is een andere economische organisatievorm vereist: deze van de ruimteschipeconomie. Deze is fundamenteel democratischer dan de huidige door een grotere spreiding van de voorraden en de verantwoordelijkheid over de wereldbevolking.”

Met deze woorden van Piet Virenque zelf is zijn portret af. Woorden en accenten in 1986 verschillen van woorden en accenten in 2025. Maar de essentiële inhoud blijft. Hoe komt het dat de mensheid rondjes blijft draaien?

Piet Virenque overleed te Zoersel op 22 september 2005.

em. prof. dr. Aviel Verbruggen, FBE, UAntwerpen
november 2025