1939-2024

Karl Heinrich Michel werd geboren in Eupen op 07-06-1939 en overleed aldaar op 13-10-2024.
Karl Michel behaalde het diploma van licentiaat in de Natuurkunde aan de Université Catholique de Louvain (UCL) in 1961. Tijdens de zomer van 1961 was hij ’summer student’ aan het Conseil Européen pour la Recherche Nucléaire (CERN) in Genève, en hij werkte in de periode 1961-1962 met een EURATOM-beurs aan de Technische Universiteit RWTH in Aken (D). Dit onderzoek over de elementaire-deeltjes-fysica resulteerde in een eerste publicatie, nl. over pion-nucleonbotsingen.
Voor het doctoraat sloeg hij een andere richting in en werd hij in 1962 onderzoeksassistent aan de Katholieke Universiteit Nijmegen waar hij werkzaam was op het gebied van de theoretische vastestoffysica en de statistische fysica. Het onderzoek betrof een kwantummechanische beschrijving van de elektrische en thermische geleiding in kristallijne vaste stoffen (het transport van elektronen en fononen en de koppeling tussen beide). In januari 1965 behaalde Karl Michel het doctoraatsdiploma in de Wiskunde en de Natuurwetenschappen met als titel van het proefschrift Transport Equations for Electrons and Phonons(promotor was professor Edward Verboven). Enkele maanden later vertrok hij als postdoctoraal onderzoeker naar de University of Illinois at Urbana – Champaign (VS) (1965-1967), wat toen het mekka van de (theoretische) vastestoffysica was (met o.a. tweevoudig Nobelprijswinnaar John Bardeen). Daar werkte hij samen met een andere postdoc, Wolfgang Götze, die later hoogleraar werd aan de Technische Universiteit te München. Deze samenwerking leidde tot verschillende gezamenlijke publicaties op het gebied van de theoretische studie van de transporteigenschappen in vaste stoffen. Net als tijdens zijn doctoraat maakte hij hiervoor veelvuldig gebruik van de methodes uit de kwantum-statistische fysica en de niet-evenwichtsthermodynamica. In 1967 keerde hij terug naar Europa en was tot 1970 verbonden aan het Institut Laue-Langevin in Garching (D) en Grenoble (F), waar hij voornamelijk op magnetisme werkte. In 1970 kreeg hij een vaste aanstelling als senioronderzoeker aan de Kernforschungsanlage Jülich (D), waar hij, naast zijn werk over magnetisme, zijn eerste werk over de rotationele beweging in moleculekristallen publiceerde.
Gewoon Hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen

In 1972 werd hij benoemd tot gewoon hoogleraar aan de Universitaire Instelling Antwerpen (UIA), waar zijn wetenschappelijke activiteiten zich voornamelijk concentreerden op de theoretische beschrijving van de rotatie-translatie koppeling in moleculekristallen. In een veelgeciteerd werk beschreef hij de oriëntationele-ordening van cyanide-ionen (CN) in kaliumcyanidekristallen (KCN) en de invloed hiervan op de elastische eigenschappen van het kristal. Het werk over de moleculaire kristallen resulteerde in 1994 in een overzichtsartikel in Review of Modern Physics getiteld ’Translation-rotation coupling, phase transitions, and elastic phenomena in orientationally disordered crystals’ (samen met R.M. Lynden-Bell, University of Cambridge).
In de periode 1976-1979 werd hij benoemd tot gewoon hoogleraar aan de Universität des Saarlandes (D) en tegelijk werd hij aangesteld als buitengewoon hoogleraar aan de UIA. Van 1979 tot aan zijn emeritaat in 2004 werd hij weer voltijds gewoon hoogleraar aan de UIA.
De onderzoeksactiviteiten waren dikwijls in nauwe samenwerking met J. Michael (Mike) Rowe en collega’s van het NIST Center for Neutron Research te Gaithersburg (Maryland, VS). Zo verscheen in 1992 een gezamenlijk artikel in het prestigieuze vaktijdschrift Physical Review Letters over de oriëntationele fase-overgang in het toen recent ontdekte moleculaire kristal, dat bestond uit kooivormige koolstofmoleculen, de zogenaamde Buckminster fullerenen C60. Via de C60-molecule die de vorm van een voetbal had en het gelijkaardige C70 dat eerder de vorm van een rugbybal had, kwam de focus later te liggen op de studie van koolstofnanobuisjes, die nog altijd het onderwerp zijn van intens onderzoek vanwege hun technologische toepassingen in de opto-elektronica.
Na zijn emeritaat in 2004 keerde hij terug naar Eupen, maar hij bleef actief als wetenschapper en bezocht nog regelmatig de Universiteit Antwerpen, waar hij samenwerkte met verschillende postdoctorale onderzoekers uit de onderzoeksgroep van collega François Peeters. Hij publiceerde regelmatig en nam deel aan internationale congressen zoals de jaarlijkse Winterberg Winterschool on Novel Materials. Geïnspireerd door de ontdekking in 2004 van grafeen, d.w.z. een enkele laag grafiet, bestudeerde hij vanaf zijn emeritaat voornamelijk de eigenschappen van dit materiaal en andere tweedimensionale materialen zoals 2D hexagonaal boornitride. Een week voor het overlijden in oktober 2024, diende hij een manuscript in bij Physical Review B, getiteld ’Theory of a two-dimensional anharmonic piezoelectric crystal resonator’, dat verscheen in juli 2025.
Als erkenning van zijn wetenschappelijk werk werd hij als fellow verkozen door het Institute of Physics (VK).
Karl Michel als docent
Zijn lesopdracht aan de UIA betrof cursussen in de Statistische Fysica, Kwantummechanica en Vastestoffysica in het 1ste en 2de licentiaat Natuurkunde aan de UIA. De appreciatie van de studenten was steeds zeer groot voor zijn lessen. Gedrukte cursussen waren niet beschikbaar, maar zijn met potlood geschreven notities, soms on A3-formaat, stelde hij graag ter beschikking van de studenten. De notities waren opgesteld in het Nederlands, Engels of Duits. Verder verwees hij de studenten door naar de bestaande literatuur, i.h.b. de boekenreeks van Landau & Lifshitz, een klassieker binnen de theoretische fysica.
Wetenschappelijke en maatschappelijke dienstverlening
Karl Michel oefende tijdens zijn carrière ook verschillende bestuursfuncties uit. In de periode 1994-2000 was hij bestuurslid van de Belgische Natuurkundige Vereniging, waarvan twee jaar als ondervoorzitter (1997, 2000) en twee jaar als voorzitter (1998-1999). In 1988 werd hij lid van het Nationaal Comité voor Kristallografie, waarvan hij voorzitter was in de periode 2003-2006. In 2012 werd hij erelid. Door zijn enthousiasme waren de middelbare scholen uit Eupen steeds goed vertegenwoordigd tijdens de jaarlijkse kristalgroeiwedstrijd georganiseerd door het Comité.
Karl was ook begaan met de moeilijke leef- en werkomstandigheden van wetenschappers uit de Oostbloklanden achter het IJzeren Gordijn. Hij zorgde voor de nodige financiering om Poolse en Russische collega’s voor kortere of langere periodes naar de Universiteit Antwerpen te halen en wanneer hij in de jaren ’80 naar Krakau reisde, had hij steevast een rugzak bij zich vol producten die in het toenmalige Polen schaars waren.
Als erkenning voor het wetenschappelijke werk en zijn engagement werd twee maanden na Karls plotse overlijden ter nagedachtenis een symposium georganiseerd door het Institute for Nuclear Physics of the Polish Academy of Sciences te Krakau.
Karl Michel werd internationaal gerespecteerd door zijn collega’s en stond bekend als een erg toegewijd en inspirerend wetenschapper met een grote liefde voor de fysica.
prof. dr. Dirk Lamoen, EMAT, Departement Fysica, FWET, Universiteit Antwerpen
oktober 2025

