Jean-Paul Bier

1937-2003

Jean-Paul Bier (6 maart 1937–6 maart 2003) was een intellectueel en wetenschapper van zeldzame intensiteit en een docent wiens briljante geest, eruditie en veeleisendheid een unieke ervaring vormden voor generaties studenten Duitse literatuur aan de Universiteit Antwerpen, waar hij gedurende vijfentwintig jaar doceerde.

Leven en denken als buitenstaander

Hij werd geboren nabij Keulen in een Joodse familie en moest al op zeer jonge leeftijd onderduiken. Zijn vader, Erich Bier, had in Keulen de Kristallnacht meegemaakt en vluchtte, diep geschokt, meteen naar België. Van daaruit liet hij later zijn vrouw en zoon overkomen. In 1942 werd hij echter door de Belgische politie gearresteerd en vervolgens aan de Gestapo uitgeleverd. Hij werd naar het doorgangskamp Kazerne Dossin in Mechelen gebracht en later naar Auschwitz gedeporteerd, waar hij omkwam. Met zijn moeder en zijn jongere broer, die in 1942 werd geboren, vond Jean-Paul uiteindelijk een schuilplaats in een katholiek internaat. Zijn moeder hielp er in de keuken, terwijl zij zich naar buiten toe moesten voordoen alsof zij elkaar niet kenden. Zo bracht hij zijn vroegste kinderjaren door, in verborgenheid en onder voortdurende dreiging.  Deze traumatische ervaringen, en de Holocaust in zijn geheel, lieten een diepe indruk na op Biers leven en werk. Hoewel hij er zelden expliciet over sprak, vormden ze de achtergrond van zijn intellectuele houding, zijn wantrouwen tegenover ideologieën en veralgemeningen, en zijn overtuiging dat literatuur zowel een potentieel gevaarlijk instrument kan zijn als een krachtig middel om ideologische structuren bloot te leggen en te ontmantelen. Aan de universiteit zweeg hij over zijn Joodse afkomst en hij liet ook in zijn dagelijkse leven dit deel van zijn verleden niet vaak ter sprake komen. Hij stierf veel te jong, betreurd door zijn geliefde vrouw Vovonne en zijn zonen Eric en Jean-Christophe.

Hoewel hij zijn loopbaan aan de Universiteit Antwerpen uitbouwde, voelde Bier zich daar nooit volledig thuis. Hij was zich pijnlijk bewust van de Belgische collaboratie tijdens de oorlog en omschreef zichzelf vaak als een ongewenst persoon: een Franstalige, Joodse vrijmetselaar met marxistische overtuigingen die niet aansloot bij de katholieke tradities van sommige van zijn Vlaamse collega’s. Toch oefende hij juist vanuit die positie, met zijn intellectuele kracht, zijn pedagogisch gezag en zijn compromisloze ernst, een blijvende invloed uit. Hoewel nauwelijks iemand aan de universiteit hem vandaag nog kent, heb ik het grote voorrecht gehad zijn student, zijn assistent en uiteindelijk ook zijn opvolger te mogen zijn. Zijn manier van denken en doceren heeft de mijne diepgaand gevormd; ik beschouw het als een groot geluk dat ik zijn erfenis heb mogen voortzetten.

De magie van de hermeneutiek

Het zwaartepunt van Biers academisch werk lag in het onderwijs. Hij bereidde zijn colleges met uiterste zorg voor, werkte zijn notities minutieus uit en herzag ze jaar na jaar in een zoektocht naar steeds grotere precisie. Zijn motto luidde dat men elke komma in een literaire tekst moet verbinden met de wereldbeschouwing van die tekst. Voor hem was geen enkel detail banaal, geen stilistische keuze zonder betekenis: het kleinste taalkundige gebaar kon de sleutel zijn tot de diepere filosofische, historische en ethische inzet van een werk. In dit opzicht was hij een magiër van de interpretatie, iemand die uit één enkele bladzijde van Goethe, Kafka of Broch een oneindig landschap van betekenis wist te openen.

Zijn colleges omvatten een breed scala aan auteurs, van de canonieke figuren van de Duitse romantiek tot de modernisten, met een voorliefde voor Kafka, maar ook voor het controversiële en complexe proza van Ernst Jünger, de politiek geëngageerde experimenten van Peter Weiss en het elliptische werk van Ilse Aichinger. Studenten ontdekten al snel hoe hoog zijn eisen waren. Hij was geen gemakkelijke docent, vaak streng en soms moeilijk te volgen, maar juist in die strengheid lag zijn grootheid. Literatuur was voor hem een ernstige intellectuele en morele onderneming en hij verwachtte van zijn studenten dat zij diezelfde ernst zouden opbrengen.

Ik herinner me levendig hoe veeleisend die lessen konden zijn. Er waren dagen waarop de densiteit van zijn analyses ons deed worstelen om te volgen, en onze notitieboeken vulden zich met aantekeningen die we pas later echt leerden begrijpen. Maar er waren ook momenten van plotselinge helderheid, wanneer een tekst die ons aanvankelijk ondoordringbaar leek, zich onder zijn blik opende en onverwachte lagen van betekenis onthulde. Het waren juist die momenten die duidelijk maakten wat het betekende literatuur te studeren bij Jean-Paul Bier: niet alleen kennis vergaren, maar ingewijd worden in een manier van lezen die levenslang doorwerkt.

Jean-Paul Bier ging op emeritaat in 1996.

Schaarse maar blijvende publicaties

Hoewel het onderwijs het grootste deel van zijn energie opslorpte, publiceerde Bier ook enkele werken die van blijvende waarde zijn. Zijn eerste boek, Hermann Broch et ’la Mort de Virgile’ (Larousse Université, 1974), bood een diepgravende studie van Brochs monumentale modernistische roman. Hij bracht daarin de filosofische rijkdom van Brochs proza aan het licht en liet zien hoe het werk, met zijn meditatie over dood, kunst en transcendentie, resoneerde met de crises van de Europese moderniteit. Zijn tweede monografie, Auschwitz et les nouvelles littératures allemandes (Éditions de l’Université de Bruxelles, 1979), was een pionierswerk dat onderzocht hoe Duitse schrijvers in de decennia na de oorlog de catastrofe van Auschwitz verwerkten of juist verdrongen. Het bood een van de eerste systematische analyses van dit fundamentele literaire en morele vraagstuk.

Naast deze boeken schreef Bier talrijke essays over uiteenlopende onderwerpen, van meertaligheid en DDR-literatuur tot romantische esthetica en Holocaustrepresentatie. Na zijn pensionering had ik samen met mijn collega Geert Lernout het voorrecht vele van deze teksten te bundelen in het boek met de titel Zwischen allen Stühlen. Deze verzameling getuigt van de breedte van Biers intellectuele belangstelling en van de consequentie waarmee hij zijn methode toepaste: steeds dezelfde aandacht voor detail, dezelfde ernst, of hij nu Goethe of Aichinger las, de DDR bestudeerde of het stilzwijgen rond Auschwitz analyseerde.

Nalatenschap

Jean-Paul Bier was geen geleerde die zich liet leiden door publicatiedrang, maar iemand die lezen en interpreteren beschouwde als een ethische verantwoordelijkheid. Zijn ware nalatenschap ligt dan ook niet zozeer in zijn boeken, maar vooral in de vele studenten die door hem gevormd zijn en die zijn rigoureuze manier van lezen (meestal onbewust) verder hebben gedragen. Voor mij persoonlijk was studeren bij Jean-Paul Bier een beslissende ervaring — veeleisend, soms ontmoedigend, maar uiteindelijk transformerend. Hij leerde ons niet alleen teksten lezen, maar ook de wereld. Als hij had gekund, zou hij ons het liefst hebben geleerd om deze te veranderen.

em. prof. dr. Vivian Liska, FLW, UAntwerpen
10 september 2025

Academische bibliografie