1925-2016
Personalia

Jan Van Den Broeck werd geboren in Antwerpen op 19 februari 1925, als zoon van de Kempenaar Aloïs Van Den Broeck, onderwijzer en sportjournalist bij Het Laatste Nieuws. Aloïs publiceerde onder meer ook een biografie over wielrenner Poeske Scherens en was tevens een geboren verteller.
Onderwijzer, auteur en geboren verteller: zoon Jan zou duidelijk in de sporen van zijn vader treden.
Jan Van Den Broeck huwde met Josée Franckx uit Breendonk, die hem enkele jaren overleefde. Uit hun langdurige echtelijke relatie ontsproten drie nakomelingen, Dirk, Karin en Wim. Hun oudste zoon, Dirk, overleed plots op 49-jarige leeftijd in 2002.
Jan Van Den Broeck overleed op 27 november 2016 thuis in Hove op 91-jarige leeftijd.
Studies
Jan Van Den Broeck volbracht zijn middelbare studies aan het Atheneum van Berchem (Antwerpen). Ondanks initiële twijfel aan een keuze voor een rennersbestaan of een muzikant – hij was een verdienstelijk pianist, o.m. van sonates van Mozart en Bach – volgde hij toch het advies van zijn leerkrachten en koos voor een studie geschiedenis. Ondanks de moeilijke oorlogsomstandigheden behaalde Van Den Broeck aan de KU Leuven in 1946 het diploma van licentiaat Geschiedenis en in 1949 dat van doctor in de Rechten (equivalent van de huidige master). Zijn opleiding als jurist en historicus maakte hem bijzonder geschikt om te doceren over de evolutie van ’s lands instellingen. Na zijn legerdienst gaf hij les in meerdere secundaire scholen. Vanaf 1957 tot in 1971 was hij voltijds leraar aan de Kadettenschool in Lier, een opleiding secundair onderwijs met militaire vorming.
Aanstelling UFSIA
De Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius, in 1965 officieel erkend als universiteit, boden een kandidatuuropleiding Rechten aan. Rector Etienne Dhanis s.j. trok Jan Van Den Broeck vanaf 1969 aan. Na een deeltijdse aanstelling in 1969 was Jan Van Den Broeck van 1971 tot aan zijn emeritaat in 1990 voltijds verbonden aan de faculteit Rechten van UFSIA. Hij doceerde in de eerste kandidatuur Politieke en parlementaire geschiedenis van België, en in de tweede kandidatuur Geschiedenis van recht en instellingen. Bij die lesopdrachten kreeg hij tevens het advies om een doctoraal proefschrift te maken. Jan promoveerde in 1975 tot doctor in de Rechtsgeleerdheid met een biografie over J.B.C. Verlooy, vooruitstrevend jurist en politicus uit de 18de eeuw (1746-1797).
Jan Baptist Verlooy heeft naambekendheid in Vlaanderen als auteur van een Verhandeling op d’onacht der moederlyke taal in de Nederlanden (1788); veel minder bekend was dat deze rechtsgeleerde ook belangrijke juridische werken schreef, waaronder de Codex Brabanticus uit 1781, die een synthese bracht van het wettenrecht in Brabant en Limburg.
Met dit proefschrift uit 1975 was Van Den Broeck uitgegroeid tot een expert in de rechtsleer van de Zuidelijke Nederlanden in de achttiende eeuw.
UFSIA bezat, verspreid over de uitgebreide bibliotheekcollectie, heel wat rechtswerken uit het ancien régime, vanaf de zestiende eeuw. Onder impuls van Fernand Van Neste s.j., decaan van de Rechtsfaculteit, verwierf de universiteit van een tabakshandelaar een pand dat bekend stond als Huize Bastos, een statige achttiende-eeuwse woning in Prinsstraat 10, tegenover de universiteit. Van Den Broeck kon er al deze werken samenbrengen en zo het Centrum voor Rechtsgeschiedenis uitbouwen.
Onderwijs
Intussen was Van Den Broeck uitgegroeid tot een zeer gewaardeerd docent. De eerstejaarscursus over Politieke geschiedenis van België was een op zich heel boeiende thematiek voor 18-jarige studenten Rechten, maar Van Den Broeck slaagde er ook in om met brio en humor de studenten warm te maken voor de toch zeer technische en encyclopedische cursus over recht en instellingen in het tweede jaar. Van Den Broeck was voorts van nabij betrokken bij de werking van de faculteit Rechten, die vooral werd aangestuurd door Fernand Van Neste. Van 1982 tot 1985 was Van Den Broeck decaan van de Rechtenfaculteit.
Van den Broeck werkte ook al vroeg mee aan de uitbouw van de derde academische opdracht naast onderwijs en onderzoek, de maatschappelijke dienstverlening. Zo zette hij zich sterk in voor de redactie van Clio, een historisch tijdschrift dat zich richtte op leerlingen uit het middelbaar onderwijs, en waarin actuele gebeurtenissen de nodige geschiedkundige duiding krijgen.
Centrum voor de Grondslagen van het Recht
Als kandidatureninstelling was UFSIA sterk gericht op onderwijs. De gesprekken en contacten over samenwerking met de twee andere universitaire instellingen in Antwerpen, RUCA en UIA, deden het inzicht groeien dat UFSIA zijn onderzoekpijler moest versterken. Met zijn Centrum voor Rechtsgeschiedenis kon Van den Broeck daarin een rol spelen. Hij had zich vooral toegelegd op publiekrecht, op de instellingen. Overleg met collega’s in de Rechtsfaculteit, waaronder vooral Jan Gyssels, mondde in 1986 uit in de oprichting van het Centrum voor de Grondslagen van het Recht (CGR). De historische boekencollectie van Prinsstraat 10 verhuisde naar de A-vleugel in de Prinsstraat 13, om er te worden samengebracht met een bibliotheek opgebouwd rond hedendaags publiekrecht en rechtstheorie. Van Den Broeck werd de eerste directeur van het CGR, terwijl de universiteit nu ook middelen ter beschikking stelde voor de uitbouw van een secretariaat. Bij het emeritaat van Jan Den Broeck in 1990 en kort nadien ook van Jan Gyssels, konden hun opvolgers, Herman Van Goethem en Jan Velaers, voortbouwen op de fundamenten die in het CGR waren gelegd.
Schrijver
In 1980 verscheen bij De Standaard wetenschappelijke uitgeverij van de hand van Van Den Broeck zijn werk J.B.C. Verlooy, vooruitstrevend jurist en politicus uit de 18de eeuw, 1746-1797, boek dat in 1981 werd bekroond met de eerste De Standaard Prijs. Zijn bijzondere verhaaltalent blijkt verder uit het zeer aangename boek over de achttiende eeuw, Promenade in Pruikentijd. De Zuidelijke Nederlanden met een maat Madrid, een wasem Wenen en een part Parijs, dat hij vijf jaar na zijn emeritaat publiceerde bij Icarus. In 2012 publiceerde Van den Broeck ook nog de historische novelle Heen en weer, over de lotgevallen van een ambitieuze en reislustige kerel uit Booischot, die te midden van de troebelen uit het begin van de 18de eeuw, het van soldaat tot handelsgezant brengt, en finaal het tot rentmeester van een lokale heerlijkheid weet te schoppen.
em. prof. dr. Herman VAN GOETHEM, FRECHT, Pro-rector, UAntwerpen
6 oktober 2025

