Jaap Kruithof

1929-2009

Jeugd

Professor Jacob (Jaap) Kruithof werd te Berchem geboren op 13 december 1929 in een gezin van Nederlandse protestanten. Hij zou de oudste van zeven kinderen worden, speelde vanaf zijn zesde piano en behaalde enkele muziekdiploma’s. Aanvankelijk wou hij dominee worden, een plan dat hij in de loop van zijn middelbaar onderwijs echter definitief begroef, omdat hij, naar eigen zeggen, toen atheïst was geworden. Zijn lagere school doorliep hij in de Burgemeester Marnixschool, een protestantse school nabij de huidige Stadscampus van de Universiteit Antwerpen, om vervolgens zijn middelbaar gedurende twee jaar aan het Koninklijk Atheneum Antwerpen aan te vatten en die nadien verder af te werken aan het Koninklijk Atheneum Berchem.  Of zijn opleiding aan het Antwerpse Koninklijk Atheneum van belang zijn geweest voor de intellectuele ontwikkeling van Kruithof kan gemakkelijk het onderwerp zijn van discussie. Feit is dat Jaap later aan intimi met fierheid verkondigde er prof. Leo Michielsen als leraar geschiedenis te hebben gehad. Michielsen was de eerste doctor in de geschiedenis na de vernederlandsing van de Rijksuniversiteit Gent, vooraanstaand communist en later hoogleraar aan de VUB.  Ook kon hij over deze periode grappige verhalen vertellen over hoe er de hogerejaars Michel Oukhow, Leo Apostel en Ernest Mandel reeds hun invloed lieten gelden.

Van Geschiedenis en Rechten naar Wijsbegeerte

Kruithof studeerde verder aan de Rijksuniversiteit Gent waar hij in 1951 promoveerde tot licentiaat in de geschiedenis. Zijn licentiaatsverhandeling, De demografische evolutie van de grote Belgische steden tussen 1830 en 1890, werd bekroond met de André Schaepdrijverprijs. Omdat de kwantitatieve geschiedenisbeoefening toen erg nieuw was, worden de publicaties die hij eruit puurde als vernieuwend en baanbrekend aangemerkt. Eigenlijk wou hij met zijn geschiedenisopleiding de wetenschappelijke background verwerven bij de artistieke carrière die hij toen nog wou opbouwen. Een jaar later studeerde hij vervolgens af als kandidaat in de rechten. In oktober 1953 werd dan het licentiaatsdiploma in de Letteren en Wijsbegeerte, groep Wijsbegeerte (RUGent) behaald. Van 1954 tot 1958 aan de RUGent als assistent aangesteld in het toenmalige Seminarie voor hedendaagse geschiedenis, dat onder leiding stond van prof. Jan Dhondt, zette hij zijn studie in de wijsbegeerte gedurende een jaar voort in Parijs bij Jean Hyppolite en Alexandre Kojève, twee internationaal gerenommeerde Hegelkenners. Ook volgde hij colleges bij Jean-Paul Sartre. Kruithofs doctoraatsproefschrift, Het uitgangspunt van Hegels ontologie, waarmee hij aan de RUGent eind juni 1958 promoveerde, werd nadien gepubliceerd bij Uitgeverij De Tempel in Brugge (die de facultaire uitgaven van de universiteit verzorgde).

Kruithof die aan de RUGent was aangesteld als assistent van prof. Edgard De Bruyne, volgde hem bij diens emeritaat in 1959 op en werd aldus de allerjongste docent wijsbegeerte aan een Belgische universiteit. Jaap was toen 29 jaar. Eigenlijk was hij bij het emeritaat van De Bruyne de ’tweede in lijn’, maar de gedoodverfde opvolger overleed onverwachts. Als we terugblikken was deze opvolging een ideologisch kantelmoment in de Gentse faculteit: Edgard De Bruyne was een befaamd kantiaan, na de tweede wereldoorlog kort minister van Koloniën en gedurende geruime tijd gecoöpteerd CVP-senator en CVP-fractieleider.

Hier ligt bovendien de eerste band van Kruithof met de latere Universiteit Antwerpen.  Prof. De Bruyne was immers tevens hoogleraar aan het Universitair Instituut voor de Overzeese Gebieden (UNIVOG), de instelling die was voortgekomen uit de vroegere Koloniale Hogeschool van Belgiëin Antwerpen, waar Prof. Kruithof hem in 1959 ook opvolgde. Het spreekt vanzelf dat zijn hoofdaanstelling in Gent bleef, waar hij in de loop van de jaren een boegbeeld van de Gentse opleiding moraalwetenschap (later moraalwetenschappen) werd. Samen met Prof. Leo Apostel, die in 1957 van de Université Libre de Bruxelles overkwam, startte hij deze opleiding in 1963 als een afzonderlijke richting, met een sterk en uniek interdisciplinair gericht programma. De concrete aanleiding tot de oprichting van de opleiding was het schoolpact (1958-1959) en de grote behoefte die daardoor ontstond aan een professionele vorming voor leerkrachten niet-confessionele zedenleer in het hoger secundair onderwijs. In de eerste decennia stond de opleiding ondubbelzinnig bekend als progressief vrijzinnig en geëngageerd links. In de Canvas-documentaire Jaap Kruithof: Dwarsdenker getuigde prof. Etienne Vermeersch dat studenten in het sterk verzuilde katholieke-conservatieve Vlaanderen vaak werd verboden om de lessen bij te wonen! Volgens Kruithof moesten morele regels immers niet op godsdienst of ideologie worden gebaseerd, maar wetenschappelijk worden verantwoord.

Moraalfilosofie aan de RUGent en filosofie aan het RUCA.

In 1960-1961 kwam Jaap Kruithof aan het hoofd te staan van een nieuwgevormd seminarie voor moraalfilosofie en metafysica. In 1964 werd hij bevorderd tot gewoon hoogleraar. Tot de in de daarop volgende jaren aangenomen assistenten behoorden Jos Van Ussel, Hugo Van Den Enden en Jan Buelens, die elk een fundamentele inbreng zouden hebben in de uitbouw van de moraalwetenschappen aan de RUGent met hun onderzoek en onderwijs op gebied van seksualiteit, abortus,  euthanasie en moraalpedagogiek.

In de loop van de jaren 1960 ontpopte Prof. Kruithof zich tot een toonaangevende moraalfilosoof en linkse Vlaamse intellectueel die meermaals ook de publieke opinie beroerde. In 1962 publiceerde hij met Jos Van Ussel, het ophefmakende Jeugd voor de Muur over de seksualiteit bij studenten in het toenmalige conservatieve Vlaanderen. Het boek deed veel stof opwaaien en beïnvloedde heel wat jongeren, waarmee bakens werden verzet. Legendarisch was zijn optreden in 1967 in het door Paula Semer gebrachte tv-programma Het gelukkige gezin, waarin Jaap voorhuwelijkse seksuele betrekkingen tussen jongeren normaal noemde en tegelijk de vrije verkoop van voorbehoedsmiddelen verdedigde. Vlaanderen stond enkele weken op zijn kop! Paula Semer vertelde later: “Die uitzending heeft twee jaar lang reacties uitgelokt.”

Kruithof was sterk door het marxisme beïnvloed en zijn kritiek op het kapitalisme, de vrije markt, het neoliberalisme en de eruit voortkomende ecologische vernietiging ging zeer diep. Ook verweet hij zowel de godsdiensten als het moderne humanisme dat zij het antropocentrisme in hun vaandel voeren. Hij was reeds een pluralist toen dat in Vlaanderen nog niet gerijpt was en het verward werd met eclecticisme. Integendeel, voor hem moest het pluralisme objectief gefundeerd zijn en dus het resultaat van studie, opzoekingswerk, twijfel … Het is niet te verwonderen dat hij in de jaren 1980 een van de gangmakers was van de zogenaamde Club van Antwerpen, een groep van theologen en filosofen die bestond uit vijf katholieken, vijf protestanten en vijf vrijzinnigen. Hij was er ziek van dat het initiatief ter ziele ging.

Evenmin schuwde hij de binnenlandse en internationale politiek. Het verhaal gaat dat hij samen met de trotskist Ernest Mandel in de vroege jaren 1960 in het pas onafhankelijk geworden Algerije de toenmalige president Ben Bella op diens uitnodiging ontmoette. Hij was aanvankelijk lid van de Belgische Socialistische Partij, maar verliet die partij na een conflict in de periode 1963-1964 (het ‘Onverenigbaarheidscongres’ van de BSP, waarbij leden van de weekbladen Links en La Gauche uit de partij werden gezet als ze niet gehoorzaamden aan de partijleiding).  Hij stond politiek dicht bij wat vandaag ’extreemlinks’ wordt genoemd, zij het steeds onafhankelijk, en zijn hele leven bleef hij actief in allerlei linkse organisaties en in de ecologische beweging.

Zelf ontmoette ik Jaap voor het eerst in december 1979 in zijn ruime, wanordelijke en vol met boeken volgestouwde zitkamer te zijnen huize, Villa Primrose, Quinten Matsijslei 24 in Mortsel, op de eerste bijeenkomst van een studiegroep die op zijn initiatief was opgericht en die de werking van de staat politiek, economisch en ideologisch wou onderzoeken. Bedoeling was hierbij de kunstmatige universitaire barrières tussen seminaries, diensten of faculteiten te overbruggen. Hoewel de werkgroep bestond uit een schare linkse intellectuelen, met onder meer Koen Raes, Ruddy Doom, Ronald Commers, Antoon Roosens en ik als de ’econoom van dienst’, was die geen lang leven beschoren. Ik herinner me bij die bijeenkomsten Jaap als een tegelijkertijd innemend, maar tevens imposant en intrigerend man. In mijn eerste gesprekken met hem toen was ik persoonlijk vooral beducht voor de wijze waarop hij mijn kennis en opvattingen testte en taxeerde.

Zijn aanvankelijke aanstelling tot docent aan het UNIVOG werd op 1 mei 1965 overgenomen door het RUCA. Aldus doceerde hij gedurende nog vele jaren Filosofie in de Faculteit TEW van het RUCA. In oktober 1991 werd hij bevorderd tot hoofddocent. Zijn lessen waren inspirerend voor generaties, ook omwille van zijn kleurrijke, veelzijdige en dominante persoonlijkheid, benevens zijn pedagogische aanpak die discussies uitlokte door filosofische standpunten te verbinden aan actuele gebeurtenissen. Uit welingelichte bron vernam ik dat hij soms bij het binnenstappen van de grote aula T103 op de Groenenborgercampus, waar een grote zwarte piano op het podium stond, niet aan de verleiding kon weerstaan om bij wijze van inleiding tot de les de verbaasde, want wellicht onwetende, economiestudenten een klassiek stuk ten beste te geven.

Publiek spreker bekend om zijn scherpe analyses en standpunten.

Kruithof heeft heel wat publicaties op zijn naam staan. Tot zijn belangrijke werken kunnen worden gerekend: De Zingever (1968), Eticologie (1973), Arbeid en lust (1984, 1986), Vrijheid en vervreemding: kritische opstellen over etiek en sociale wetenschappen (1984), De mens aan de grens (1985), Het neoliberalisme (2000) en Het humanisme (2001). Daarnaast schreef hij honderden artikels over actuele politieke en maatschappelijke thema’s. Hij was bij vele gelegenheden een gevierd spreker, die met verve zijn inzichten en standpunten verdedigde. Hij stond bekend als een gevreesd debater vanwege zijn vlijmscherpe analyses en provocerende houding.

Lachend placht hij over zijn professioneel levenstraject te zeggen dat hij 1° dominee wou worden, Indien onmogelijk dan 2° concertpianist. Als dat onmogelijk bleek (door beving van zijn handen), dan maar 3° prof aan een universiteit. En aangezien dat voor hem niet volstond, ook nog 4° rebel naar zijn ‘Grote Voorbeeld’ van Jean-Paul Sartre. Kruithof heeft in zijn leven slechts één prijs aanvaard: de Prijs Vrijzinnig Humanisme in juni 2007 – hij was actief betrokken geweest bij de oprichting van het Humanistisch Verbond. Sinds 2009 wordt overigens de Jaap Kruithofprijs door Democratie 2000 uitgereikt.

Emeritaat

In 1995 ging Prof. Kruithof op emeritaat. Bij die gelegenheid werd hem een liber amicorum aangeboden, Over Jaap Kruithof gesproken: liber amicorum, dat onder redactie van prof. Ronald Commers en Kees Kruithof bij VUB Press verscheen. Hij bleef echter steevast spreekbeurten geven en optreden in debatten, waarin hij op zijn intussen bekende manier optrad: vlijmscherp analytisch, maar ook provocerend en polariserend. Evenmin verwaarloosde hij zijn muzikale kennis en lesgeverstalenten. Jarenlang doceerde hij Muzieksociologie en Muziek beluisteren aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium in Antwerpen, en hij speelde nagenoeg wekelijks orgel in de Noorse Zeemanskerk in Antwerpen.

Kruithof was een gepassioneerd verzamelaar.  In de periode 1973-1985 betrof dat voorwerpen die hij in het antiekcircuit of op de Brusselse vlooienmarkt kocht, maar nadien trok hij vooral naar kringloopwinkels en begon hij radicaler spotgoedkope, afgedankte dingen te verzamelen. Deze twee fasen in zijn leven als verzamelaar waren tevens ingegeven door zijn hevige antikapitalistische kritiek op de wegwerpcultuur. Zijn verzameling van zowat tienduizend voorwerpen stelde hij thuis op in zijn ’Museum Primrose’. De helft van deze collectie kreeg een nieuw leven dankzij het beeldend werk van kunstenaars Guy Rombouts en Benjamin Verdonck, die in het MAS een nieuwe installatie met de objecten creëerden.

Na de dood van zijn vrouw in 2005, met wie hij sinds 1956 was getrouwd, kwam Kruithof in een zwart gat terecht waar hij nooit meer echt uit is geraakt. Ook was er een hersentumor geconstateerd. Hij overleed in Mortsel na een slepende lijdensweg op 25 februari 2009.

em. prof. dr. Ludo CUYVERS, FBE, UAntwerpen
15 januari 2026