1917-1987

IJveraar voor een ‘actieve pluralistische Universiteit Antwerpen’, toen al?
Opleiding
Prof. Gustaaf (Albert) Van Rompu is op 19 november 1917 geboren in Zaffelare (Oost-Vlaanderen, een deelgemeente van Lochristi). Hij is onverwacht overleden op 7 november 1987 in Edegem. Hij volgde in het Frans een voorbereidend jaar op het secundair onderwijs aan de Ecole Moyenne in Pecq (Henegouwen), en daarna zijn secundair aan het Koninklijk Atheneum in Gent (vandaag GO!). Daarna behaalde hij aan de RU Gent een licentie in de Economische Wetenschappen (1941), evenals het aggregaat hoger secundair onderwijs (de lerarenopleiding). Zijn verbreding had hij gevonden door diverse bijkomende studies: sociologie (London School of Economics, Goethe-Universität Frankfurt, Economische Hogeschool Rotterdam (vandaag Erasmus Universiteit Rotterdam) en Sorbonne (Parijs)). Tevens Politieke en Administratieve wetenschappen aan de Koloniale Hogeschool (Antwerpen; vandaag Instituut voor Ontwikkelingsbeleid, UAntwerpen).
Academische loopbaan
Beroepsmatig heeft hij diverse loopbaanstappen gezet: na zijn afstuderen was hij binnen een periode van 10 jaar: bestuurssecretaris (Ministerie van Economische Zaken) en studiemeester-lesgever en leraar aan KA Berchem, KA Turnhout, KA Dendermonde. We vinden geen spoor van doctoraat. Daarna begon zijn academische loopbaan: navorser bij het Institut de sociologie (ULB), daarna docent aan de toenmalige Rijkshandelshogeschool (vergelijkbaar met de toenmalige St.-Ignatius Handelshogeschool) en het gerenommeerde toenmalige Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken (HIVT). Daarna aan FTEW (RUCA) hoogleraar (1965) en gewoon hoogleraar (1973). Hij verzorgde onderwijs in de sociologie (Inleiding sociologie, Arbeidssociologie, hrm enz.).
Lesgever
Als lesgever was Gust zeer gedreven om het ‘vak’ sociologie te vertalen naar de leefwereld van jongeren. Een actueel ‘verhaal’ dat dan naar de sociologische begrippen werd vertaald, niet vanaf de lessenaar van de klassieke hoorcolleges, maar met ‘een’ stoel voor de studenten en dan wandelend in het auditorium, zodat je ook een vraag kreeg, om bij de les te blijven (toen al ‘activerend’ onderwijs?). Als prof zocht hij telkens medewerkers die iets extra’s hadden om hem aan te vullen. Hij heeft mij sterk gemotiveerd en gefaciliteerd om naast TEW (RUCA), ook het diploma sociologie te behalen (toen UFSIA en UIA) en later een doctoraat (RU Gent).
Naar een eengemaakte pluralistische universiteit
Tijdens de lange weg naar de eengemaakte actief-pluralistische Universiteit Antwerpen in 2003 heeft Gust Van Rompu zeker enkele steentjes in de rivier verlegd in zijn diverse beleidsfuncties en met zijn zeer groot politiek en maatschappelijk netwerk.
In 1960 ontstond de ‘Groep Eenheid’, samengesteld uit een tiental intellectuelen met diverse ideologische opvattingen: de atheïst Leo Apostel (1925-1995), de vrijzinnige filosoof Jaap Kruithof (1929-2009), de dominicaan Juul Callewaert (1886-1964), en ten slotte André de Troyer (1932-2019). Volgens hun streven zou in Antwerpen de focus moeten liggen op een nieuwe pluralistische universiteit, aangezien ideologie geen plaats mocht hebben in het onderwijs. Daarom wilde Eenheid een universiteit waar pluralisme wel concreet aanwezig was, bijvoorbeeld door verdubbeling van vakken met een levensbeschouwelijke insteek. Eenheid organiseerde in juni 1963 een forumgesprek waarin het zijn visie op de ontzuilde vernieuwing van de universiteit toelichtte.
Geïnspireerd door het forumgesprek stelden een zestal professoren van de RHHS – onder wie Gustaaf Van Rompu – diezelfde maand een compromisoplossing voor inzake het Antwerpse universitair onderwijs. Ze stelden een totaal nieuw type universiteit voor, zowel op het vlak van academische organisatie als ideologische oriëntatie, namelijk door een dubbele ideologische gerichtheid in te bouwen.
Zowel bij de start van UFSIA en RUCA waren er diverse leden die toen reeds opteerden voor (minstens) een samenwerking, naast anderen die opteerden voor enerzijds een katholieke instelling (de lijn Dhanis s.j.) en anderzijds een rijksinstelling (de lijn Massart). Van Rompu zag toen reeds veeleer een actief-pluralistische lijn voor één enkele Universiteit Antwerpen.
De ‘oude garde’ in het RUCA (overgekomen uit RHHS, HIVT, UNIVOG) miste soms de competenties, de taalkennis of een doctoraat om universitair onderwijs te verzorgen. Professoren overgekomen uit het UNIVOG (Universitair Instituut voor de Overzeese Gebieden) waren opgenomen in het College voor Ontwikkelingslanden, vaak zonder opdracht (vandaag IOB, internationaal excellentiecentrum). Deze professoren moesten wel worden betaald vanwege een besluit van de Raad Van State, na een zaak aangespannen door prof. Rik Kennis (inspecteur-generaal van financiën). Deze overgenomen docenten stonden op de payroll en behielden stemrecht bij academische verkiezingen waardoor Kennis en Van Rompu. een grote invloed hadden bij de rectorverkiezing van prof. dr. Marie de Groodt-Lasseel. Zij erkenden ook in Gust Van Rompu een ankerpunt, waardoor hij, als ervaren netwerker, velen van de ‘oude garde’ wist te mobiliseren voor de rectorverkiezingen.
Van Rompu stelde dat een rijksuniversiteit (‘ideaal’ Massart, zoals in Gent), naast een aparte vrije instelling geen optie meer zou mogen zijn. Gust Van Rompu waardeerde zelf sterk de jezuïetentraditie met als kenmerken: innerlijke vrijheid, dienende liefde, solidariteit met mensen in nood, het respecteren van verschillen, het waarderen van onafhankelijk denken. De organisatiecultuur van UFSIA kon zeker, zo veronderstelde Gust van Rompu, een verrijking worden binnen de beoogde universiteitscultuur in Antwerpen. Voor Van Rompu was verdraagzaamheid – in de zin van elkaar verder dragen – een belangrijke waarde. Daarom pleitte hij voor een actief-pluralistische universiteit. Actief pluralisme, stelde Gust Van Rompu, is een houding die openheid voor diverse levensbeschouwingen (diversiteit) combineert met een actieve, inhoudelijke dialoog om begrip en verbondenheid te bevorderen. Het gaat verder dan passief tolereren, omdat het mensen aanmoedigt om hun eigen en andermans ideeën kritisch te bevragen en te expliciteren (een open gesprek over de diepere ideeën achter verschillende overtuigingen). Dit leidt tot een samenleving waarin verschillen worden erkend en besproken, in plaats van genegeerd, wat helpt om polarisatie te voorkomen. Het doel is om verbondenheid te creëren en gemeenschappelijke waarden te bepalen, ook al zijn er verschillen in ideeën. In plaats van te proberen anderen te overtuigen, reikt deze houding alternatieve kaders aan vanuit gemeenschappelijke waarden. Met de oprichting van UCSIA (als onafhankelijke entiteit (jezuïetengedachtengoed integreren binnen de Universiteit Antwerpen) en het Centrum Pieter Gillis (reflectiecentrum voor actief pluralisme van UAntwerpen) dat voor elke student een opleidingsonderdeel aanbiedt werd het toenmalige inzicht van Van Rompu gerealiseerd.
Rector RUCA
Gustaaf Van Rompu ambieerde de functie van rector maar zou een aantal jaren geduld moeten uitoefenen. Hij werkte ijverig aan zijn ideaal door te netwerken en na te denken over actief pluralisme.
Hij had een duidelijke agenda voor zich.
Hoewel RUCA-rector Massart de basisbouwsteen heeft gelegd van het toenmalige sterk onderzoeksgedreven RUCA, werd hem zijn te ‘politieke’ invulling van het beleid verweten, evenals het onvoldoende sturen naar een pluralistische eengemaakte universiteit. Velen voelden de behoefte aan een stijlbreuk, die Van Rompu als volgt formuleerde:
- Binnen RUCA de ‘politieke’invloeden gewoon afbouwen;
- Een duidelijke schakel naar het vrij katholiek onderwijs;
- Volledige objectivering van aanstellingen van academische personeel (in termen van competenties) en binnen het beleid voldoende aanwezigheid van zgn. katholieke kandidaten voor zover dit een relevante indicator was;
- Een studentgericht en studentvriendelijk beleid;
- Het verder uitbouwen van RUCA als wetenschappelijk (top)expertisecentrum;
- Duidelijke stappen naar één actieve pluralistische universiteit.
Met dit programma werd hij tot rector van het RUCA verkozen (1981-1985). Gust Van Rompu expliciteerde en professionaliseerde het wervings- en selectiebeleid van academisch personeel verder, enkelop basis van (meetbare) academische expertise, onderwijsdeskundigheid, onderzoekspotentieel en maatschappelijke dienstverlening. Bij vacatures werd eerst gekeken of collega’s binnen hun opdracht aan de andere instellingen een onderwijstaak konden opnemen, “leren samenwerken is mekaar ook beter leren kennen”, dacht Van Rompu –bv. vacatures voor recht, wetenschappen of binnen geneeskunde, waren de ‘interne spelregel’. Overigens was dit ook meegenomen als besparingsmaatregel.
Hij ging daarnaast voor een verdere democratisering van het RUCA en voor optimalere onderwijsfaciliteiten. Zo plande hij verder de uitbouw van een dienst Studie- en Studentenbegeleiding (vandaag monitoraat), die voortbouwde op de eerste voorzieningen die onder De Groodt waren gerealiseerd. Verder boog hij zich over het verbeteren van de onderwijs- en beoordelingsmethoden.
Net als rector De Groodt engageerde Van Rompu zich als rector ten volle voor de verdere uitbouw naar een eengemaakte actief-pluralistische universiteit Antwerpen, ‘de beleidslijn’ was duidelijk. En hij verwierf daartoe een groot draagvlak vanuit de Raad van Bestuur van het RUCA.
Hij begreep de historisch verzuilde context die geresulteerd had in de oprichting van twee aparte handelshogescholen en later – bijgevolg – twee aparte faculteiten TEW. In zijn visie zou een fusie tussen de twee faculteiten TEW een evidente, noodzakelijk te overwinnen drempel zijn voor de realisatie van de Universiteit Antwerpen. Walter Nonneman (UFSIA) sprak tactisch over een diepere integratie in plaats van fusie om de interne weerstand in UFSIA om te buigen tot samenwerking. Dat is uiteindelijk ook gerealiseerd toen de decanen van de faculteiten TEW André Van Poucke (UFSIA) en Willy Winkelmans (RUCA) tot afspraken kwamen om een fusie-akkoord uit werken onder leiding van rector-voorzitter Rudi Verheyen in 2001. Dit akkoord realiseerde een stroomversnelling in de beweging naar de ene universiteit Antwerpen en het volledig doortrekken van de onderwijsbevoegdheden.
Medestanders van Van Rompu op UFSIA waren bijvoorbeeld rectoren zoals Louis Van Bladel s.j. (1984-1988) en Jean Van Houtte (rector 1988-1995), of Herman Deleeck. Conclusie was dat één universiteit in Antwerpen op de langere termijn tot de mogelijkheid moest behoren.
Uit al het bovenstaande blijkt duidelijk dat Van Rompu gepleit heeft voor de universitaire expansie in Antwerpen, zowel vóór 1965 vanuit de Rijkshandelshogeschool als na 1965, door zitting te nemen in de diverse beleidsorganen van het RUCA, en dat zowel als decaan TEW en daarna RUCA-rector, en later eveneens binnen de overlegorganen van de UAntwerpen.
em. prof. dr. Erik Henderickx (FBE, UAntwerpen) & em. prof. dr. Dirk Van Dyck (FWET, UAntwerpen)
in overleg met dr. Els Van Rompu (dochter)
december 2025

