1935-2020

Dirk Schoemaker werd op 28 september 1935 te Antwerpen geboren, waar zijn uit Nederland afkomstige ouders zich gevestigd hadden.
Studies en doctoraat
Na het middelbaar onderwijs aan het Antwerpse Koninklijk Atheneum kiest hij voor de studie Natuurkunde aan de Rijksuniversiteit Gent waar hij met grote onderscheiding afstudeert in 1958 met een verhandeling in de optische spectroscopie in het Laboratorium voor Kristallografie en Studie van de Vaste Stof.1 In dit lab begint hij daarna als assistent aan een doctoraat met diensthoofd prof. dr. Willy Dekeyser als promotor. Een spectrometer voor elektronparamagnetische resonantie (EPR) is in het labo in gebruik genomen, als eerste in België. EPR was in 1944 uitgevonden door Yevgeny Zavoiski in Kazan, Rusland, en zowel experimenteel als theoretisch aldaar en aan de universiteit van Oxford verder ontwikkeld. Dirk vervoegt zich hier bij zijn één jaar oudere collega Etienne Boesman in het EPR-onderzoek van defecten in kristallen, met daaruit zes gezamenlijke publicaties. Dirk Schoemaker verdedigt zijn doctoraatsproefschrift getiteld Paramagnetische centra in éénkristallen van alkali halogeniden waaraan nitraat en nitriet ionen zijn toegevoegd2, op 11 december 1963 aan de RUG en behaalt het diploma met de grootste onderscheiding.
In zijn proefschrift valt reeds een zeer moderne aanpak op van de gegevensbehandeling en -analyse. Maar er is ook een sterke en brede basis die blijkt uit de publicatielijst met alle relevante werken van die tijd over kwantummechanica, atoom- en molecuulfysica, groepentheorie en de daaruit volgende theorie van de EPR-experimenten. In het proefschrift toont hij hiervan een grondige kennis die in veel aspecten nog steeds zeer bruikbaar is bij de analyse van EPR-spectra m.b.v. de zg. Spin-Hamiltoniaan. Deze basis zal hij ten volle verder kunnen ontwikkelen en toepassen in zijn latere onderzoek.
Postdoctorale periode in de Verenigde Staten 1963-1971
Promotor prof. dr. Willy Dekeyser wijst er zijn getalenteerde doctoraatsstudenten op dat de perspectieven voor academisch posities in België zeer beperkt zijn, en dus werd naar de Verenigde Staten gekeken. Daar zullen beiden effectief een hele periode postdoctoraal onderzoek uitvoeren in gespecialiseerde onderzoeksgroepen om daarna naar België terug te keren en respectievelijk aan de universiteiten van Gent en Antwerpen een EPR-onderzoeksgroep te leiden. Voor Dirk kwam in januari 1963 het bericht van aanvaarding3 door de Color Center Group in het Argonne National Laboratory, dicht bij Chicago. Nog datzelfde jaar vertrekt hij met zijn echtgenote, Denise Vantomme en hun eerste dochter, Katia4. Ze vinden in de nabijheid van het onderzoekscentrum een eerste woning, om wat later naar een aangename groene wijk te verhuizen. Het gezin kende vrij snel uitbreiding met een tweede dochter, Ingrid, geboren in de USA, en ze blijven daar tot 1972. Een van de niet-wetenschappelijke bonussen zijn de tennislessen, de sport die hij omarmt en daarna enthousiast is blijven beoefenen.

Argonne National Laboratory
Deze periode is wetenschappelijk erg vruchtbaar dankzij de mogelijkheden van dit gerenommeerde onderzoeksinstituut en de begeleiding door ervaren onderzoekers in de Color Center Group, in het bijzonder Charles J. Delbecq en Philip H. Yuster. Deze laatste werd door Dirk beschouwd als een bijzondere mentor die hem al die tijd sterk ondersteunde en tevens ruimte liet voor onafhankelijk werk. Het hoofdthema van het onderzoek in deze groep, de bestralings- en onzuiverheidsdefecten in alkali halogeniden (‘kleurcentra’), zal ook in zijn latere onderzoek worden voortgezet. Hierin weet Dirk zijn stempel te drukken op de studie van defecten met een diatomische halogeenmolecule als basispatroon (VK– en H-centra) die hij in een aantal varianten aantoont. Naast uitgebreid experimenteel werk schrijft hij, als enige auteur, ook invloedrijke basisartikels over de theoretische moleculaire beschrijving en een ervan blijft zijn meest geciteerde publicatie.5 Een tweede thema is de vangst van elektronen en gaten door onzuiverheidsionen in alkali halogeniden, en dat zal ook in de Antwerpse periode belangrijk blijven. Later zal hij vanuit Antwerpen nog met regelmaat op sabbatical gaan en blijven samenwerken en publiceren met de Color Center Group.
Aanstelling aan de Universitaire Instelling Antwerpen
Bij de oprichting van de Universitaire Instelling Antwerpen wordt in binnen- en buitenland uitgekeken naar sterke academische profielen; voor zo’n profiel stelt Dirk Schoemaker zich met succes kandidaat. Vanaf 1 oktober 1972 zal hij als gewoon hoogleraar het departement Natuurkunde van de UIA mee vormgeven, samen met de andere professoren van het eerste uur. Hij neemt deel aan het departementsbestuur als voorzitter (1975-’79) en meerdere keren als ondervoorzitter. Ik leerde Dirk Schoemaker intussen kennen als didactische en consciencieuze lesgever, o.m. in zijn lievelingsvakken Atoom- en Molecuulfysica en Groepentheorie. Het samenspel van experiment met goede theoretische onderbouwing dat ik bij hem vond, bepaalde mijn keuze voor mijn eindwerk (academiejaar 1975-‘76) en daarna mijn doctoraat in zijn groep. Ik kwam terecht in een leeromgeving met veel mogelijkheden en ondersteuning waarvoor ik nog steeds zeer dankbaar ben. Hijzelf gaf richting en was voor bespreking en goede raad goed bereikbaar, terwijl ik voor de dagelijkse begeleiding op het team kon rekenen.

Laboratorium voor Experimentele Vastestoffysica
Naast de bijdragen in het nieuwe licentiaatscurriculum is nu het opbouwen van een laboratorium een eerste uitdaging, met EPR- en optische spectroscopie als belangrijkste methoden. Hiervoor kan hij steunen op een aantal medewerkers, reeds aangesteld in de eerste jaren: dr. August Bouwen als werkleider, elektronicus Arnold Vanwelsenaers (later opgevolgd door Paul Casteels), mechanicus Ivo Janssens en technicus Bob Smout.
De mogelijkheden van de onderzoeksgroep worden vanaf die tijd gestaag uitgebreid met nieuwe apparatuur, met als eerste de ramanspectrometer waarmee ik in het doctoraasonderzoek onmiddellijk aan de slag kon. Dirk maakt dankbaar gebruik van de beschikbare middelen, deels universitair maar ook extern, startend met FWO-projecten en later uit andere bronnen. Hij volgt nauw de snelle evolutie van lasertechnologie en de mogelijkheden daarvan voor het onderzoek aan materialen. Rond 1980 wordt in het labo een eerste opstelling voor ultrakorte en versterkte laserpulsen met instelbare golflengte gerealiseerd en opeenvolgende medewerkers maken zich de bijbehorende geavanceerde meettechnieken eigen. Ook de combinatie van lasersystemen en EPR wordt uitgebuit in optisch gedetecteerde magnetische resonantie. Daarnaast blijft hij ook de evoluties in de EPR-spectroscopie volgen, met in 1996 de verwerving van het eerste commercieel beschikbare instrument bij zeer hoge microgolffrequentie (95 GHz).
Een breed spectrum aan thema’s in het onderzoek

Parallel hiermee is er een voortdurende evolutie van de onderzoeksonderwerpen die hij aanstuurt vanuit zijn zeer brede interesse voor de fysica van de gecondenseerde materie. In de defectfysica komt nu de elektronen- en gatenvangst bij metaalonzuiverheden (Sn, Ga, Pb, Tl, Bi) meer naar voren als belangrijk thema. Zo bijvoorbeeld identificeren we als eersten een één-Tl-atoomcenter dat laser-actief is met emissie in het telecom-golflengtegebied.6 De vibrationele eigenschappen van kristaldefecten komen in het vizier alsook de snelle dynamiek van hun aangeslagen elektronische toestanden. Ook andere ionaire kristallen met technologisch potentieel worden bestudeerd. Daarbij wordt in loodchloride (PbCl2) de zelf-stabilisering van het elektron (self-trapped electron) ontdekt, nog steeds een zeer uitzonderlijk fenomeen in de vaste stof. In dit thema is vanaf 1979 veel samengewerkt met dr. Sergiu V. Nistor uit Roemenië, die doorlopend korte en langere tijd in Antwerpen verblijft, en met wie Dirk Schoemaker 44 publicaties als co-auteur schrijft.7 Voor de optimalisering van zilverhalogenidegebaseerd fotografisch materiaal wordt dan weer jarenlang samengewerkt met het bedrijf Agfa-Gevaert. Van meer fundamentele aard zijn studies zoals die van laagdimensionele spinsystemen, of van de moleculaire rotaties en trillingen in éénkristallen van zuivere en gemengde cryogene gassen (i.e., waterstof, stikstof en argon).
Verdere beschouwingen
Op 1 oktober 2000 wordt Dirk Schoemaker emeritus, waarna hij nog enige tijd wetenschappelijk actief blijft, lopend onderzoek afrondt en laatste artikels publiceert. Hij is dan auteur van meer dan 160 artikels in hoogstaande wetenschappelijke tijdschriften. Vele daarvan waren het resultaat van samenwerkingen, zowel nationaal (o.m. met de EPR-groep aan de Universiteit Gent) als internationaal. Hij moedigde medewerkers sterk aan om hun resultaten systematisch op conferenties te brengen, en stond erom bekend dat zelf ook met verve te doen. Aan de Solid State/Condensed Matter APS Conference nam hij vrijwel elk jaar deel om nieuwe trends te verkennen en contacten in de USA te onderhouden. Specifiek waren ook de Europese en internationale defectconferenties, nu bekend als EuroDIM en ICDIM, waarvoor hij in het internationale adviescomité zetelde. In de loop van de jaren was hij promotor van 22 in de groep afgelegde doctoraten waarbij een aanzienlijk deel van de kandidaten uit het buitenland afkomstig was, uit Europa zowel als de rest van de wereld. Zeer vroeg legde hij contacten met China en reeds rond 1980 kwamen de allereerste doctoraatsstudenten uit dit land in de groep.
Naast de betrokkenheid in eigen departement en universiteit werd Dirk Schoemaker in diverse functies gevraagd op het nationaal niveau:
- Lid van de Raad van Beheer van het Wetenschappelijk en Technisch Onderzoekscentrum voor de Diamant, vanaf 1979
- Lid en voorzitter van de NFWO-commissie Vastestoffysica
- Lid van de Nationale Raad voor het Wetenschapsbeleid (NRWB) (juni 1981 – juni 1987).
- Lid van de Commissie ’Nieuwe Materialen’ van de DIRV (Derde Industriële Revolutie in Vlaanderen) (1984-1987)
- Lid van de Commissie ’Nieuwe Materialen’ van de Vlaamse Raad voor het Wetenschapsbeleid (VRWB) vanaf 1988
- Lid van de Commissie Wetenschapsbeleid van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (1990-1994).
Ook werd hij onderscheiden met de graad van Officier in de Kroonorde (30 december 1981) en later Commandeur in de Kroonorde (18 november 1991) op voordracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Reeds toen ik Dirk Schoemaker leerde kennen, was hij een mentor voor studenten en medewerkers, die hij een richting aangaf terwijl hij de verantwoordelijkheid opnam voor de toekomst van de onderzoeksgroep en van de mensen met wie hij werkte. Hij stond daarbij open voor nieuwe ideeën van binnen en buiten de groep en liet veel ruimte voor eigen initiatief. Het was zeker een voorrecht om deze vriendelijke, inspirerende, zorgvuldige en zeer getalenteerde persoonlijkheid door de jaren heen te mogen ervaren.
Dirk heeft als emeritus nog kunnen genieten van meer tijd samen met echtgenote, kinderen en kleinkinderen, en vele andere dingen. Hij bleef echter geboeid door de wetenschap en was nog lange tijd actief als reviewer voor een aantal wetenschappelijke tijdschriften.
Dirk Schoemaker overleed op 85-jarige leeftijd te Boechout op 14 maart 2020.
em. prof. dr. Etienne Goovaerts, FWET, UAntwerpen
23 februari 2026
- Bepaling van de Faraday anomalie in de F-band van KCl, promotor Prof. Dr. J. L. Verhaege, RUG 1958. ↩︎
- Een digitale kopie van zijn proefschrift is beschikbaar via het Universiteitsarchief Antwerpen, archiefnummer 1002402. ↩︎
- Een digitale kopie van deze brief is beschikbaar via het Universiteitsarchief Antwerpen, archiefnummer 1002402. ↩︎
- Een eerste kind, hun zoon Peter, is als baby gestorven als gevolg van een aangeboren medisch probleem. ↩︎
- Schoemaker D., Phys. Rev. B, 1973, vol. 7, pp. 786-801; g and Hyperfine Components of the VK centers. ↩︎
- In 1983 bracht de firma Burleigh afstembare en gepulste NIR-lasers uit op basis van deze kleurcenters. ↩︎
- Na hernieuwd contact, ze ontmoetten ze elkaar reeds in de jaren 1960 op het tennisveld in de USA. ↩︎
Huldeblijken en rouwberichten, beschikbaar via het Universiteitsarchief Antwerpen, archiefnummer 1002402

