Armand Lowenthal

1919-2001

Jonge jaren in sombere tijden

Armand Lowenthal werd op 07 september 1919 geboren in Den Haag, waar zijn ouders tijdens de Eerste Wereldoorlog hun toevlucht hadden gezocht. Na zijn basisonderwijs aan de Antwerpse Stadsschool SOJ 3 en na zijn humaniora aan het Koninklijk Atheneum van Antwerpen begon hij in 1937 zijn medische opleiding aan de Université Libre de Bruxelles (ULB) (kandidaturen en eerste doctoraat van 1937 tot 1941).

De rassenvervolging door de nazi’s, die in 1940 België binnenvielen en bezetten, dwong de familie Lowenthal begin 1941 te vluchten, eerst naar de regio Haute-Savoie in Frankrijk, waar ze onderdoken om vervolgens naar Zwitserland uit te wijken.

Lowenthal besloot terug te keren naar bezet Frankrijk om zijn opleiding voort te zetten, ditmaal aan de Universiteit van Lyon maar dan wel onder het pseudoniem Adrien Louvet (zelfde initialen als voor Armand Lowenthal). Het toenemende gevaar van deportatie door de Duitsers en de Franse militie dwong hem evenwel terug te keren naar de veilige haven van Zwitserland, waar hij na een initieel verblijf in een vluchtelingenkamp, erin slaagde zijn opleiding voort te zetten aan de Universiteit van Genève. In 1944 behaalde hij zijn artsendiploma – toen nog doctor in de geneeskunde – om eveneens in Genève een jaar later zijn doctoraat te behalen.

Terugkeer naar Antwerpen en verdere studies

Terug in Antwerpen werd hij eerst assistent op de afdeling Interne Geneeskunde van het Stuivenbergziekenhuis. Vervolgens besloot hij zich te specialiseren in de neurologie aan het Bunge-Instituut onder leiding van dr. Ludo van Bogaert. Al tijdens die studie was hij gefascineerd door biochemie en bracht hij het grootste deel van zijn vrije tijd door in het Laboratorium voor Biochemie van de ULB. Terwijl hij nog specialiseerde aan het Bunge-Instituut, hervatte hij zijn onderzoek van de biochemie van het neurologische systeem. In 1959 behaalde hij het aggregaat hoger onderwijs – toen nog de hoogste wettelijke graad in België – aan de Université Libre de Bruxelles, waar hij in hetzelfde jaar universitair hoofddocent werd en de cursus Pathologische Biochemie van het zenuwstelsel doceerde. In 1963 werd hij bevorderd tot adjuncthoofd van de afdeling Neurologie en hoofd van het laboratorium voor neurochemie van het Instituut Born-Bunge. In 1978 verhuisde het Born-Bunge-Instituut naar de campus van de Universitaire Instelling Antwerpen (UIA) in Wilrijk, waarbij het onderzoeksgedeelte in de Universiteit Antwerpen werd geïntegreerd en het klinische deel in het UZA werd ondergebracht. Dr. Lowenthal bleef er aan het hoofd van het laboratorium Neurochemie tot 1989 toen ondergetekende hem aldaar opvolgde.

Klinisch en academisch actief met opmerkelijk resultaat

Als onvermoeibare en dynamische inventieve werker doorliep hij niet alleen een opmerkelijke klinische carrière, maar ook een uitzonderlijke academische loopbaan. Zo was hij op klinisch vlak van 1969 tot 1990 diensthoofd Neurologie aan het Middelheimziekenhuis, nu deel van het Ziekenhuis aan de Stroom. Gedurende tientallen jaren verzorgde hij eveneens een succesvolle klinische private praktijk in de Jan van Rijswijcklaan in Antwerpen. Op academisch vlak bekleedde hij de leerstoel Neurologie aan de ULB en bekleedde hij vervolgens dezelfde functie aan de Vrije Universiteit Brussel en de Universitaire Instelling Antwerpen. Zijn bijdragen aan de studie van het cerebrospinaal vocht (hersenvocht), – met name op het gebied van multiple sclerose, en aan het argininemetabolisme – leverden hem wereldwijde wetenschappelijke erkenning op.

Een van de grote verdiensten van dr. Lowenthal is de beschrijving van de oligoclonale banden in het hersenvocht eind de jaren 1950. Deze wetenschappelijke bijdrage werd samen met zijn trouwe medewerker en vriendin dr. Denise Karcher gerealiseerd (zie referentie). Het verschijnen van afzonderlijke banden (vaak oligoclonale banden genoemd) in het hersenvocht die niet in het serum (bloed) aanwezig zijn, is een sterke aanwijzing voor lokale, chronische ontsteking binnen het zenuwstelsel. Dit was een baanbrekende ontdekking die eerst werd beschreven bij subacute scleroserende leuko-encefalitis en later bij multiple sclerose.  Hoewel zijn onderzoek zich voornamelijk richtte op de chemie van het hersenvocht, strekte zijn interessegebied zich uit tot andere domeinen dan multiple sclerose, zoals cerebrovasculaire aandoeningen, neuroradiologie, parkinsonisme, neurogenetica en de ziekte van Alzheimer.

Hij overleed te Antwerpen op 05 januari 2001.

Actief in wetenschappelijke verenigingen

Dr. Lowenthal stond aan de wieg van tal van internationale wetenschappelijke verenigingen. Zo dienen de World Federation of Neurology en de European Society for Neurochemistry zeker te worden vermeld. Het oorspronkelijke idee van de WFN ontstond tijdens een diner in Antwerpen in 1955 met als instigatoren dr. Ludo van Bogaert, dr. Armand Lowenthal, dr. Charles Poser en dr. Houston Merritt, bezoekend professor Neurology van de Columbia University in New York. De Wereldfederatie voor Neurologie (WFN) werd in 1957 in Brussel opgericht als een vereniging van nationale neurologische verenigingen. Dankzij de rapporten van Lowenthal werd de eerste onderzoeksgroep van de WFN opgericht, namelijk de Neurochemiecommissie, waarvan hij in 1959 secretaris werd. Hij bleef de rest van zijn leven actief binnen de WFN en bekleedde later ook de functies van secretaris van de Onderzoeksgroep voor Hersenvloeistof, secretaris-generaal van de Onderzoeksraad, gezamenlijk secretaris-penningmeester en uiteindelijk vicevoorzitter van de WFN. In de jaren 1974 en 1975, met name aansluitend op een bijeenkomst van klinische neurochemici georganiseerd door dr. Lowenthal in Brussel, werden de plannen gesmeed voor de oprichting van de Europese Vereniging voor Neurochemie. Een vereniging die sedert haar oprichting in 1976 een succesvolle geschiedenis kent.

De persoon Lowenthal

Maar dr. Lowenthal was niet alleen een begeesterend wetenschapper, gedreven arts en organisator, hij was ook een fascinerend en gepassioneerd man, een gretig lezer en begiftigd met een fenomenaal geheugen. Zijn kennis van geschiedenis, kunst en alles wat met cultuur te maken had, leverde hem terecht de reputatie op van een waar humanist. Als toegewijd en veeleisend vrijdenker streefde hij ernaar zich te verbinden met de wereld om hem heen.

Hij was een strenge meester die net zoveel van anderen eiste als van zichzelf. Hij kon vrij dominante standpunten innemen maar kwam tegelijk vaak op voor de zwakkeren. Hij gaf artsen en onderzoekers, waar mogelijk, heel wat kansen en kon zeer inspirerend werken en mensen aansporen om het uiterste van zichzelf te geven. Een van zijn leuzes was: “Als je wilt dat iets gedaan wordt, vraag het dan aan een drukbezet persoon”.

Hij heeft talloze mensen opgeleid tot specialist in de neurologie en neuropsychiatrie, en was promotor voor talrijke doctorandi met uiteenlopende achtergronden. Toen ik hem op de eerste ochtend van mijn specialisatietijd meldde dat ik sterk geïnteresseerd was in wetenschappelijk onderzoek, verzocht hij mij hem die middag met de wagen te volgen vanuit het ziekenhuis naar zijn laboratorium voor neurochemie waar hij me kort voorstelde aan een paar medewerkers, en ik zonder enige verdere poespas ogenblikkelijk werd ingeschakeld in het wetenschappelijke onderzoek.

Overigens bezat hij een meesterlijk organisatorisch talent. Zo was hij een gedreven klinisch-wetenschappelijk onderzoeker die als pionier bijdroeg aan verschillende grote gerandomiseerde klinische trials in de neurologie. Hij fungeerde dan ook als internationaal coördinator van dit soort van innovatieve projecten, waaronder de European Stroke Prevention Study een goed voorbeeld vormt.

Dat de man ook enig branie had, blijkt onder meer uit het feit dat hij de eerste was die in Vlaanderen in de aanvang van de tachtiger jaren een magnetischeresonantiescanner liet installeren, evenwel zonder rechtmatige vergunning. Dat hij hiervoor door officiële instanties op de vingers werd getikt, kon hem niet deren: het was immers voor de goede zaak!

In 1967 werd hij ingewijd in de vrijmetselaarsloge Les Amis du Commerce et la Persévérance Réunis in Antwerpen. Hij was de eerste voorzitter van het comité voor de toekenning van de Prijs voor Medisch Onderzoek uitgereikt door deze organisatie. Van 1972 tot 2000 bepaalde hij de koers van dit comité. Ten slotte was dr. Lowenthal ook nog een geëngageerd rotariër, lid van Rotary Antwerpen Schelde.

Dr. Lowenthal liet een zoon na, Francis, een mathematicus van opleiding die carrière maakte als hoogleraar en directeur van het Laboratorium voor Cognitieve Wetenschappen aan de Université de Mons.

em. prof. dr. P.P. De Deyn, FFBD, UAntwerpen
29 maart 2026

Referenties:

D. Karcher. 2001. ‚In Memoriam‘. Arq. Neuro-Psiquiatr. 59 (3A) • Sept 2001 • https://doi.org/10.1590/S0004-282X2001000400033.

D Karcher, M Van Sande, A Lowenthal. 1959. ‘Micro-electrophoresis in agar gel of proteins of the cerebrospinal fluid and central nervous system’. J Neurochem. 1959 Jun;4(2):135-40.  https://doi/10.1111/j.1471-4159.1959.tb13182.x.