1929-2004
[1]
Personalia

Alex Hubens werd geboren te Antwerpen op 27 januari 1929 als zoon van Guillaume Hubens en Serafine Odeurs.
In de Tweede Wereldoorlog week de familie uit naar Foix in Frankrijk, om later na een bombardement op hun Antwerpse woning in de Bolwerkstraat naar Kalmthout te verhuizen.
Van 1940 tot 1946 volgde Alex middelbaar onderwijs aan het Koninklijk Atheneum van Antwerpen, waar hij de (latere gouverneur) Andries Kinsbergen (1926-2016) leerde kennen.
Hubens trouwde op 24 april 1954 met Sonja Van Laethem (°1933). Het koppel ging wonen in de Jan Van Rijswijcklaan 150, en kreeg later twee kinderen, Guy (°1959) en Vera (°1961).
Opleiding
Hubens studeerde geneeskunde aan de Université Libre de Bruxelles, en behaalde zijn einddiploma als arts in 1953.
Hij startte met een huisartsenpraktijk, een klinische activiteit in het Stuivenbergziekenhuis en poliklinisch werk in de FOB te Antwerpen.
In 1957 verrichte hij een heelkundige stage van drie maanden in het Postgraduate Medical School Hammersmith te Londen. Van september 1960 tot augustus 1961 bekwaamde hij zich verder in het Massachussetts General Hospital in Boston (USA) onder de leiding van prof. dr. Edward Delos Churchill (1895-1972), heelkundige.
Vanaf 1961 tot 1966 kreeg hij een parttime aanstelling in het laboratorium voor experimentele heelkunde in het St. Pietershospitaal te Brussel, opgericht aan de ULB door prof. Lucien Deloyers (1901-1982) in 1960. Ondertussen deed hij zijn klinische ervaring op in de heelkundige dienst van het Stuivenberg ziekenhuis onder de leiding van dr. Georges Van der Voort (1907-1997). Zo ontwikkelde hij de integratie van klinisch werk en experimenteel onderzoek, en kon hij al tijdens zijn opleiding een gedegen studie over de resultaten van de appendectomie[2] koppelen aan zijn experimenteel onderzoek over portale hypertensie. Dit laatste leidde tot zijn aggregaatsproefschrift- in 1966, gewijd aan de studie van de maagsecretie bij honden na portocavale shunting[3].
Aanstelling
Vanaf 1966 kreeg Hubens een deeltijdse aanstelling als assistent in de dienst anatomie van het Rijksuniversitair Centrum Antwerpen (RUCA) bij prof. Luc Vakaet (1926-1996)[4].
Na de pensionering van Van der Voort in 1972, volgde Hubens hem op als diensthoofd van de Dienst Heelkunde in het AZ Stuivenberg[5], en hij bleef dit tot aan zijn opruststelling in 1994.[6]
Inmiddels was hij bij de opening van de Universitaire Instelling Antwerpen[7] in 1972 aangesteld als gewoon hoogleraar in de heelkunde. Hij doceerde met gedreven inzet de vakken Semiologie en Bijzondere Heelkunde, alsmede de hem na aan het hart liggende Heelkundige Anatomie. Hij was tevens een gewaardeerd opleider van vele assistenten, vaak streng doch steeds correct en rechtvaardig.
Academische activiteiten
Alex Hubens interesseerde zich niet alleen voor heelkundige technieken, in het bijzonder van de maag-darm-, en schildklierchirurgie[8], hij was ook levenslang begaan met de organisatie van de chirurgische opleiding, waarvan hij de normering in België heeft helpen vastleggen[9]. Verder hielp hij mee aan de ontwikkelingen in het ziekenhuiswezen en de diversificatie van de heelkundige diensten. Hij droeg bij tot de oprichting in 1974 van het Brandwondencentrum in het Stuivenbergziekenhuis (nu Cadix-ziekenhuis) in Antwerpen, het enige in de provincie.
Maar vooral was Hubens een clinicus, die het klinisch onderzoek van de patiënt als geen ander op de eerste plaats zette. Hij was een belezen man, zelf auteur of coauteur van talrijke artikelen, niet het minst in de Acta Chirurgica Belgica[10].
Grondlegger
Als lid van de Koninklijke Geneeskundige Kring van Antwerpen vanaf 1953[11], werd hij aangezocht als voorzitter van de Geneeskundige Dagen van Antwerpen in 1976 met het motto De Chirurgische Patiënt.
In 1979 werkte hij mee aan de totstandkoming van het UZA, en werd er een van de belangrijkste eerste professoren in de heelkunde. In de UIA werd hij voorzitter van de afdeling Heelkunde binnen het Departement Geneeskunde.
Nationaal werd hij voorzitter van het Koninklijk Belgisch Genootschap voor Heelkunde in 1988, en hij volbracht ook deze taak met grote ijver en toewijding[12].
Hubens is een uithangbord geweest voor de Antwerpse universiteit in binnen- en buitenland. Zijn bijzondere interesse voor het chirurgische ontstekingsproces bracht hem tot bestuurslid van de International Infection Society Europe, maar hij was evenzeer lid van tal van andere internationale verenigingen.
Hubens was zonder twijfel de belangrijkste grondlegger van de academische heelkunde in Antwerpen, en velen, waaronder ondergetekende (RVH), blijven hem dankbaar voor de rol die hij daarin gespeeld heeft.
Alex Hubens ging met emeritaat in 1994. Helaas overleed hij enkele jaren later aan een slepende en ongeneeslijke bloedziekte op 18 oktober 2004.
Zijn zoon Guy Hubens (°1959) zette zijn toonaangevend werk voort in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen.
em. prof. dr. Bob Van Heef, FGGW, UAntwerpen
30 april 2026
Referenties:
- Hubens A. Quelques considérations sur les appendicites aiguës et leur traitement. Acta Chir.Belg. 1956, 55 : 268-280.
- Hubens A. Le syndrome de Peutz. Acta Chir.Belg. 1959, 58 :57-74.
- Hubens A., Van Hee R., Van Vooren W. Peeters R. Reconstruction of the digestive tract after total gastrectomy. Hepatogastroenterology 1986, 36: 18-22.
- Hubens A. & Van Hee R. Surgical training in a statutory health insurance system. World J.Surg. 1994, 18: 666-670.
- Van Gansen P. Lucien Vakaet, an avian embryologist. Int. J. Dev. Biol. 1992, 36: 43-45.
- Van Hee R. & Mendes da Costa P. (Eds.). Société royale belge de Chirurgie. 1893-1993. Koninklijk Belgisch Genootschap voor Heelkunde. Wetteren: Universa. 1993.
- Van Hee R. & Mendes da Costa P. Van Scalpel tot Robot. Geschiedenis van de Heelkunde in België 1830-2018. Wetteren: Universa Press, 2018.
- Van Hee R. Het Stuivenberg gasthuis (1879-2022), een erfgoed-icoon in Antwerpen. Antwerpen: Garant, 2022.
- Vaneerdeweg W. (& Van Hee R.). In Memoriam Prof. Dr. A. Hubens, past president RBSS 1988. Acta Chir.Belg. 2004, 104: 105.
[1] Naar een bijdrage van de auteur in ‘Van Scalpel tot Robot’ (zie Van Hee & Mendes da Costa, 2018) en een ‘In Memoriam’ van de hand van Wouter Vaneerdeweg & Bob Van Hee, 2004.
[2] Zie Hubens 1956. Van de 461 patiënten, overleden er 6 (1,27 %), waarvan 5 met een geperforeerde appendix.
[3] Zie Hubens‘ proefschrift 1966.
[4] Zie van Gansen 1992.
[5] Na zijn aanstelling bij het OCMW als ‘heelmeester’ in 1969, werd hij bevorderd tot Diensthoofd Rang 1 met Deeltijdse Bediening op 13 januari 1973.
[6] Zie Van Hee 2022.
[7] Deze omvat de bovenbouw, m.a.w. de hogere opleidingen van de diverse wetenschappelijke faculteiten van het Rijksuniversitair Centrum Antwerpen (RUCA) met de Universitaire Faculteiten van St. Ignatius te Antwerpen (UFSIA).
[8] Zie Hubens, Van Hee, Van Vooren & Peeters. 1986.
[9] Zie Hubens & Van Hee 1994.
[10] Zo had hij als medewerker bij Georges Vandervoort in het Stuivenbergziekenhuis in Antwerpen reeds een artikel over het syndroom van Peutz-Jeghers gepubliceerd in de Acta Chirurgica Belgica in 1959. Zie Hubens 1959.
[11] Zie Ann. Coll. Med. Antw. 1953, 7 (24): 389.
[12] Zie Van Hee & Mendes da Costa 1993.

