1904-1978
Pater Albert Van den Daele werd geboren op 09 januari 1904 in Baaigem, en overleed op 27 februari 1978 in de Maria-Middelareskliniek in Gent.
Studiejaren
Hij deed zijn humaniora aan het H.-Maagdcollege in Oudenaarde. Aangetrokken tot de Sociëteit van Jezus door de uitstralingskracht van enkele jezuïeten, trad hij in de Sociëteit in en deed van 1921 tot 1923 in Aarlen zijn noviciaat. Hij studeerde drie jaar filosofie in het studiehuis van de Orde in Leuven. Daarna deed hij vier jaar stage als opvoeder en leraar in het Sint-Jozefcollege te Turnhout. Dan volgden vier jaar theologie te Leuven, waar hij priester werd gewijd in 1934.
De klassieke filologie was zijn studie- en onderwijsdomein bij uitstek. In het tijdschrift Streven (1946-47) hield hij een vinnig pleidooi voor de handhaving van de oude humaniora. Hij promoveerde aan de universiteit in Leuven met een proefschrift over de oorzakelijkheidsleer in het werk van Pseudo-Dionysius den Areopagiet (1938), een belangrijke bron van de westerse mystiek. Een belangrijk deel van deze uitgebreide studie, Indices Pseudo-Dionysiani, werd in de reeks Publikaties Geschiedenis en Philologie van de K.U.L. uitgegeven.
Onderwijs
Zijn onderwijscarrière loopt van 1937 tot 1971. Dertien jaar lang was hij retoricaleraar in het middelbaar onderwijs in de colleges van Aalst en van Gent, en gedurende zestien jaar docent en hoogleraar in het hoger en het universitair onderwijs, eerst in Drongen (1955-58), dan in Antwerpen (1958-71). Hier werd een beroep gedaan op zijn kostbare ervaring bij de omvorming van de Sint-Ignatiushandelshogeschool tot de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius Antwerpen.
Inzet
In de tussentijd tussen zijn loopbaan in het middelbaar en in het hoger onderwijs werd hij adjunct-hoofdredacteur en weldra hoofdredacteur van De Vlaamse Linie. Zonder zijn onvermoeibare werkkracht zou dit na-oorlogse katholieke weekblad nooit van de grond zijn gekomen.
Datzelfde talent leefde hij uit in tal van initiatieven ter verdieping van het geloofsleven bij de Vlaamse intellectuelen en de morele gaafheid van het Vlaamse volk. Zo was hij werkzaam in tal van verenigingen waarvan de namen voor zichzelf spreken; ‘Sobrietas’, ‘Zedenadel’, ‘De Weg’ (naar morele vernieuwing),’Nieuwe Stemmen’ (forum voor de jonge christelijke intellectuelen), ‘Centrum voor godsdienstige bezinning’ (organisatie van reeksen conferenties over christelijke geloofsbeleving).
Toen zijn krachten afnamen, verzachtte ook zijn strijdlust en groeide zijn mildheid. Met zijn eigen woorden: ‘Vroeger had ik wel de neiging hard te oordelen over mensen die ziek zijn en niet veel kunnen presteren. Thans voel ik zelf hoe weinig men kan doen, als de lichamelijke krachten ontbreken.’–
”Zijn stille, trage wandeling in de grote binnentuin van Sint-Ignatius is wellicht zijn lange kruisweg geweest. Hij droeg geduldig zijn zware last zonder praal van woorden. Soms openbaarde een schalks woord zijn gevoelig en goed hart dat een milde glans gaf aan zijn kinderlijke ogen”’ (uit de uitvaarthomilie door J. Peeters).
Literatuur
‘De oorzakelijkheidsleer bij Pseudo-Dionysius den Areopagiet’. In: Bijdragen,3 (1940), p 19-72.
Indices Pseudo-Dionysiani. In: Publikaties op het gebied der Geschiedenis en der Philologie van de Leuvense universiteit (1941), 3e reeks, 3e deel.
‘Waarheen met de humaniora?’. In: Streven,14 (1946-47), p. 407-412.
em. prof. dr. Guido de Baere, FLW, UAntwerpen
14 augustus 2025

