Albert G. Velghe

1916-1986

Foto Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten
Foto Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten

Studies

Albert G. Velghe werd op 22 september 1916 in Gent geboren en volgde zijn basis- en middelbaar onderwijs in zijn geboortestad. In 1940 behaalde hij zijn licentiaat in de wiskunde aan de Rijksuniversiteit Gent, waarna hij in 1941 zijn aggregatiediploma voor het hoger secundair onderwijs behaalde. Vier jaar later promoveerde hij in de wiskunde met grote onderscheiding. In 1951 behaalde hij het  aggregaat hoger onderwijs aan de Katholieke Universiteit Leuven.

Loopbaan en Onderwijs

Al op zeer jonge leeftijd was de jonge Velghe erg geïnteresseerd in astronomie en het was dan ook vanzelfsprekend dat hij een carrière in de astronomie beoogde, meer bepaald in de stellaire statistiek. Dit lukte hem bij de Koninklijke Sterrenwacht in Brussel. In 1942 werd hij benoemd tot assistent-astronoom, waarna hij via de functie van geassocieerd astronoom in 1952 tot volwaardig astronoom werd bevorderd. In 1963 werd hij gepromoveerd tot directeur. Onder zijn directie kocht men de eerste atoomklokken aan en kende ook de uurdienst nieuwe ontwikkelingen. Ook na zijn pensionering bleef hij een actieve belangstelling voor de gang van zaken bij de sterrenwacht behouden, met de titel van ere-directeur.

Naast zijn aanstelling in Brussel had hij in de loop der jaren diverse verplichtingen elders. Zo gaf hij met name als buitengewoon hoogleraar college in statistische astronomie aan de Katholieke Universiteit Leuven van 1960 tot 1981, en vanaf 1966 was hij tevens docent aan het Rijksuniversitair Centrum in Antwerpen waar hij sterrenkunde doceerde aan de studenten fysica en wiskunde. Zijn drang naar de kennis van de juiste numerieke waarden van vele astronomische en andere parameters zal de studenten steeds bijblijven.

Hij verbleef vaak in het buitenland. Gedurende één jaar (1946-1947) verrichtte hij onderzoek aan de Universiteit van Uppsala, Zweden. In 1954 was hij een jaar lang waarnemend hoofd van het Boyden Observatorium (Bloemfontein, Zuid-Afrika), gevolgd door twee jaar als onderzoeker aan de Harvard-universiteit in de VS. In 1960 keerde hij terug naar Boyden als directeur voor twee jaar – onmiddellijk daarna keerde hij weer naar Harvard als gastdocent. Daarna hield zijn werk in België hem een aantal jaren bezig, totdat hij in 1976 de gelegenheid kreeg om weer  naar Zuid-Afrika te gaan voor een kort verblijf bij de CSIR (Council for Scientific and Industrial Research) en verschillende universiteiten. In 1983 werd hij door de Universiteit van Oranje Vrijstaat uitgenodigd als gastdocent in de astronomie.

Ook internationale organisaties deden een beroep op zijn diensten; hij was lid van de raad van bestuur van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht van 1963 tot 1975 en vervulde in diezelfde periode de functie van uitvoerend bestuurslid van de Boyden Council. In 1979 werd hij lid van de raad van bestuur van het Hoog Alpien Onderzoeksstation van de Jungfraujoch en de Gornergrat in Zwitserland. Hij was ook (ere)lid van de International Astronomical Union, de Astronomical Society of Southern Africa, corresponderend lid van de Academie van de universiteit van Coimbra (Portugal) en buitenlands lid van de Koninklijke Wetenschapsmaatschappij in Uppsala.

Tijdens zijn leven ontving hij verschillende onderscheidingen. In 1945 werd hem de herdenkingsmedaille van de Gekruiste Sabel toegekend en was hij laureaat van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België. In 1958 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Leopold II. Op de jaarlijkse vergaderingen van de Boyden Council werd er altijd met groot respect naar hem geluisterd – zijn gedetailleerde voorbereiding en inzicht in een situatie waren onberispelijk. Naast zijn moedertaal, het Nederlands, sprak hij vloeiend Frans en Engels.

Zuid-Afrika werd bijna een tweede thuis voor hem en hij verwierf een gedetailleerd inzicht in de situatie daar, zowel op menselijk als materieel vlak. Dit ging gepaard met een oprechte interesse in het Boyden Observatorium, en hij deed alles wat in zijn macht lag om de ontwikkeling ervan te bevorderen.

Onderzoek

Het leven verliep niet altijd even soepel voor professor Velghe tijdens zijn ambtstermijn als directeur van de Koninklijke Sterrenwacht in Ukkel (Brussel). De discipline en inspanning die hij zelf in alles legde, verwachtte hij ook van zijn studenten en collega’s – hij was een perfectionist. Naast zijn aanzienlijke administratieve taken verrichtte hij wetenschappelijk werk op verschillende gebieden van de astronomie, publicerend in nationale en internationale tijdschriften. In 1943 verscheen in het tijdschrift van de Nationale Sterrenwacht een artikel over ’Bepaling van effectieve golflengten’, het eerste in een reeks fotometrische studies die hem tot 1954 bezighielden. Ondertussen ontdekte en publiceerde hij een methode voor het bepalen van de afstand en de omvang van het lichtabsorberend vermogen van donkere nevels. Er verscheen een uitgebreide publicatie over spectra met lage dispersie in het geel-rode gebied van het spectrum. Er verschenen nog meer publicaties over Ha-emissie in verschillende delen van de hemel, en een over de classificatie van rode sterren voor statistisch onderzoek.

Van tijd tot tijd schreef hij enkele korte verslagen over persoonlijke waarnemingen van maans- en zonsverduisteringen, en over de spectra van kometen. Hij was een van de oprichters van de Vlaamse Vereniging voor Astronomie en bekleedde daarvan het voorzitterschap van 1952 tot 1955. Albert Velghe was niet alleen een bekwaam bestuurder, maar ook toegewijd aan de astronomie.

Op persoonlijk vlak was hij een vriendelijke man, die zijn wetenschappelijke taken op voorbeeldige wijze vervulde; al met al een uitstekende ambassadeur voor zijn land. Professor dr. Albert G. Velghe overleed op 27 oktober 1986 in Mariakerke bij Gent.

em. prof. dr. Nick Schryvers, FWET, UAntwerpen
18 juni 2026

(gebaseerd op het obituary door A.H. Jarrett gepubliceerd in MNASSA, vol. 46.)