Koen De Feyter

1960-2024

Fotoshoot beleidsploeg FRECHT
Foto Jonathan Ramael

Koen De Feyter overleed op 20 september 2024 te Antwerpen. Onverwachts. In de ochtend, op kantoor in de Venusstraat 23, waar de Faculteit Rechten huist. Op 1 september 2024 was hij aangetreden als decaan van de faculteit.

Koen werd geboren op 11 november 1960. Als het even anders was gelopen met de Congolese onafhankelijksstrijd, was hij in Kisangani geboren. Het werd België (Wilrijk). Hij liep school aan het Sint-Michielscollege te Brasschaat en bracht een groot deel van zijn leden in Ekeren door, eerst als kind, na het overlijden van zijn ouders, als familievader.  Koen was gehuwd en had vier kinderen.

Loopbaan

Koen was hoogleraar volkenrecht. Hij gaf les over volkenrecht, duurzame ontwikkeling, mensenrechten, globale rechtsstelsels en duurzame en inclusieve steden. Hij was de stichter en het boegbeeld van de Onderzoeksgroep Recht en Ontwikkeling en was gedurende vele jaren het gezicht van het innovatieve Master of Laws-programma.

Koen begon zijn loopbaan aan de Universiteit Antwerpen in 1985. Hij verdedigde zijn proefschrift over de mensenrechtenbenadering van ontwikkeling in 1992. Hij heeft lesgegeven aan het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid, de Faculteit Sociale Wetenschappen en de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. Hij gaf ook les aan Maastricht University, de Vrije Universiteit Brussel en het European Master’s Programme in Human Rights and Democratisation (Venetië). Van dat programma was hij academisch coördinator in 2004-2005.

Daarnaast heeft Koen belangrijke taken van maatschappelijke en academische dienstverlening vervuld. Om er maar enkele te noemen: hij was gedurende meerdere jaren lid en ook even voorzitter van het expertmechanisme over het recht op ontwikkeling van de Verenigde naties, voorzitter het agentschap Universitaire Ontwikkelingssamenwerking (van de Vlaamse Interuniversitaire Raad VLIRUOS) en voorzitter van het Centrum Pieter Gillis, het reflectiecentrum voor actief pluralisme van de Universiteit Antwerpen. In 1998 en 1999 was hij voorzitter van Amnesty International Vlaanderen.

Gedreven

Koen was een gedreven en begenadigd lesgever en heeft talrijke generaties studenten geïnspireerd. Hij bracht het echte leven in het leslokaal door pakkende verhalen. Hij had de uitzonderlijke gave om complexe vraagstukken tot hun essentie te herleiden. Voor wie hem graag aan het werk ziet en hoort, hier is een opname van de naar ik vermoed laatste lezing die hij gaf (op 29 augustus 2024) over The God of War, Palestine and Emancipatory Human Rights bij AboAgora (Finland).

Koen was promotor van een groot aantal doctoraten. Op dat punt liet hij zich tot enige competitie verleiden. Wellicht was dat niet toevallig met wijlen Karel Rimanque. Toen Karel op emeritaat ging, werd uitdrukkelijk in de verf gezet dat hij liefst tien doctorandi succesvol had begeleid. Koen nam zich toen voor om beter te doen, in een kortere periode. Hij heeft die ambitie ook zonder veel moeite gerealiseerd: hij heeft vijftien doctorandi succesvol begeleid, en vijf meer zaten in de pijplijn op het ogenblik van zijn overlijden. Ik vond het ironisch ontroerend dat het in memoriam-boek voor Koen lag in de ‘Karel Rimanque’-ontmoetingsruimte in de rechtenfaculteit, onder het goedkeurend oog van een borstbeeld van Karel. Ze hadden elkaar uiteindelijk misschien gevonden.

Bouwmeester

Koen was een veranderaar en bouwde aan structuren. Onder zijn bezieling is de Faculteit Rechten uitgegroeid tot een internationaal referentiepunt voor recht en ontwikkeling.

Vanaf zijn start als docent in de rechtenfaculteit koos Koen bewust voor het uitbouwen van een onderzoeksgroep en een betekenisvolle aanwezigheid in de faculteit, eerder dan voor postjes bij de VN. Hij trok daarbij voluit de kaart van de internationalisation@home.

De onderzoeksgroep Recht en Ontwikkeling werd opgericht in 2005 en is nog steeds een voortrekker in het aantrekken van onderzoekers uit heel de wereld. Die onderzoeksgroep is lang een tweemanszaak geweest wat vast personeel betreft. Koen en ik waren de enige voltijdse ZAP-leden. Het maakte ons kwetsbaar, maar ook vastberaden. In de groep was er geen plaats voor onderlinge concurrentie. Binnen de faculteit kozen we voor samenwerking, maar zonder afbreuk te doen aan onze identiteit.

Buitenbaan

Koen stond zelfbewust in de traditie van onderzoek inzake recht en ontwikkeling. Hij heeft gepubliceerd over de ruime thema’s van mensenrechten en ontwikkelingssamenwerking, rechten van inheemse volkeren, mensenrechten en bedrijven, en het recht op ontwikkeling. Elk van zijn publicaties zijn een pareltje: prachtig en meeslepend geschreven, het resultaat van origineel denken.

Internationaal

Op zijn inaugurele rede zette Koen zijn onderzoeksagenda uiteen, in zeven stappen, naar het Maastrichtse onderwijsmodel: Localising Human Rights. Localising human rights nam als uitgangspunt voor de verdere interpretatie en uitwerking van mensenrechtennormen en voor het ontwikkelen van mensenrechtenactie de mensenrechtelijke behoeften van lokale mensen in reactie op de impact van de economische globalisering op hun leven. Of anders gezegd: de ervaring van mensen die vervreemd waren door het globaliseringsproces moest de richting van het mensenrechtenproject bepalen, eerder dan de mate waarin dominante actoren bereid waren om sommige aspecten van mensenrechten aan te passen in hun eigenbelang. Tal van deelprojecten volgden om de Localising Human Rights-onderzoeksagenda concreet te maken. Zo werden er casestudies opgezet rond het recht op onderwijs van kinderen van Chinese binnenlandse migranten die vaak tweederangsonderwijs genoten als ze zonder vergunning verhuisden naar een grote stad; over het recht op water in Congo en in de slums van Delhi; en over de totstandkoming van de verklaring over de rechten van keuterboeren.[1] De onderzoeksresultaten van die studies zijn allemaal voortgekomen uit trage wetenschap, zoals Koen het zo treffend verwoordde. Wetenschap die tijd vraagt vanwege praktische en conceptuele uitdagingen. Maar ook wetenschap die de tijd neemt om de mensenrechtenaanspraken van gewone mensen echt te begrijpen en om inzichten te laten rijpen. In het kader van die deelprojecten heeft Koen meerdere structurele samenwerkingsverbanden opgezet met academische partners in het Globale Zuiden in Bolivia, China, de Democratische Republiek Congo, India, Lesotho en Palestina.

Proclamatie FRECHT 2024
Foto Bernd Hendrickx

Enkele jaren na de oprichting van de Onderzoeksgroep Recht en Ontwikkeling vatten we het plan op om stil te staan bij wat recht-en-ontwikkeling nu nog kon betekenen. We zochten naar Europese partners en organiseerden twee conferenties: de eerste in Oostende, de tweede in Antwerpen. Op de Antwerpse conferentie van 2016 hielden we het internationale Law and Development Research Network (LDRn) boven de doopvont. Koen bleef er de de facto-voorzitter van tot eind augustus 2024.

Koen was ook de drijvende kracht achter het vernieuwende Masters of Laws-programma. Ergens in 2015 begonnen de plannen te rijpen voor een Engelstalig masterprogramma aan de Antwerpse rechtenfaculteit. Voordien hadden we een Vlaams onderzoeksnetwerk over recht en ontwikkeling opgezet (law&dev). Om het domein te positioneren, maar ook om onze eigen interne positie te versterken. Samen met collega’s van de andere Vlaamse universiteiten hadden we gedurende een aantal jaren een zomercursus Human Rights for Development aangeboden. Die zomercursus is dan doorgegroeid naar een semesterprogramma, de huidige module Sustainable Development and Global Justice in de Engelstalige master. We hadden er veel voor over. In het voorjaar van 2016 organiseerden we met VLIRUOS-financiering een proefversie van onze module, bovenop onze bestaande lesopdracht.

Rechtvaardigheid

Bij veel collega’s en studenten overheerst het beeld van Koen als een eerder zachte en minzame man. Koen was best zacht, minzaam en innemend, maar hij kon zich enorm opwinden over onrechtvaardigheid: in de faculteit, in de wereld.

Koen werd gedreven door een sterk gevoel voor rechtvaardigheid, in het bijzonder voor inheemse volkeren, lokale gemeenschappen en het Palestijnse volk. Dat was nooit een zaak van liefdadigheid, maar altijd een van rechten en structurele verandering. In Human Rights: Social Justice in the Age of the Market is Koen vanaf de eerste pagina kristalhelder over wiens belangen hij wil dienen: ”This book is not about how human rights can serve the interests of a company or of a racist party. It investigates whether human rights can assist people abandoned by globalization in achieving human dignity.”[2] Wat volgens hem een mensenrechtensysteem doet lukken of mislukken is of het de rol vervult van een globaal forum dat in staat is om de ervaringen van degenen die zware schendingen van mensenrechten ondergaan op het lokale niveau, te vertalen in effectieve maar voldoende flexibele globale normen en acties.[3]

Dat gevoel voor rechtvaardigheid voedde ook Koens decennialange inzet voor de uitwerking en internationale erkenning van een mensenrecht op ontwikkeling. Als lid van het expertmechanisme van de Verenigde Naties over het recht op ontwikkeling (2021-2023) en van de groep van expert-opstellers van de intergouvernementele werkgroep over het recht op ontwikkeling (2020-2023) was Koen actief betrokken bij de uitwerking van een internationaal mensenrechtenverdrag over het recht op ontwikkeling. Hij ijverde daarbij voor twee kernpunten: de erkenning van volkeren (naast individuen) als rechtssubjecten van het recht op ontwikkeling; en de erkenning van een plicht tot samenwerking voor staten om het recht op ontwikkeling te realiseren. Beide hebben de eindtekst van de groep van opstellers gehaald in 2023, het is nu afwachten hoe de politieke onderhandelingen over het verdrag in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, die nog maar in een beginfase staan, de tekst al dan niet zullen wijzigen op die twee punten.

Het lot van de Palestijnen in Gaza en alle bezette Palestijnse gebieden heeft Koens agenda tijdens het laatste jaar van zijn leven sterk beheerst. Dat heeft wel eens tot spanningen geleid – voor het eerst ook binnen de onderzoeksgroep – maar toch vooral tot veel vastberadenheid. Koen volgde een uitgekiende strategie om de rechtenfaculteit en de hele universiteit ervan te overtuigen dat samenwerking met Israëlische universiteiten geen verdedigbare optie meer was. Tegelijk probeerde hij in samenwerking met Birzeit University op de Westelijke Jordaanoever concrete stappen van geweldloze verandering te zetten. Het was een werk van lange adem. Een processie van Echternach. Met toch enkele succesjes, en soms een straaltje hoop.

Bedachtzaam

Koen was bedachtzaam en was bereid zichzelf in vraag te stellen. In de inleiding van zijn boek World Development Law: Sharing Responsibility for Development, is hij ontwapenend eerlijk over zijn eigen rol in de onafhankelijke onderzoekscommissie over de Kibeho-slachtpartij door het Rwandese leger in de nasleep van de Rwandese genocide: ”I was an obscure academic, and definitely a low profile choice.”[4] Hij vertelt in die inleiding ook hoe hij sommige ontwerphoofdstukken van dat boek uitgetest heeft in zijn onderwijs en geeft toe dat de studenten misschien geleden hebben, maar zegt dan verontschuldigend dat hij er zeker uit geleerd heeft.[5] Nog in die inleiding herinnert hij zich de vraag van een Afrikaanse student of de miskenning van het recht op ontwikkeling in diens land van herkomst een grond voor asiel zou kunnen zijn in Europa. Hij antwoordde glimlachend ”natuurlijk niet”, maar was zich sindsdien blijven afvragen waarom dat antwoord zo overduidelijk negatief was.[6]

Geleefde mensenrechten

Koen overleed op het hoogtepunt van een rijkgevulde carrière, maar toch vooral met nog veel passie en plannen voor de toekomst. Plannen die hij zelf niet meer zou kunnen realiseren. Koens naar eigen zeggen ”wellicht laatste academische monografie” wou hij wijden aan mensenrechten in de praktijk (Lived Human Rights), zijn intellectueel testament. Een aantal hoofdstukken waren klaar, een boekvoorstel was ingediend bij Edward Elgar. Inmiddels hebben we samen met Koens familie beslist om het boek postuum te publiceren. De auteursrechten zullen naar het Koen De Feyter Solidariteitsfonds gaan. Het Fonds wil extra steun geven aan studenten die in crisistijden uit de boot dreigen te vallen bij partneruniversiteiten van de UAntwerpen, momenteel bij Birzeit University en de Université Catholique de Bukavu.[7]

Koen verstond de kunst om zichzelf misbaar te maken: hij gaf mensen graag en veel vertrouwen, leidde genereus nieuwe generaties van studenten en onderzoekers op, en bouwde sterke structuren die hem kunnen en zullen overleven. Dat maakt hem net onmisbaar.

prof. dr. Wouter Vandenhole, FRECHT, UAntwerpen
4 augustus 2026

Academische bibliografie


[1] Uitgebreide rapporten over deze casestudies zijn in de ‘Localising Human Rights Working Paper Series’, https://www.uantwerpen.be/en/research-groups/law-and-development/publications/localising-human-rights/#:~:text=The%20Localizing%20Human%20Rights%20Working,law%2C%20political%20and%20social%20sciences

[2] Koen De Feyter, Human Rights: Social Justice in the Age of the Market (Zed Books 2005), p.1.

[3] Ibid, p. 5.

[4] Koen De Feyter, World Development Law. Sharing Responsibility for Development (Intersentia 2001) p. xvi.

[5] ibid p. xvii.

[6] ibid.

[7] https://www.uantwerpen.be/nl/centra/universiteitsfonds/wat-steunen/ondersteuning-studenten/koen-de-feyter-solidariteitsfonds/