Piet Avonds

1944 – 2024

Van enthousiast student tot gedreven historicus-mediëvist

Piet Avonds werd geboren in Turnhout op 25 augustus 1944. Daar bracht hij ook zijn vroegste kinderjaren door. Later verhuisde het gezin Avonds naar Antwerpen, waar zijn ouders een bekende antiekzaak uitbaatten. Piet werd ingeschreven aan het Sint-Lievenscollege, waar hij, zo vertelde hij vaak, een gelukkige tijd beleefde. Of het de antieke meubelen waren, het blauwwitte Delftse aardewerk of andere snuisterijen in de zaak van zijn ouders dan wel de boeiende lessen van bevlogen geschiedenisleraren die bij Piet een bijzondere interesse voor het verleden opwekten en hem deden besluiten om aan de UFSIA ‘geschiedenis’ te gaan studeren, is achteraf moeilijk uit te maken. Hij ging bij die keuze vermoedelijk ook niet over één nacht ijs, want na de humaniora deed Piet eerst nog zijn legerdienst, die twee jaar duurde, zodat hij de eerste kandidatuur (nu bachelor) Geschiedenis startte in 1965.

Toen ik zelf een jaar later voor dezelfde opleiding koos, leerde ik Piet al vrij snel kennen. Studenten die een jaar hoger zitten maken doorgaans wel wat indruk op de startende bleutjes, maar Piet viel toch op doordat hij overduidelijk de smaak van de geschiedenisstudie te pakken had. Hij was in de wolken over de cursussen én de betrokken professoren, vertelde enthousiast over het historisch opzoekingswerk dat hij als tweedejaarsstudent al moest doen en gaf goede raad aan ons, eerstejaarsstudenten, die soms nog zowat voorzichtig de kat uit de boom keken, maar tegelijk toch met grote verwachtingen aan onze universitaire opleiding begonnen.

Aangezien aan de UFSIA toen nog geen licentiaatsopleiding (nu master) voor studenten Geschiedenis bestond, opteerde Piet ervoor om zijn studie voort te zetten aan de toenmalige Rijksuniversiteit Gent. Hij koos voor de richting mediëvistiek en schreef onder leiding van professor Raoul baron van Caenegem een licentiaatsverhandeling, getiteld: De betrekkingen tussen Brabant en Luik onder de regering van Jan III, hertog van Lotharingen, van Brabant en van Limburg (1312-1355). Dat leverde hem in 1969 een grootste onderscheiding op.

De figuur van hertog Jan III bleef Piet duidelijk boeien. Hij besloot dan ook te doctoreren en zijn doctoraatsonderzoek eens te meer te wijden aan Jan III en diens beleid. In 1981 was het dan zo ver. Piet promoveerde aan de Gentse universiteit met een lijvige studie over Ideologie en Politiek. Brabant tijdens de regering van hertog Jan III (1312-1356). Die werd bekroond met een ‘grootste onderscheiding met gelukwensen van de jury’. Professor Van Caenegem die er promotor van was, beschouwde later het werk als een van de meest geslaagde studies die onder zijn leiding tot stand waren gekomen. De Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België. Klasse der Letteren bekroonde het proefschrift en publiceerde het in haar reeks Verhandelingen. Een eerste deel liep onder de titel Brabant tijdens de regering van Hertog Jan III (1312-1356). De grote politieke crisissen[i] in 1984 van de pers. In dezelfde reeks verscheen in 1991 een tweede deel, Brabant tijdens de regering van Hertog Jan III (112-1356). Land en Instellingen [ii]. In deze publicaties had Piet Avonds niet enkel oog voor de traditionele politiek-institutionele geschiedenis, maar ook – en dat was nieuw en origineel – voor ideologische constructies achter het beleid van de hertog. Hij schonk aandacht aan ‘nationale’ sentimenten en aan de relaties tussen de vorst en zijn onderdanen, met name de Brabantse steden, die in die periode een belangrijke factor in het bestuur werden, aan intellectuele tradities, communicatie en mentaliteiten.

Ook in het wetenschappelijk werk dat Piet naast en ook nog na zijn doctoraat tot stand bracht, toonde hij veel aandacht voor mentaliteiten en trad zo in de voetsporen van de bekende Franse historici Georges Duby (1919-1996) en Jacques Le Goff (1924-2014). Net zoals deze vertegenwoordigers van de beroemde Annales-school trachtte Piet interdisciplinair te werken en verschillende kennisgebieden in zijn onderzoek te integreren. Hij wilde het verleden zo omvattend mogelijk analyseren en beperkte zich bij zijn onderzoek dan ook niet tot de traditionele bronnen, zoals oorkonden, kronieken, rekeningen en dergelijke, die mediëvisten veelal gebruiken. Hij schonk bijvoorbeeld ook aandacht aan literaire bronnen, wat heel innovatief was.  Zo publiceerde hij in 1980 Heer Everzwijn: oorlogspoëzie in Brabant in de 14de eeuw[iii]. In later onderzoek boorde hij eveneens middeleeuwse fictieliteratuur aan en eventueel ook iconografisch materiaal (zo bijvoorbeeld de afbeelding van hertog Jan I in de Manessecodex) om zo te kunnen doordringen tot de mens achter de dynast. In 1999 realiseerde hij dan de bundel Koning Artur in Brabant (12de-14de eeuw). Studies over riddercultuur en vorstenideologie[iv].

Door aandacht te schenken aan literaire bronnen kwam Piet Avonds als vanzelf in contact met beoefenaars van de medioneerlandistiek in binnen- en buitenland.  Zo werkte hij mee aan publicaties en seminaries van de bekende Nederlandse neerlandicus en historisch taalkundige professor Frits van Oostrom (1953 – ) en schreef hij het inleidende hoofdstuk in het boek dat in 2000 aan de Utrechtse neerlandicus en literatuurhistoricus professor W.P. Gerritsen (1935-2019) werd aangeboden naar aanleiding van diens emeritaat[v]. Piet gaf zijn bijdrage een intrigerende titel: ‘Nederlanden?…in de Middeleeuwen?? Een speurtocht in de velden van literatuur en wetenschap’. De Nederlandse contacten lagen hem na aan het hart, maar ook met de UFSIA-collega’s uit de toenmalige opleiding Germaanse Filologie, de professoren Frank Willaert, Veerle Fraeters en anderen kon hij het opperbest vinden.

Cultuurmens in hart en nieren

In 1972 werd Piet Avonds mijn collega in het Departement Geschiedenis en dat is hij gebleven tot hij in 2007 als hoogleraar met emeritaat ging. Doorgaans hadden we onze werkplek in elkaars buurt, in hetzelfde gebouw of dezelfde gang, zodat we elkaar vanzelfsprekend regelmatig ontmoetten. Elke ontmoeting was aangenaam en, hoe kort het gesprek soms ook was, vaak stak ik er iets interessants bij op of genoot ik van de manier waarop hij vertelde. En vertellen kon hij! Als Piet met zijn echtgenote en zoon op reis was geweest, bracht hij er nadien meestal uitgebreid verslag over uit en vaak zó levendig dat je het gevoel had dat je erbij was geweest. Zijn verslag was niet zelden historisch gelardeerd, want Piets reizen stonden heel vaak in verband met zijn onderzoek. Zo trok hij bijvoorbeeld naar Cornwall, een keuze die waarschijnlijk wel verband hield met zijn onderzoek naar koning Arthur.

Piet Avonds las veel en beperkte zich daarbij beslist niet tot historische literatuur. Hij verdiepte zich graag in de romans van bijvoorbeeld Honoré de Balzac of Fjodor Dostojevski, maar ook in hedendaagse Scandinavische thrillers en hij was een echte Simenonfan.  Piet was een groot kunstliefhebber. Klassieke en hedendaagse muziek lagen hem na aan het hart. Hoewel mediëvist in hart en nieren ging hij helemaal op in barokmuziek, bijvoorbeeld van Monteverdi. Hij kon volop genieten van ballet, de kunstvorm waarin muzikale compositie, dans, grafische vormgeving en verhaal samenvloeien. Hij stond daarbij open voor het onbekende, zoals bijvoorbeeld voor de Japanse danstheatervorm butoh. Piet hield ook veel van grafische kunst. De manier waarop hij zijn werkplek op de campus aankleedde, verraadde dat zelfs!  Geen wonder dus, dat er met Piet altijd wel voer was voor een boeiend gesprek!

Van assistent tot hoogleraar in het Departement Geschiedenis

Aanvankelijk bleef de onderwijsopdracht van Piet Avonds beperkt. Hij was als assistent vele jaren actief betrokken bij de Oefeningen middeleeuwen, een verplicht vak voor de eerstejaarsstudenten Geschiedenis, waarvoor professor Raymond Van Uytven verantwoordelijk was. In de jaren 1980 werd Piet, die inmiddels zijn doctorstitel had behaald, aangesteld voor de cursus Geschiedenis van de Nederlanden en pas na het emeritaat van professor Van Uytven in 1998 viel hem een ruime onderwijsopdracht te beurt: voortaan verzorgde hij verschillende opleidingsonderdelen met betrekking tot de middeleeuwse geschiedenis. Toen in 2003de Universiteit Antwerpen tot stand kwam, mocht  het  Departement Geschiedenis eindelijk ook de licentiaatsopleiding (masteropleiding) Geschiedenis organiseren. Daarvoor werden nieuwe collega’s aangetrokken en het lessenpakket van Piet werd eens te meer uitgebreid. Hij zag dat helemaal zitten en trachtte de studenten te enthousiasmeren voor de geschiedenis van de middeleeuwen, wat resulteerde in mooie masterscripties.

Een fijnbesnaard academicus

Piet Avonds’ scherpe geest hoorde perfect thuis in de academische wereld – dat bewezen zijn publicaties immers overvloedig – , maar gevoelsmatig had hij het moeilijk, dat was althans mijn indruk, met het soms harde en zeker ook competitieve kantje dat zich in de dagelijkse activiteiten liet gevoelen. Piet wilde absoluut niet deelnemen aan de ratrace die zich in de academische wereld ontplooide die verplichtte om heel regelmatig bijdragen te publiceren in vooraanstaande buitenlandse wetenschappelijke tijdschriften. Hij hanteerde bij voorkeur het Nederlands als academische forumtaal. Dat beperkte weliswaar de internationale uitstraling van zijn oeuvre, maar bood het voordeel dat hij zeer genuanceerd kon schrijven en dat zijn werk ook in hoog aanzien stond bij Nederlandse historici en literatuurhistorici.

Piet was beslist een gevoelsmens. Net zoals hij zelf altijd grote waardering had gekoesterd voor zijn leermeesters, wilde hij ook zelf erkenning en appreciatie ondervinden. Die was er ongetwijfeld, maar in de onmiddellijke werkomgeving werd ze misschien te weinig uitgesproken … Piet trok zich meer en meer in zichzelf terug en zijn connectie met de collega’s van het Departement en vice versa werd stroever. Een en ander hing mogelijk samen met zijn gezondheid die gaandeweg meer problemen ondervond. In 2007 ging Piet met emeritaat. Hij bleef nog geruime tijd intellectueel actief, bleef lezen en zocht ook gedreven naar informatie op het internet. Ondanks de liefdevolle zorgen van zijn echtgenote ging Piet er fysiek op achteruit. De laatste jaren van zijn leven bracht hij door in een Mortsels woonzorgcentrum, waar zijn kamer zoveel mogelijk als een werkplek werd ingericht, zodat hij zich nog enigszins kon blijven verdiepen in historische en andere literatuur. Hij overleed er zachtjes op 13 september 2024.[vi]

em. prof. dr. Helma De Smedt, FLW UAntwerpen
1 december 2025

Academische bibliografie


[i] P. Avonds, Brabant tijdens de regering van Hertog Jan III (1312-1356). De grote politieke krisissen.  (Verhandelingen van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België. Klasse der Letteren, vol.114). Brussel, Paleis der Academiën, 1984.

[ii] P. Avonds, Brabant tijdens de regering van Hertog Jan III (1312-1356). Land en instellingen. (Verhandelingen van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België. Klasse der Letteren, vol.136). Brussel, Paleis der Academiën, 1991.

[iii] P. Avonds, ‘Heer Everzwijn. Oorlogspoëzie in Brabant in de 14de eeuw’. In: Bijdragen tot de Geschiedenis, 63 (1980) (= Liber Alumnorum Karel Van Isacker s.J.), pp. 17-26.

[iv] P. Avonds, Koning Artur in Brabant (12de-14de eeuw): studies over riddercultuur en vorstenideologie. (Verhandelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en  Kunsten, vol. 167). Brussel, Paleis der Academiën, 1999.

[v] Besamusca, B, Brandsma, F. en Van der Poel, D. (Eds.), Hoort wonder! Opstellen voor W.P. Gerritsen bij zijn emeritaat. (Middeleeuwse studies en bronnen, vol.70). Hilversum, Verloren, 2000.

[vi] Naar aanleiding van het overlijden van Piet Avonds schreven Guido Marnef, Peter Stabel en Frank Willaert In memoriam. Piet Avonds (1944-2024) en zijn oeuvre, cf. https://medialibrary.uantwerpen.be/files/9785/35054460-f777-44ab-bf67-442aab3014ee.pdf (geraadpleegd op 6 maart 2026), waarop we ons voor bovenstaande tekst deels baseerden.