1933-2007
Het oud kasteel van Vichte

Jean (Marie, Joseph, Ghislain) Verhaeghe werd op 26 september 1933 op het familiedomein, het oud kasteel van Vichte, als oudste van vier kinderen geboren. Het kasteel van Vichte behoorde ooit toe aan de heer van Vichte, een leenheer van de graaf van Vlaanderen. Het bleef verbonden met het adellijke geslacht van der Vichte tot omstreeks 1680. Het gebouw onderging door de eeuwen heen verschillende transformaties. Vanaf 1682 werd kasteel en domein verhuurd. Door financiële problemen was de allerlaatste heer van Vichte, Henri-Theodoor de Fourneau, genoodzaakt het kasteel en de bijbehorende gronden (236 ha) in 1817 te verkopen, aan Jacques Meyers uit Zandhoven. Meyers zou er zelf nooit wonen, maar zijn pachter Francis Verhaeghe woonde er wel. Die gebruikte het neerhof, terwijl het kasteel zelf lange tijd onbewoond bleef. Vermoedelijk werd het vanaf 1853 opgeknapt en door de familie Verhaeghe betrokken. In 1918 verwierf de familie Verhaeghe het kasteel. Het wordt nog steeds door hen bewoond. Het kasteel werd bij Koninklijk Besluit van 4 mei 1973 als monument geklasseerd.
Zijn grootvader aan moederszijde was Gérard Cooreman (1852-1926), eerste minister van België op het einde van WO I. Een tragische gebeurtenis die Jean en de familie getekend heeft, is het verlies van een broertje, Bernard, die verdronken is in de kasteelvijver.
Studie, intrede en eerste professionele activiteit
Jean Verhaeghe volgde de klassieke humaniora aan het Sint-Barbaracollege in Gent. Hij deelde er de schoolbanken met Jean Van Houtte, rechtssocioloog en latere rector van UFSIA. Hij was niet op internaat, maar woonde in bij een Gentse tante aan moederszijde. In 1952 – het jaar waarin hij negentien werd – trad hij toe tot de jezuïetenorde. In Drongen onderging hij een sterke invloed van pater Emile de Strycker, die zijn belangstelling voor de antieke filosofie voedde. De opleiding leidde in 1957 tot een getuigschrift uitgereikt door de Centrale Examencommissie voor de eerste proef licentie klassieke filologie. Hij rondde de studie van de klassieke filologie af in 1962 met het licentiaatsdiploma (KU Leuven). Intussen studeerde hij filosofie aan de Filosofische faculteit van de Jezuïeten (afgerond in 1960) en vervolgens ook theologie aan de Theologische faculteit van de Jezuïeten (1968), beide in Leuven. In 1966 werd hij priester gewijd.
Didactisch gesproken leerde hij het klappen van de zweep als leraar Grieks en Latijn gedurende de schooljaren 1961-1962 en 1962-1963 aan het Sint-Jozefcollege in Turnhout. Van januari 1967 tot mei 1968 was hij lesgever aan het Technisch Instituut voor Verpleegkundigen in Leuven. Vanaf februari 1968 tot september 1975 was hij assistent en eerstaanwezend assistent aan UFSIA. Hij ondersteunde vooral professor Libert Vander Kerken.
Doctoraat en professoraat
Op 14 maart 1975 promoveerde Jean Verhaeghe met de grootste onderscheiding tot doctor in de Wijsbegeerte en Letteren, groep Klassieke filologie, richting Antieke filosofie aan de KU Leuven. De titel van zijn proefschrift luidde: Het mensbeeld in de aristotelische ethiek. Een bijdrage tot de antropologie van Aristoteles. Promotor was professor Gerard Verbeke. Dit proefschrift werd bekroond en gepubliceerd in de reeks Verhandelingen van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België (Klasse der Letteren, jrg. 42, nr. 94, Brussel, 1980).
Voor vele academici is het doctoraat een opstapje waarmee een loopbaan op de sporen gezet wordt. Het onderzoeksonderwerp van Jean Verhaeghe bleef echter een leven lang bij hem. Hij volgde alle nieuwe publicaties over de ethiek van Aristoteles en was helemaal mee met de ‘state of the art’, zoals dat heet. In 1999 produceerde hij, in samenwerking met Christine Pannier, een Nederlandse vertaling van Aristoteles’ Ethica Nicomachea (Historische Uitgeverij, Groningen) met waardevolle inleidingen, commentaren en aantekeningen.
Van 1975 tot 1981 was hij docent, vanaf 1982 tot aan zijn emeritaat in 1998 hoogleraar filosofie aan UFSIA. Jean Verhaeghe was de stuwende kracht bij de oprichting van de sectie Filosofie binnen de faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Hij bouwde de seminariebibliotheek uit. Hij doceerde voornamelijk cursussen over geschiedenis van de filosofie, moraalfilosofie en tekstseminaries over klassieke filosofie. Zijn onderwijsvaardigheden werden zeer geprezen.
Jean Verhaeghes onderzoeksinteresse hing omzeggens volledig samen met onderwijs. Als docent Historische inleiding tot de filosofie presenteerde hij de studenten de wijsgerige stelsels van het verleden, aangevuld met heel wat tekstfragmenten uit primaire bronnen. Hij zag het als zijn opdracht om de belangrijkste, primaire teksten van de Europese filosofiegeschiedenis zelf gelezen en bestudeerd te hebben. Die taak kan op zich al een hele loopbaan vullen. Veel aandacht ging uit naar Aristoteles en Immanuel Kant, die hij zin per zin uitlegde aan de studenten, en aan wie hij enkele publicaties wijdde.
Van hedendaagse docenten wordt vaak het omgekeerde verwacht, namelijk hun onderwijs volledig afhankelijk te maken van hun onderzoek. Dat is een begrijpelijke verwachting voor de natuurwetenschappen, maar in de geesteswetenschappen leidt het tot een enorme vernauwing van de universitaire vorming omdat in de natuurwetenschappen het onderwijs de onderzoeksniches volgt van de docenten.
Om zich te herbronnen heeft Jean Verhaeghe tweemaal gebruik gemaakt van de mogelijkheid van een sabbatical. Hij ging naar de Verenigde Staten om daar o.a. bij Louis Dupré (Yale) colleges en seminaries te volgen. Daar deed hij inspiratie op om ook in Antwerpen een vak Geschiedenis van het religieuze bewustzijn in Europa te organiseren dat gedoceerd kon worden door leden van het Ruusbroecgenootschap. Jean Verhaeghe verbleef enige tijd in München aan de Hochschule für Philosophie, waar hij in professor Friedo Ricken s.j. een gesprekspartner vond, en in Tübingen waar hij deelnam aan gesprekken met professor Joseph Ratzinger, die later paus Benedictus XVI werd.
Hoofdredacteur
Jean Verhaeghe was sinds 1986 redactielid van Bijdragen. Tijdschrift voor Filosofie en Theologie. Het viertalige tijdschrift was ontstaan in de schoot van de jezuïetenopleidingen in Vlaanderen en Nederland. Geleidelijk ging het over in academische handen. In 1993 werd Jean Verhaeghe co-hoofdredacteur. Hij bleef die functie uitoefenen tot hij zich in 2004 terugtrok uit de redactie. Jean Verhaeghe was een zeer loyaal lid van de redactie. Hij was zelden afwezig op de redactievergaderingen. Hij wordt herinnerd om zijn evenwichtige oordeel, zijn vriendelijke stijl en zijn gastvrijheid wanneer de redactievergaderingen in Antwerpen doorgingen. Hij deed ook veel moeite om het tijdschrift financieel overeind te houden.
De mens Jean Verhaeghe
Jean was geliefd onder zijn confraters. Hij woonde aan de Kardinaal Mercierlei in Berchem, later aan de Graanmarkt in hartje Antwerpen, en vervolgens, vanaf 1991, in de Prinsstraat. Hij had het talent van een manager, dat hij kon botvieren in zijn communauteit, in de tijdschriftredactie, als bouwheer van Prinsstraat 17, in een vereniging die Europese jezuïeten-filosofen samenbracht.
De belangstelling van Jean Verhaeghe was niet beperkt tot filosofie. Hij hield van tennis, fietsen en wandelen. Het wandelen bracht hem in de natuur, waar vogel spotten en plantstudie hem konden boeien. Ook genealogie en geschiedenis (vooral van WO I en WO II) droegen zijn interesse weg.
Jean Verhaeghe kon in de persoonlijke omgang soms een wat verlegen of schuchtere indruk maken. Als eens het ijs gebroken was of de les aangevat, verscheen een welbespraakte, charmante man met de flair van een aristocraat. Hij was een filosoof in hart en nieren. Hij zag onmiddellijk de moeilijkheden van de voorstellen, projecten en gedachteconstructies die hem door studenten of collega’s voorgelegd werden. Daar hoorde een bepaalde voorzichtigheid bij en een afkeer van radicalisme en hoogdravendheid. Als aristotelisch denker lag voor hem de deugd in het midden.
De laatste jaren heeft hij zijn ziekte met sereniteit en gelijkmoedigheid doorstaan. Jean Verhaeghe was een toegewijde jezuïet, professor en redacteur. Hij overleed op 26 mei 2007 in Heverlee.
Jean Verhaeghe hield van dichtkunst. We spraken ooit over Jan van Nijlen wiens verzameld werk in zijn boekenkast prijkte. Op zijn doodsprentje staat het gedicht Thuiskomst van Ed Hoornik. Hij hield van deze nuchtere, maar melodieuze en melancholieke dichters. Wie ze leest, begrijpt hem beter.
Met dank aan de emeriti Joachim Leilich, Jean Van Houtte, Guy Vanheeswijck en Guido De Baere s.j.
Hierbij nog een staalkaart van de toegankelijke en tegelijk doordachte filosofische teksten van Jean Verhaeghe :
Verhaeghe, Jean. ‘Kritische beschouwingen bij een geschiedenis van de antieke filosofie’, Bijdragen. Tijdschrift voor Filosofie en Theologie, 1988, 49/4, 438-442.
Verhaeghe, Jean. Enkele beschouwingen over het ethisch project van Aristoteles. In: Berghs, Harry (red.). Denk-wijzen 4, Leuven: Acco, 1989, 37-66.
Verhaeghe, Jean. ‘Plicht en vrijheid – een inleiding tot de ethiek van Kant’. In: Leilich, Joachim (red.). Immanuel Kant. Een inleiding, Kapellen: Pelckmans, 1994, 78-112.
Verhaeghe, ‘Jean. Van autarkie naar autonomie’. In: Verhaeghe, Jean & Verrycken, Koenraad (red.). Filosofie als levenshouding, Leuven: Garant, 2000, 19-38.
Op de volgende website kan men de ‘in memoriam’-tekst lezen die zijn confraters over hem schreven: https://www.jezuieten.org/wie-we-zijn/in-memoriam-jezuieten/in-memoriam/ (zie onder de jaren 2006-2007).
prof. dr. W. Van Herck, FLW, UAntwerpen
1 september 2025

