Wilfried Talloen s.j.

1908-1979

Studies

Wilfried Talloen werd geboren op 6 september 1908 in Aalst. Zijn studiejaren op het Sint-Jozefcollege werden niet zozeer gekenmerkt door schittering dan wel door degelijkheid en eenvoud. Hij trad in bij de jezuïeten in Aarlen in 1927. Voor de filosofische vorming verhuisde hij naar het Berchmanianum in Nijmegen (1931-33) en twee jaar later naar het nieuwe filosoficum in Egenhoven bij Leuven (1933-34). Gedurende twee jaar was hij surveillant in het Sint-Barbaracollege te Gent (1934-36), waar hij geschiedenis en aardrijkskunde onderwees. De studie van de theologie vond plaats in Leuven (1936-41).

Priester gewijd in 1939 werd hij spoedig onder de wapens geroepen. Hij maakte als legeraalmoezenier de 18-daagse veldtocht mee en een gevangenschap in Duitsland tot december 1940.

Loopbaan en onderwijs

Daarop is een ononderbroken loopbaan gevolgd in Sint-Ignatius te Antwerpen als professor in de aardrijkskunde, van 1942 tot 1977. De oorlogsomstandigheden maakten de start moeilijk: vanaf oktober 1942 hadden de bezetters het huis aan de Prinsstraat opgeëist. De studenten ontvingen hun colleges op diverse plaatsen in de stad. Toen vanaf oktober 1944 de V-bommen de stad onveilig maakten, werden de colleges per correspondentie gegeven of door middel van handboeken die de student zelf moest verwerken. Het academiejaar 1944-45 was onregelmatig door de wederopening na de bevrijding. Talloen heeft deze ongebruikelijke inrijperiode goed overleefd. In het eerste jaar doceerde hij fysische en menselijke aardrijkskunde (zie literatuur), in het tweede jaar economische aardrijkskunde, in het derde jaar toegepaste economische aardrijkskunde. De aardrijkskunde nam in het oude leerplan een belangrijke plaats in en de bibliotheek was voor deze discipline goed uitgerust. Heel wat generaties studenten genoten van de smaakvolle wijze waarop Talloen hun de leerstof bijbracht. Een passage uit het hieronder geciteerde artikel geeft daarvan een idee:  “Cette immense tension vitale, ce goût de vivre se trouvent inscrits par l’homme sur le globe entier, de mille façons différentes, toujours nouvelles, car la vie est inépuisable” (p. 546). In zijn onderricht voerde hij reeds vroeg een uitgebreide visuele documentatie aan: zijn dia’s waren dikwijls pareltjes van fotografie. Hij was een trouwe medewerker van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde en lid van het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap van Antwerpen.

Persoonlijkheid

Wilfried Talloen was niet uitbundig maar eerder schuchter. Discretie was voor hem een heilige zaak, en zijn privacy kende wetten en grenzen waar niemand ooit helemaal achter kwam. Meer dan 30 jaren heeft hij in alle bescheidenheid mensen begeleid.

Zijn belangstelling voor mensen en dingen was met de jaren zo veelzijdig geworden dat het voor buitenstaanders onoverzichtelijk ging lijken. Dat hij regelmatig als goochelaar optrad, zullen weinigen weten; nochtans liegen zijn koffers met instrumenten er niet om.

De astronomie was een serieuzer bedrijf. Zijn kamertelescoop was een heilig instrument en hoe gelukkig was hij als je hem bij heldere hemel domme vragen stelde over het firmament.

Zijn kennis op het gebied van de geneeskunde was vrij zeldzaam voor een leek. Hij kon overtuigend therapeutische raadgevingen verstrekken, nieuwe eetgewoonten aanbevelen, of voor een confrater binnen de kortste tijd een afspraak vastleggen bij een ongenaakbaar specialist.

Op de morgen van de dag waarop een vasculair accident hem zou vellen, was Wilfried Talloen nog gaan zwemmen, en wel in een zwembad met olympische afmetingen. Bij zijn thuiskomst had hij zich aan de afhandeling van zijn dagelijkse correspondentie gezet. Tegen 11 uur merkte hij tekenen van motorische verlamming. Hij kon nog een huisgenoot waarschuwen. Kort nadien werd een trombose vastgesteld met vergevorderde ravage. In de kliniek hebben geen goede zorgen nog kunnen baten. Bij eventueel herstel zou Wilfried Talloen trouwens zwaar gehandicapt geweest zijn, waar hij zeer tegen opzag.

De huisgenoten en vrienden die bij hem waakten, hebben de comateuze dagen en nachten meebeleefd. Zij hebben niet meer kunnen helpen, maar deze broederdienst heeft hen gelouterd.

Hij overleed op 14 juni 1979 te Antwerpen.

Literatuur:
– ‘Invitation à la géographie humaine. En marge du livre de M. Parain sur la Méditerranée’, in: Les Études classiques, 7 (1938), p. 541-546.

em. prof. dr. Guido de Baere, FLW, UAntwerpen
14 augustus 2025