Eric Oger

1943-2021

Em. prof. dr. Eric Oger werd op 9 juni 1943 in Genk geboren en overleed op 21 juli 2021 in Boechout.

Loopbaan

Ik ben misschien geen echte atheïst, maar zeker wel een goddeloze. Dat wil zeggen: ik leef zonder God. (…) Ik was hier aan de Antwerpse universiteit de eerste leek op het departement filosofie, dat toen nog uitsluitend door jezuïeten werd bevolkt.”

Universiteitsarchief Antwerpen, 1920
Universiteitsarchief Antwerpen, 1920

Dat moet in 1971 geweest zijn, toen Erik Oger als assistent aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte (UFSIA) benoemd werd. Hij had reeds zijn opleding Politieke en Sociale Wetenschappen aan de KU Leuven als licentiaat afgesloten, maar daarna zijn opleiding in de filosofie voortgezet. In 1976 behaalde hij aan de KU Leuven het doctoraat met een studie over Popper en Habermas. In 1978 werd hij docent aan de UFSIA. Erik Oger heeft vaak verteld, dat in het bestuurscollege afgesproken was, dat hij “slechts logica” mocht geven en hij voelde zich door deze inofficiële beslissing zeker een beetje gediscrimineerd. Deze afspraak (ze werd bevestigd door een toenmalige beheerder academische aangelegenheden) heeft er misschien ook toe bijgedragen, dat Eric Oger zich in het departement Wijsbegeerte nooit echt thuis voelde. Maar hij speelde anderzijds ook graag de rol van een outsider die vaak andere ideeën over de filosofieopleiding had dan de meerderheid van de collega’s. Een deel van zijn opdrachten vervulde hij buiten de UFSIA, in het departement Didaktiek en Kritiek aan de toenmalige bovenbouw UIA, die toen, voor de eenmaking van de Universiteit Antwerpen een eigen bestuur had. Hier doceerde hij Wetenschapskritiek aan de studenten natuurwetenschappen, hoewel tegen het einde van zijn loopbaan die benaming niet meer zo echt bij de lesinhoud paste. Hoewel een behoefte aan ’corporate identity’ inzake UFSIA of het departement Filosofie bij Eric Oger nooit bijzonder sterk ontwikkeld was, werd hij nog voor de eenmaking van de drie Antwerpse universitaire instellingen – en dus aan de UFSIA – benoemd tot gewoon hoogleraar.

Logica

Ook al mocht hij “slechts logica” geven (wat in feite nooit aan de realiteit beantwoordde), was Erik Oger zeker geen ’logicus’ of vakgeleerde in deze discipline. Zijn lessen logica aan de Faculteit Rechten bespaarden de studenten alles wat van verre op wiskundige of symbolische logica kon lijken. Hij was er vast van overtuigd – en niet zonder redenen – dat een hoog ontwikkelde ’technische’ discipline logica slechts van een marginaal nut voor de kwaliteit van de filosofische discussie was. Ogers cursus Logica was voor een gedeelte geïnspireerd door wat de Duitse filosofen als de Erlanger Schule kenden, die op een vrij eigenzinnige manier taalanalytisch georiënteerd was, door aandacht te hebben voor de rol die talige uitdrukkingen in de communicatie speelden. Maar men kwam in deze cursus ook al sporen van Habermas’ ideeën over communicatie tegen of Toulmins argumentatietheorie.

Wetenschapsfilosofie

Een tweede zwaartepunt in Ogers activiteiten was wetenschapsfilosofie. Hij was een uitstekende kenner van de filosofie van Popper, maar volgde ook de discussies die als doel hadden de ideeën van Popper te ondermijnen. ’Ondermijnen’ was ook een stokpaardje van de filosoof Oger. Hier moeten vooral de namen van Thomas S. Kuhn, I. Lakatos en P. Feyerabend vermeld worden. Hij behoorde tot die filosofen die zich tegen het positivisme verzetten, maar hij voerde deze strijd van binnenuit, niet door zich tegen het positivisme vanuit een volledig extern standpunt (bijv. Heidegger of Frankfurter Schule) te verzetten. Maar in de loop van de jaren werd deze belangstelling voor wetenschapsfilosofie minder, over Popper en zijn critici was nu werkelijk alles gezegd wat denkbaar was. Ook de niet geliefde cursus Logica kon afgestoten worden en hij genoot van de grote vrijheid zich slechts daarmee bezig te houden waar hij zich graag mee bezighield. Dat waren voornamelijk twee auteurs en voorzichtige stappen in de richting van een soort ‘eigen’ maar zeker ook eigenzinnige ‘ogeriaanse’ filosofie.

Andere filosofische auteurs

Het waren vooral twee andere auteurs waar Oger zich in verdiepte: de Fransman Jacques Derrida en tot in de laatste uren van zijn leven Friedrich Nietzsche. Zijn boek over Derrida getuigt van zijn inspanning om ook over ‘donkere’ auteurs helder te schrijven en nooit de nog onervaren lezer uit het oog te verliezen. Gedurende vele jaren heeft hij colleges over Nietzsche gegeven en ook na zijn emeritaat bleef hij intensiever dan ooit met Nietzsche bezig. Nietzsche was zijn filosofische compagnon de route. Zoals Nietzsche zelf schreef Oger zeer stijlbewust. Hij heeft aan zijn teksten – en zeker aan zijn boek over Nietzsche – lang gevijld, geschaafd en gepolijst.

‘Nachtoog’

Iedereen die bij Oger lessen volgde, zal van het ’nachtoog’ – een soort handelsmerk van de ogeriaanse filosofie – gehoord hebben. Deze metafoor gaat terug op een ervaring tijdens zijn militaire dienstplicht. Aan de rekruten werd tijdens een nachtelijke oefening verteld dat men in het donker beter ziet, als men het te observeren object niet direct aanstaart. Men moest een beetje schuin kijken, pas dan zag men scherper. Voor Oger is dit een metafoor voor het verschijnsel, dat het soms beter, zinvoller is, als we onze doelen niet langs de directe weg nastreven. Als we de directe weg bewandelen, dan bereiken we ons doel vaak niet, precies omdat het de directe weg is. We willen sneller een bestemming bereiken, maar moeten via verstopte snelwegen en vanwege lange wachtrijen vele uren vooraf vertrekken als we een vlucht willen nemen. Het verkeer is onbeheersbaar ook al zitten aan alle universiteiten verkeersdeskundigen die ons wijsmaken dat een vierde rijstrook of een tunnel een oplossing biedt. Twee heel andere voorbeelden die Oger met veel plezier in zijn boek Het nachtoog beschrijft: We willen slapen, maar vallen niet in slaap. Dus moeten we iets doen, wat – op het eerste gezicht – ons verhindert te slapen: bijvoorbeeld een boek lezen. We moeten dus een omweg maken. Je wilt in slaap vallen, dus: lees een boek. Een woord of een naam ligt ons op de tong. Lastig, we vinden het niet. Iets mogen we zeker niet doen: een inspanning om het te vinden. Dat zal mislukken. Maar als we aan iets heel anders denken, dan schiet ons het gezochte woord onverwacht te binnen.

Systemen

Vele van de oudere Antwerpse filosofen bewonderden Hegel: de grote systeembouwer, waar alles, Mens, Wereld en God, zijn onwrikbare plaats kreeg toegewezen. Maar voor Oger was de tijd van deze grote verhalen voorbij.

Over heel veel dingen wil ik als filosoof dan ook liever zwijgen. Ik streef geen algemene principes na, ik wil breken met de systematische filosofie die uitspraken wil doen over de totaliteit van de werkelijkheid. Ik wil vanuit de zijlijn spreken. De tijd dat de filosofie alle wetenschappen wilde overkoepelen, is voorbij”

Boeken en muziek

Als men Erik in Boechout bezocht, zat hij meestal naast een stapel boeken. Zeer verschillende boeken, vaak ook niet-filosofische boeken, bijv. poëziebundels, biografieën of kunstboeken. Zijn teksten zijn gekruid met citaten en voorbeelden uit talloze boeken van de oudheid tot heden. Erik was een lezer. En als hij niet las, dan luisterde hij naar muziek. Hij had een geweldige muziekinstallatie, wat zonder twijfel ook zijn buren kunnen bevestigen. Hij hield weinig van de Weense klassiek tussen Mozart en Bruckner, maar Bach, Mahler, Bartok en steeds meer ook ‘vroege muziek’ kon hem bekoren en ontroeren. Op het doodsprentje dat tijdens de viering in de kerk van Boechout uitgereikt werd, stond. “Een leven zonder muziek zou een vergissing zijn”, – een citaat van Nietzsche.

(Citaten van Erik Oger uit: Joël De Ceulaer, Denken als ambacht : de levenswijsheid van tien Vlaamse filosofen)

em. prof. dr. J. Leilich, FLW, UAntwerpen
Februari 2026

Portret Eric Oger door Hendrik Deelstra

Academische bibliografie